De tol die wij betalen
Je kunt zeggen wat je wilt, maar Vincent Karremans heeft zijn achternaam mee, nu hij het Rotterdamse stadhuis heeft verruild voor het Ministerie van Verkeer en Waterstaat nadat hij eerst in het rampzalige kabinet-Schoof was geparkeerd op sport en zo. Daar is hij meteen geconfronteerd met de gevolgen van het boekhoudersbeleid dat in deze eeuw vooral door bewindslieden van zijn eigen partij gevoerd is. Hun cententellerij heeft geleid tot het verval van Nederland: de scholen leveren op grote schaal analfabeten af, het elektriciteitsnet kan met geen mogelijkheid de vraag aan, de woningnood is zonder vijf jaar oorlog toch net zo spectaculair als pakweg in 1946. De bruggen staan op instorten, de wegen verkruimelen onder het gewicht van het moderne verkeer en zullen, als het straks oorlog wordt, onneembare obstakels worden voor de militaire kolonnes.
Om de wegen en de bruggen in orde te maken is 80 miljard nodig. Vincent Karremans heeft met veel moeite achttien miljard bij elkaar gesprokkeld. Een hoop plannen voor nieuwe wegen en nieuw openbaar vervoer gaan zeker de eerste decennia niet door. De minister geeft prioriteit aan restauratie en onderhoud, ook al is dat – zegt hij – "niet sexy".
In een ver verleden zaten ingenieurs in de top van de bedrijven, de overheidsdiensten en de politiek. Zij zijn al lang verdrongen door economen en bestuurskundigen die denken dat leidinggeven een vak apart is. Technische kennis en expertise kun je immers inhuren. Die haal je van buiten. Karremans hoort in deze traditie thuis. Hij heeft aan de Erasmus Universiteit financial economics en ondernemingsrecht gestudeerd. Hij afficheert zich als ondernemer. Dat komt omdat hij eigenaar was van het banenplatform Magnet.me.
Karremans vaart blind op het adagium van zijn geestverwant Eelco Heinen, macro-econoom met een verleden als beleidsadviseur: "Je kunt een euro maar één keer uitgeven." Vandaar dat hij niet verder komt dan achttien miljard.
Beiden tonen zich fanatiekere beschermers van het ongeboren leven dan de zwartste SGP'er: wij mogen van hen onze kleinkinderen geen schuldenlast nalaten. Lenen is daarom uit den boze, ook als het om investeringen gaat die zichzelf terugverdienen. Het is blijkbaar wel verantwoord om diezelfde kleinkinderen op te zadelen met een totaal uitgewoond land.
En zo zal deze Rotterdammer - zogenaamd zakelijk en doortastend - niet verder komen dan het dichtsmeren van de ergste scheuren in onze infrastructuur.
Tot de probleemgevallen behoort de Zeelandbrug. Toch wijst die tegelijkertijd de weg naar het antwoord, als lenen zo onverantwoord is als Karremans en Heinen denken. Destijds had Den Haag er geen geld voor over. De Zeeuwen moesten zich maar tevreden stellen met de wegen die over de deltadammen werden aangelegd.
Het Provinciehuis in Middelburg kroop daarop niet in zijn schulp. Integendeel. Het vond een alternatieve manier om de brug te financieren: tolheffing. Het riep de NV Provinciale Brug Maatschappij in het leven. Die gaf in 1962 opdracht tot het bouwen van een brug tussen, grof gezegd, Zierikzee en Goes. Lengte: iets meer dan vijf kilometer. Op 15 december 1965 - drie jaar later - verrichtte koningin Juliana de opening. Tot 1993 is er door de gebruikers tol betaald. Eigenlijk waren de investeringskosten in 1989 terugverdiend, maar men presenteerde de passerende automobilisten nog vier jaar lang de rekening, nu ten voordele van een onderhoudsfonds. Men zal er inmiddels wel spijt van hebben daarmee te zijn gestopt. De bouwers dachten overigens dat hun brug in 2035 geheel aan vervanging toe zou zijn.
Als je zelf geen geld beschikbaar wilt stellen voor infrastructurele werken, dan is tol een prima oplossing – niet om het gedrag van automobilisten te beïnvloeden, maar gewoon voor de centen. Ik kan me voorstellen dat een bedrijf best bereid is een brug up-to-date te maken als de directie denkt winst te kunnen maken met tolheffing. De automobilisten moeten dan zelf de rekensom maken. Wat is kostenefficiënter: omrijden met alle tijd- en energieverlies van dien, of toch maar tol betalen?
Nu ik erover nadenk: dit is het kapitalisme ten top. Daar zouden die ondernemersvrienden, die zogenaamde ondernemersvrienden van de VVD, toch zelf op moeten komen.