Fuck het bestemmingsplan
Er is voor dit stukje geen specifieke aanleiding. Laten we zonder verdere uitweidingen de koe bij de horens vatten.
Een paar keer per week passeer ik in de tram het monument voor Hendrik Spiekman op het P.C. Hooftplein. Dat is in zijn huidige gedaante een uit de hand gelopen plaquette met een grote ster. Laatst echter kwam mij een oude foto onder ogen, die mij leerde dat het monument vroeger veel meer indruk maakte. Het stuk dat er nu nog staat, was het hart van een veel groter geheel met aan beide kanten lange gemetselde vleugels die ruimte boden om te zitten. De ontwerper — niemand minder dan de grote architect Berlage — had het monument als ontmoetingsplek bedoeld en ook een beetje als toegangspoort tot de voor die tijd geavanceerde arbeiderswijk Spangen. Denk maar aan het complex van Brinkman met zijn gezamenlijke wasplaatsen en zijn ventwegen op de eerste verdieping.
Hendrik Spiekman was de eerste sociaaldemocraat in de Rotterdamse gemeenteraad. Als letterzetter op de drukkerij van de socialist Masereeuw had hij zich door veel te lezen een grote algemene ontwikkeling bijgebracht. Toch was het even wennen in de raad, die werd gedomineerd door deftige liberalen. Zij konden nieuwkomers en insluipers zeer uit de hoogte behandelen. In de bankjes kwam Spiekman nog een nieuwkomer tegen: mr. Dirk Jan de Geer, die zijn brood verdiende als journalist bij het kleine christelijk-historische dagblad De Nederlander. Hij stelde dat in de praktijk vrijwel in zijn eentje samen, op de langademige hoofdartikelen van zijn politiek leidsman na, het zeer gerespecteerde Kamerlid Alexander de Savornin Lohman. Ook De Geer moest zijn weg vinden in de krochten van de Rotterdamse politiek.
De Geer en Spiekman vatten een grote wederzijdse sympathie voor elkaar op. Ondanks het feit dat zij politiek gezien fundamenteel andere opvattingen hadden, hielpen ze elkaar toch waar ze konden bij het voorbereiden van de vergaderingen en het doorgronden van de stukken. Zo zat Spiekman in mekaar.
De Geer heeft een grote politieke carrière gemaakt als minister van Financiën en premier, die als het moest de grootste tegenstellingen kon verzoenen. In de Tweede Wereldoorlog faalde hij zo spectaculair dat zijn hele reputatie voorgoed in gruzelementen lag en hij — als halve landverrader beschouwd — in eenzaamheid stierf. Eerst had hij bijna twintig jaar lang moeten ervaren hoe op zondag de kerkbanken om hem heen leeg bleven.
Hendrik Spiekman is niet oud geworden. In 1917 overleed hij aan leukemie, vijf jaar nadat hij in de Tweede Kamer was gekozen. De SDAP was onder zijn leiding in Rotterdam een factor van betekenis geworden. Twee avonden per week hield Spiekman spreekuur in zijn "Bureau voor Arbeidsrecht". In de Kamer kwam hij met succes op voor de zeelieden en de havenarbeiders. Ondertussen had de liberale deftigheid van Rotterdam het afgeleerd deze sociaaldemocraat uit de hoogte te behandelen. Toch bleef Spiekman altijd zichzelf. Hij paste zich niet aan bij de mores van de bourgeoisie.
Geen wonder dat zijn begrafenis gepaard ging met massale uitingen van rouw. Zevenduizend mensen volgden de baar, tienduizenden stonden langs de weg. Zijn uitvaart werd pas geëvenaard door die van Pim Fortuyn.
Vandaar het monument op het P.C. Hooftplein.
Waarom is daar zo weinig van overgebleven? In 1965 werd het grotendeels afgebroken en verplaatst om ruimte te maken voor de nieuwe heersers over Rotterdam: de automobilisten. Zestien jaar later, in 1981, werd het zo'n beetje gerestaureerd. Traditioneel houden de Rotterdamse sociaaldemocraten er op 1 mei een bijeenkomst.
Het is een godvergeten schandaal en typisch Rotterdamse barbarij dat dit moet gebeuren bij een geamputeerd monument.
Dat monument moet in zijn oude glorie hersteld worden zoals Berlage het destijds bedoelde. Komaan, makkers, ten strijde. Miljarden zal een restauratie niet kosten. En fuck het bestemmingsplan.