D-variant
God, wat háát ik die mondkapjes! Benauwde ondingen zijn het, zeker met warm weer. Je kunt je er amper verstaanbaar mee maken. Je zorgvuldig gearticuleerde woorden vermummelen er in tot amorfe klanken. Nu lijkt de staart van de coronaellende in zicht. Na de lange donkere crisistunnel verblindt het licht van de naderende uitgang ons. Met knipperende ogen vergeten we alle voorzichtigheid en willen we het liefst alle coronabeperkingen inclusief het mondkapje naar de eerste de beste prullenbak verwijzen. Ik tenminste wel.
Maar… er knaagt een ‘maar’ in mijn achterhoofd. Het virus is nog steeds onder ons. Sterker nog, het heeft zich getransformeerd tot een veel besmettelijker variant. Juist op het moment dat we spuugzat van de beperkingen alle voorzichtigheid willen laten varen, begeeft de D-variant van het virus zich onder ons. Een desperado die niet kan wachten om ons op slordigheden te betrappen. Ondanks dat ik de gebeurtenissen inmiddels gevaccineerd gadesla, besluit ik toch nog maar voorzichtig te blijven. Anderhalve meter afstand bewaren, goed de handen wassen en ja, het mondkapje op in winkels, openbare ruimten en het openbaar vervoer.
Niet dat ik geloof in de werking van zo’n mondkapje hoor. Zeker niet in het mijne. Het is een zelfgemaakt exemplaar dat met de onderbroeken mee in de was gaat. Meestal zit het in mijn broekzak gepropt naast de zakdoek. Tegen het virus beschermt het mondkapje me vast niet. Het gebruik ervan heeft een heel andere beschermende werking. Het houdt me bij de les en herinnert me eraan dat de adembenemende Desperadovariant nog rond waart op zoek naar onverschillige of Engelachtig virusontkennende medeburgers. Het mondkapje is de knoop in mijn zakdoek die mij maant tot voorzichtigheid!