Manieren van rouw betonen
De krantenlezer ziet overlijdensberichten vooral in de gedrukte krant. Het is misschien wat morbide, maar ik lees ze met een soort van meeleven. Het ene bericht raakt me meer dan het andere en soms bekruipt me de gedachte aan wat er door de hoofden van de opstellers van het bericht ging. Wat zorgde er bijvoorbeeld voor dat directe nabestaanden het hielden bij een sobere mededeling van overlijden, terwijl de rouwadvertentie van de schoonfamilie direct daaronder veel liefdevoller was?
In dit soort zaken dringen gedachten en veronderstellingen om voorrang. Wat weerhield de (waarschijnlijke) kinderen ervan om het bij een sobere mededeling te laten? Was de overledene niet zo lief als de schoonfamilie meldde in haar rouwadvertentie? Had de dame bij leven gezegd dat haar overlijden vooral heel feitelijk moest worden gemeld, of was de ondertoon vooral: ‘Laten we het afstandelijk houden’?
Uitvaartverzorgster Gerdine van Kooten postte hierover op Facebook:
“De rouwkaart werd minimalististisch: kort, krachtig en veelzeggend. In de week die volgde, tussen de zakelijke regelingen door, vertelde ze mij over haar jeugd. Zij vertelde, ik luisterde. Ik voelde de pijn van een onveilige jeugd, en tegelijkertijd een diepe dankbaarheid dat mijn wieg op een heel andere plek heeft gestaan. Haar koelheid was geen gebrek aan emotie, het was haar bescherming. Een schild dat ze al jarenlang droeg.
Na afloop van de condoleance, waarbij ze plichtsgetrouw iedereen de hand had geschud, bedankte ze mij. Niet voor de verzorging van de uitvaart die volledig naar haar wens was verlopen. Ze bedankte me omdat ik niet probeerde te 'fixen' wat voor haar niet gebroken was. Omdat ik haar niet dwong tot verdriet, maar haar de ruimte gaf om het afscheidsproces te doorlopen zoals zij dat nodig had: zakelijk, plichtsgetrouw en op haar eigen voorwaarden.
Wat vind jij? Mag rouw soms ook gewoon afstand, rust of opluchting zijn?”
Persoonlijke manier
Haar publicatie leverde tal van reacties op Facebook op. De strekking daarvan was vooral: ‘Iedereen rouwt op zijn of haar eigen manier’, en zo is het maar net. Desondanks blijft het af en toe in mijn hoofd spoken waarom familieleden zo eigenaardig op de dood van mijn man reageerden. Reacties varieerden van niet weten hoe te reageren tot orthodox-christelijke reacties en zelfs het mij niet persoonlijk condoleren bij de uitvaart.
En dan hebben we het nog niet eens over het betuigen van medeleven bij ziekte gehad. In een recente radio-aflevering van De Perstribune met presentatrice Margreet Reijntjes zei haar gast Adelheid Roosen onder meer dat de kern van medeleven met mensen in de verbinding zit. De aanleiding dat de steeds vernieuwende theatermaakster daar zat, was de tv-reeks Roosen en Borst, waarin dood, rouw en herinneringen centraal staan.
Al gedachtenwisselend hield Roosen in ieder geval mij, en hopelijk veel anderen, een spiegel voor: “Ieder mens wil veilig zijn en heeft de neiging zich terug te trekken in de eigen verwachtingen. Je moet blijven leren de verbinding met de ander te leggen.”
Conclusie: intermenselijk contact hangt niet af van verwachtingspatronen, maar van inleving in de ander. Zelfs bij leven en dood.