Hoog & Laag III: Over het DNA van de stad
In het voorjaar van 2023 vond in het Rotterdamse WORM/UBIK een bijzondere reeks live talkshows plaats onder de noemer Hoog & Laag. Dit drieluik – getiteld De Straat, De Wijk en De Stad– bracht Rotterdammers van uiteenlopende achtergronden en generaties samen rond één centrale vraag: hoe verandert onze stad, en wie verandert er mee?
De talkshows, een initiatief van Vandaag&Morgen.nl in samenwerking met partners als Cool aan de Gang, Polaris, WORM en de gemeente Rotterdam, waren in meerdere opzichten uniek: journalistiek van inhoud, cultureel van vorm, en sociaal van intentie. Ze ontstonden met minimale middelen, maar maximale betrokkenheid. De gesprekken, poëzie, muziek en beeldfragmenten die op deze avonden te zien waren, zijn dankzij YouTube blijvend toegankelijk – en vormen zo een blijvend spoor in het collectieve geheugen van de stad.
Een kleine productie met grote inzet Dat deze reeks überhaupt van de grond kwam, is te danken aan de vrijwillige inzet van circa 25 medewerkers, technici, moderatoren en betrokken Rotterdammers. Van cameramensen tot gastvrouwen, van dichters tot denkers – de meeste werkten onbezoldigd of voor een symbolisch bedrag. Last but not least moet hier Ed de Meyer worden genoemd: filosoof, opbouwwerker en één van de drijvende krachten achter de organisatie. |
Het DNA van de stad
De derde en voorlopig laatste aflevering van de Rotterdamse talkshowreeks Hoog & Laag stond in het teken van de identiteit van de stad Rotterdam. Millenial presentatoren Reda de Meijer en Mette van Dijk ontvingen vier gasten met uiteenlopende perspectieven op de stad: kunstenaar en filmmaker Gyz La Rivière, oprichtster van Stichting Wijkcollectie Nicole van Dijk, basisschooldocent beeldende kunst Mirian Zimmerman en stadshistoricus Paul van de Laar. De grote vraag van de avond: bestaat er zoiets als een gezamenlijke Rotterdamse identiteit? En hoe ontwikkelen stad en stadsbewoners zich in tijden van verandering?

Gyz La Rivière: Rotterdam als “patiënt” met sloopwoede
Gyz trapte de avond af met een korte trailer van zijn nieuwste film, die draait om woningnood en de vergelijking tussen Rotterdam en Shanghai. Hij nam het publiek mee langs thema’s als hoogbouw, stadsplanning, geschiedenis en trots. In zijn film speelt de Rotterdammer Henk Sneevliet (ook wel bekend als Maring of Malin) een belangrijke rol – een revolutionair die begin 20e eeuw meewerkte aan de oprichting van de Chinese Communistische Partij. Dit verhaal verbindt Gyz met de huidige situatie in Rotterdam en de aanpak van het woningprobleem.
La Rivière pleit voor groot denken en een daadkrachtige aanpak, net als in China. Nederland, en Rotterdam in het bijzonder, zou volgens hem moeten kiezen voor grootschalige bouwprojecten en hoogbouw, ook al is dat duurder. Hij wijst bijvoorbeeld naar een strook tussen de Waalhaven en de Spaanse Polder waar volgens hem 300.000 woningen gebouwd zouden kunnen worden. Tegelijkertijd uit Gyz stevige kritiek op de geschiedenis van sloop en stadsvernieuwing in Rotterdam. Hij noemt de stad een “patiënt” die zichzelf steeds opnieuw beschadigt, zowel na het bombardement als bij latere moderniseringsgolven. Volgens hem is er een gebrek aan waardering voor oudbouw en erfgoed. “Rotterdam is drie keer gebombardeerd,” zegt hij: door het fascisme, het modernisme, en de stadsvernieuwing.
Zijn betoog is gepassioneerd: hij houdt van de stad, maar begrijpt niet waarom zoveel waardevolle gebouwen zijn of worden gesloopt. Hij pleit voor stadsherstel en zelfs herbouw van oude panden. Zijn films zijn niet alleen documentair, maar ook bedoeld als ‘pamflet’: als prikkel om na te denken over de toekomst van Rotterdam.
Nicole van Dijk: erfgoed van nu voor de stad van morgen
Nicole van Dijk bracht het gesprek van hoogbouw naar de mensen in de stad. Met haar Stichting Wijkcollectie verzamelt ze verhalen uit twintig Rotterdamse wijken. Deze verhalen gaan over buurtbewoners die zich inzetten voor hun wijk – van milieucoaches tot mensen die bijeenkomsten organiseren. Volgens Nicole is wat er vandaag gebeurt, het erfgoed van morgen. Ze vindt dat erfgoed niet alleen gaat over oude spullen, maar vooral over de betekenis die mensen eraan geven.
