Pinksterblom
We hebben het dan
over de Sociaal Democratische Arbeiders Partij, SDAP, het Nederlands Verbond
van Vakverenigingen, het NVV, en nog enkele gelieerde organisaties zoals de op
jongeren gerichte Arbeiders Jeugd Centrale, de AJC.
Mijn ouders waren
enthousiast lid van die laatste organisatie. Vooral de pinksterfeesten op de
Paasheuvel riepen vele nostalgische herinneringen op. Zij zongen graag.
In de auto voor
het eerst op vakantie, drie kinderen op de achterbank, zongen zij bijvoorbeeld:
‘Hier is onze
fiere Pinksterblom,
En ik zou hem zo
graag eens wezen,
Met zijn mooie
kransen op het hoofd,
En met zijn
klinkende bellen,
Recht is recht,
Krom is krom,
Gelief ook wat te
geven voor de fiere Pinksterblom,
Want de fiere
Pinksterblom moet voort’.
Mijn broer en ik
hebben de nadagen van die AJC nog meegemaakt. De jongsten werden aangeduid als
‘Zwaluwen’. De daarop volgende leeftijdsgroep als ‘Trekvogels’.
Dat waren ooit de
‘Rode Valken’, maar die term werd na de oorlog als te links ervaren.
Op zo'n laatste
pinksterfeest werd, onder leiding van André van de Louw, de AJC opgeheven.
Vooral de oudere sociaaldemocraten zagen tot hun afgrijzen dat de uniforme
kledij was verdwenen.
De
sociaaldemocratische krant Het Vrije Volk sprak er schande van dat de jongelui
niet alleen de plaatselijke kruidenier verlosten van zijn voorraad wijn en
bier, maar ook ‘gemengd’ de tentjes indoken.
De jonge dichter
Remco Campert ontlokte in het open lucht theater met zijn expliciete woordkeus
groot enthousiasme.
Recht werd minder
recht en krom werd nog meer krom.
En zo verdween de
fiere Pinksterblom.