Koffer vol moed
In tijden van pijn, verdriet en (soms) wanhoop krijgt men ineens uit onverwachte hoek een stuk troost aangereikt. Zo ook in mijn geval.
Uit handen van mijn achterneef Jan ontving ik de koffer van mijn vader. De koffer waarmee hij uit kamp Amersfoort vertrok. Gelukkig naar huis, want het was de bedoeling dat hij op transport gesteld zou worden naar kamp Schkopau. (Mijn vader was een van de Merwedegijzelaars. Op 18-jarige leeftijd opgepakt bij de razzia van 16 mei 1944. Zie de column: "Merwedegijzelaars".)
Ik wist niet van het bestaan af, dus in eerste instantie dacht ik eerlijk gezegd dat die koffer aan een andere Albert Gort toebehoorde. Er waren namelijk nogal wat mannen met die naam toentertijd. Maar nee, hij was het echt! Zijn gevangenennummer stond erop: 1083.
Dus nu ligt die houten koffer hier in de huiskamer. En elke dag krijgt hij meer betekenis voor me. Voor mij staat hij voor moed en doorzettingsvermogen. Want laten we wel wezen: als 18-jarige opgepakt worden en afgevoerd worden naar een kamp... En na de oorlog vier jaar naar Nederlands-Indië. Dus, zoals zoveel mannen van zijn leeftijd, had hij vóór zijn vijfentwintigste al het een en ander meegemaakt — en niet in positieve zin!
Daarom is die koffer voor mij een soort schop onder mijn kont: dóórzetten! Gaat het niet met één kruk, dan met twee! Mik er desnoods een Tramadol in, maar je zult de dingen doen die nodig zijn! Gaat het niet in één keer, dan maar in drie keer. Kijk naar je vader, die liet de moed ook nooit zakken.
Helaas is hij op jonge leeftijd vrij plotseling overleden; hij werd slechts 44 jaar. Ik heb van hem (gelukkig) leren fotograferen. Nu leer ik nog steeds van hem, dankzij die koffer: nooit opgeven!
Hij moest eens weten...