Twaalf 'zeilen' van 800 miljoen boven het Bois de Boulogne
De bouwkosten, aanvankelijk gepland op 100 miljoen, zouden naar verluidt uiteindelijk opgelopen zijn tot tegen de 800 miljoen. Dat is af te zien aan de detaillering, de schier vlekkeloze uitvoering van het gebouw dat met zijn 12 reusachtige transparante schaalvormige daken boven het Parijse Bois de Boulogne uitsteekt en dat bij zijn opening in 2014 daarmee een nieuw icoon aan de stad toevoegde. Het gebouw heeft het eerste tandenknarsen van de tijd, de elf jaar sinds de opening, goed doorstaan. Het oogt, ook zonder het patina van net uit de fabriek, fris en nieuw en past symbiotische in zijn omgeving dan het enigszins - niet transparant- vergelijkbare museum uit 1997 in Bilbao van dezelfde architect.
19e eeuwse glaspaleizen
Voor zijn eerste schetsen deed Frank Gehry ideeën op bij de lichtheid van de glas- en tuinarchitectuur van de late 19e eeuw inclusief de grote glaspaleizen uit die tijd zoals het Britse Crystal Palace, het Amsterdamse Paleis voor Volkvlijt, de studio van filmer Meliès en natuurlijk het nog steeds bestaande Grand Palais in hartje Parijs. Schetsen en onvermijdelijk bij de complexe organische architectuur van Gehry, produceerde hij met zijn werkplaats talloze maquettes in allerlei materialen, hout, kunststof en aluminium. De materiaalkeuze werd vanzelfsprekend: een samenspel van glazen daken en gevels zou het gebouw omhullen, schil en inhoud, het programma van tentoonstellingsruimten werden van elkaar los getrokken. De tentoonstellingsruimten gestapeld in blokken, wat de bijnaam de "ijsberg" kreeg samen, soms los soms in symbiose het gebouw vormend. De uiteindelijke maquettes werden gescand om gedigitaliseerd verder uitgewerkt te worden.
Dromer van formaat
Het geheel werd in een voor dit doel ontworpen bassin geplaatst, het dok, of de zee waarin het schip met zijn twaalf glazen 'zeilen' boven het bos en boven Parijs moet drijven. Het fantastische van architect Frank Gehry is dat hij met al zijn vormwil, zijn barokke schilderachtige architectuur, idiosyncratische altijd een dromer is gebleven. In weinig andere gebouwen dan dit komt dat zo goed tot uiting. Zo is glas geen eerste logische keuze voor een tentoonstellingsgebouw dat juist vraagt om geklimatiseerde en licht gereguleerde ruimten. Zo ontstond onder de glazen schil van de 'zeilen' de 'blokkenberg' van gesloten ruimten. De zeilen waren er eerst.
Loos en Gehry
In het in digitale tijden wat wankeler geraakte modernistische dogma van form-follows-function (Louis Sullivan) zijn die zeilen een 'zonde'. Toch zie je ook hier de vorm de functie volgen want in het uiteindelijke gebouw krullen de zeilen als beschermende schil organisch rond de blokkendoos met de meeste functies. Niet nauw aansluitend maar meestal met grote tussen - en buitenruimte - eromheen. Dat maakt het gebouw zichtbaar duur. De overal zichtbare constructie van de daken uit verlijmd hout, staal en beton die de glazen schillen windvast moeten maken wordt zo een indrukwekkend kostbaar ornament van het gebouw. 'Ornament en misdaad' heette een beroemd geworden essay van de grote Weense architect Adolf Loos uit 1910 waarin hij zoiets als de 'immoraliteit' van het ornament uiteenzette.
Hier is vrijwel het hele gebouw ornament. Een ornament van 800 miljoen betaald uit de opbrengst van de tassen en jassen van Louis Vuitton. Er zijn, al zou Loos er anders over gedacht hebben, slechtere manieren om dat geld uit te geven.