Effe naar Dirk
Zal eens even schetsen hoe een bezoek aan Dirk eruitzag vandaag.
Rond 13:00 uur trok ik de stoute schoenen aan en ik dacht: "Gáán, Gort! Straks is het weer chaos rond een uur of drie." Dus ik al kreupelend naar de auto. Boodschappenlijstje nog even nagekeken. Alles kits!
Heb deze keer de Lijsterweg weer eens genomen: ik was in een stoere bui. Aangezien ik in gedachten nu een heleboel wenkbrauwen de hoogte in zie gaan: de Lijsterweg is een lange weg met kuilen, hobbels, wegversmallingen en in de zomer een behoorlijk onoverzichtelijk kruispunt vanwege de begroeiing. Dus dankzij die kuilen en hobbels zit ik continu de meest vreselijke verwensingen het onschuldige luchtruim in te gooien. Want met zenuwpijn in je onderlijf wordt zo'n simpele weg een soort martelgang. Ben altijd reuzeblij als ik bij de laatste afslag kom: dan begint het asfalt gelukkig!
Deze keer geen wild overstekende fatbikers, óók al een mirakel! Hoe vaak ik daar niet acuut in de ankers moet omdat een hoop fietsers er blind van uitgaan dat ze voorrang hebben, niet te krap! (En niet alleen op de Lijsterweg, maar vooral ook op de Stationsweg. Degenen die bekend zijn in Sliedrecht weten exact waar ik het over heb.)
Dus welgemoed kwam ik aan op de parkeerplaats achter Dirk. Ik zag een lege plek en wilde die indraaien. De auto die links geparkeerd stond, had het rechterportier open. Ik stopte netjes, in de veronderstelling dat er iemand uit wilde stappen. Niets van dat al: het portier bleef openstaan. Dus voorzichtig ingeparkeerd. Bleek er iemand in de auto te zitten die het blijkbaar warm had, en het nodig vond om de deur open te houden. Toen ik met kruk en al uit mijn Picanto stapte, werd ik van top tot teen bekeken door een ietwat oudere heer. Maar even de deur dichtdoen om mij de kans te geven rechtstreeks naar het trottoir te lopen: no way! Inwendig mopperend toen maar achterlangs naar de winkel gelopen. (Kijk, in feite maakt het bijna geen barst uit qua afstand, maar gewoon het gebrek aan beleefdheid...)
Het was heerlijk rustig op het pleintje: ik had de keuze uit zeven rijen karretjes. Toen ik een kar gepakt had, stond ik effe te emmeren met mijn boodschappentas, mijn sleutelbos en mijn telefoon. Ik werd bijna opzij geduwd door een 'dame' die het waarschijnlijk te lang vond duren. Keek haar even van opzij aan, met opgetrokken wenkbrauwen. Het lag werkelijk op het puntje van mijn tong om te zeggen: "Er zijn zeven rijen karretjes, mevrouw!" En voor de rest geen mens te zien. ZEVEN RIJEN!!! En dan precies de rij waar ik voor stond!
Hoofdschuddend vervolgde ik mijn weg richting de ingang, de betreffende 'dame' bijna letterlijk op m'n hielen. Ik stopte bij de wand met de zelfscanners. Het mens had haar kar bijna tegen mijn hielen geplaatst. En wéér keek ik haar eventjes doordringend aan, en hield mijn mond. Net na de poortjes stond er een andere klant op haar gemak haar boodschappenlijstje door te nemen, dus ik met een grote boog eromheen. Sakkerdesakker: het mens van die karretjes wéér op m'n hielen. Of ze me achtervolgde! Gelukkig raakte ik haar bij de broodafdeling kwijt...
Ik had maar een klein lijstje, waar ik me keurig aan gehouden heb deze keer.
Na het afrekenen stonden er een paar mannen precies voor de uitgang op hun gemak een beetje te keuvelen. Heb alleen maar even mijn keel geschraapt, meer was niet nodig.
Terug in de auto zat ik zomaar te denken: zijn er nu werkelijk zoveel mensen met een plaat voor hun 'harses'? Die blijkbaar niet het vermogen hebben om rekening te houden met een ander? Nu ben ik zelf geen heilige, maar ben wel opgevoed met de instelling om een ander niet tot (over)last te zijn of in de weg te staan. Ben ik nu héél ouderwets?
Zonder verdere ergernissen thuisgekomen. Nou ja: op één fatbiker na die waarschijnlijk levensmoe was. Gelukkig voor hem dat mijn reactievermogen nog 100% is. Heb hem wel even op luide toon door de open ramen mijn ongenoegen laten blijken.
Maar of dat indruk gemaakt heeft...