De oude Drees
In een recent nummer van De Volkskrant schrijft Martin Sommer dat eigenlijk de enige premier die tijdens zijn premierschap (1948-1958) de staatsuitgaven wist te verminderen de oude Willem Drees was. Drees had een bloedhekel aan verspilling en was ook een voorbeeld van de ooit spreekwoordelijke Hollandse zuinigheid.
Sommer geeft daar een aantal treffende voorbeelden van. Zo maakte hij bezwaar tegen een promotiereis van de Amsterdamse burgemeester langs de Rijn. Hij vond de nieuweentree van de nieuwe Rotterdamse Erasmus Universiteit ‘overdreven luxe’.
Een verbouwing van het Rijksmuseum voor een half miljoen gulden was in zijn ogen veel te duur. En hij zag scherp dat een lobby van Kamerleden, hoge ambtenaren en andere organisaties een steeds stijgend beroep deden op de ‘Haagse vleespotten’.
Ik kan nu wel
vertellen, 26 jaar na het overlijden van Drees sr., dat ik in de periode eind
jaren zeventig, begin jaren tachtig enkele keren telefonisch contact heb gehad
met de oude Drees over sommige kwesties aangaande het koningshuis. Drees was
zeker niet anti koningshuis.
Omgekeerd was de
waardering ook groot. Tot haar dood stond bij Juliana een portret van Drees op
haar bureau. Bij het eerste telefoontje hielp mijn achternaam. Mijn grootvader
was na de bevrijding de voorzitter van de roemruchte Centrale Bond van
Transportarbeiders (havenarbeiders, zeelieden, vrachtwagen- en buschauffeurs)
met een schitterend hoofdkantoor aan de Rotterdamse Heemraadsingel.
Toen hij hoorde
dat ik een kleinzoon was zei hij: ,,Ik wil wel wat vertellen, maar u mag mijn
naam niet noemen.” Het onderwerp was enkele onechte kinderen van prins Hendrik,
de echtgenoot van koningin Wilhelmina. Vooral een affaire in Brussel. Ik vroeg
Drees of hij in zijn vooroorlogse periode als wethouder van Den Haag daar iets
van vernomen had.
Dat had hij wel
zei hij met een kort lachje. ,,Dat soort plooien moest vaker worden
gladgestreken en bepaalde zaken worden afgekocht.’’ Als gemeentebestuur ging je
daar niet over maar toen ik een minister vroeg onder welke naam hij die
bedragen verantwoordde zei hij kort: ,,Speelschulden.”
Zelf heb ik als
jong leerling-journalist bij Het Vrije Volk in Den Haag Drees een keer horen
spreken. Zijn gehoor bestond uit oudere leden van de Partij van de Arbeid. Zij
drongen aan op gratis openbaar vervoer voor 65plussers. Drees verwierp dat.
Hij zei: ,,We
hebben nu de AOW en we moeten ook de pensioenen op een dusdanig niveau brengen
dat ook ouderen onbelemmerd met het openbaar vervoer kunnen reizen. Doen we dat
niet dan moet er veel te veel subsidie naar het openbaar vervoer.”
Ik moet daar nog wel eens aan denken wanneer ik bijvoorbeeld in Hillegersberg of Kralingen redelijk sjiek geklede ouderen met hun 65pluskaart gratis met de tram zie reizen.
(Deel vijf van de biografie van Drees van auteurs Daalder en Gaemers is zojuist verschenen.)