In haar eerdere werk in een museum merkte ze dat het vaak ging om objecten zonder context of menselijke ervaring. Met Wijkcollectie probeert ze daartegenin te gaan door de aandacht te vestigen op de verhalen die mensen nú maken. En, zegt ze: “Wat aandacht krijgt, groeit.” Volgens Nicole is er veel verlies van gemeenschapszin in Rotterdam. Door sloop en herstructurering zijn hele sociale netwerken uit elkaar gevallen, zoals in de Tweebosbuurt of Kralingen. En dat heeft gevolgen: als mensen geen eigenaarschap meer voelen over hun buurt, neemt ook het vertrouwen in overheid en instituties af.
Om gemeenschapszin terug te brengen, zijn ontmoetingsplekken in de wijk essentieel. Niet alles moet woningbouw worden. Buurthuiskamers en huizen van de wijk moeten gesteund worden – liefst met meer dan vrijwilligers. Nicole pleit voor kleine, laagdrempelige plekken waar mensen elkaar kunnen zien, herkennen en vertrouwen kunnen opbouwen.
Mirian Zimmerman: de schoolklas als spiegel van de stad
Mirian Zimmerman werkt op een basisschool op Rotterdam-Zuid. Ze vertelt hoe intensief het is om les te geven in een superdiverse klas waar bijna alle kinderen een andere culturele achtergrond hebben. In haar klas is één meisje van Nederlandse afkomst – de rest heeft roots in allerlei landen. Ze beschrijft de sociale dynamiek in de klas als complex: kinderen hebben hun eigen ideeën en verhalen van thuis, die soms botsen. Ze merkt dat veel kinderen zich niet Rotterdams of Nederlands voelen, maar vooral Turks, Marokkaans of Pakistaans. En dat maakt het creëren van eenheid niet eenvoudig.
Zij vindt het belangrijk dat kinderen zich veilig en gezien voelen, maar ook dat ze openstaan voor elkaar. Ze ziet dat veel kinderen zich sterk identificeren met het land van hun ouders, en minder met Nederland. Soms tekenen kinderen standaard de vlag van het herkomstland in hun werk, en dat roept vragen bij haar op. Ze benadrukt hoe belangrijk het is dat kinderen meer met andere “bubbels” in contact komen, en dat er verbinding ontstaat tussen culturen.
Paul van de Laar: superdiversiteit vraagt om realistische aanpak
Als stadshistoricus en migratiewetenschapper brengt Paul van de Laar een analytisch perspectief. Hij benoemt de enorme complexiteit van de superdiverse stad. Er is niet één groep of probleem, maar een veelheid van lagen, loyaliteiten en identiteiten. Volgens hem gaat beleid vaak de mist in als het te veel probeert te sturen op “cultuur” of “normen en waarden”. Rotterdam heeft, vindt hij, eerder succes geboekt door te investeren in huisvesting, scholing en werk. Juist daar moet de stad op inzetten – niet op campagnes over ‘Rotterdamse normen’.
Hij bekritiseert het “maakbaarheidsdenken” van de stad: het idee dat je met spreadsheets en consultants alles kunt oplossen. In plaats daarvan pleit hij voor investeren in mensen, wijken en structuren die werken. Hij wijst erop dat veel sociale voorzieningen zoals bibliotheken en buurthuizen zijn verdwenen – en dat ondermijnt het sociale weefsel van de stad.
Eén identiteit of vele?
Tot slot komt de hoofdvraag terug: heeft Rotterdam één identiteit? Alle gasten zijn het erover eens: nee, die bestaat niet. Identiteit is iets persoonlijks en veranderlijks. Iedereen heeft meerdere identiteiten, afhankelijk van tijd, plek en context. Sommige wijken hebben een eigen sfeer en geschiedenis – bijvoorbeeld Hoek van Holland voelt heel anders dan de Tarwewijk. Toch is er een soort gedeelde mentaliteit die veel Rotterdammers herkennen, zoals het idee van “handen uit de mouwen”.
De avond wordt afgesloten met muziek, maar de vragen blijven hangen. Rotterdam is een stad in beweging, met een rijke, soms pijnlijke, maar altijd veelstemmige geschiedenis. De stad blijft zoeken naar een manier om iedereen – van alle lagen, hoog en laag – te verbinden.