Antisemitisme is geen Nederlands verschijnsel

26 april 2024 • 00:00 door Ronald Sørensen
Antisemitisme is geen Nederlands verschijnsel
'Hoofdstraat' Kamp Westerbork, in de de Tweede Wereldoorlog Bld. cco

Nu het antisemitisme weer door onze straten kolkt, lijkt een extra bezinning op de Endlösung en de rol van de toenmalige Nederlandse bevolking voor de hand te liggen. Het onjuiste vonnis is al geveld: een apathische, antisemitische massa, die zich gewillig door het Duitse tuig liet leiden. Het hedendaags antisemitisme lijkt dus niets nieuws, zodat we de werkelijke oorzaak ervan kunnen negeren; al kennen we die allemaal.

Vooroorlogs antisemitisme

De NSB heeft haar hoogtij gevierd in maart 1935 toen ze bij de provinciale verkiezing 8 % van de kiezers trok; er was wel opkomstplicht in die tijd. De NSB was toen nog niet openlijk antisemitisch. Toen ze ermee gingen flirten, liepen de kiezers gestaag weg tot 4% in 1937. Begin 1940 bereikte het ledental een dieptepunt. Dat Nederlandse antisemitisme viel dus erg mee. Natuurlijk waren er dubieuze moppen en uitdrukkingen, maar die dateerde al uit eeuwen daarvoor en die moppen werden vooral door Joodse mensen met zelfspot verteld. Ze hebben nimmer geleid tot een pogrom op onze bodem: een uitzondering in Europa.

Februaristaking

Toen in februari 1941 de eerste razzia tegen Joden plaatsvond, reageerden velen met verontwaardiging, die leidde tot een staking; achteraf het enige verzet tegen anti- Joodse maatregelen in heel bezet Europa. De bezetter, die de “Aansluiting” van Nederland in hun Groot–Germaanse Rijk zag vertragen, besloot op twee manieren te reageren. Ten eerste met meedogenloos optreden; drie stakers werden gefusilleerd en anderen gevangengezet. Ten tweede door voortaan omfloerst maatregelen tegen de Nederlandse Joden te nemen. De Joodse Raad, die de staking veroordeelde, moest daarin een belangrijke rol gaan spelen. Via hen leken Duitse maatregelen Joods. Daarna ging het stap voor stap naar de kampen in Polen en Duitsland zonder noemenswaardig openlijk verzet. Zij die het konden zochten onderduikadressen*, maar het gros van de Nederlandse Joden volgden de opdrachten van de Duitsers – veelal gegeven via de Joodse raad - gelaten op. Gedwee gingen duizenden naar het doorgangskamp in Westerbork.

Gemmeker

De commandant van dat kamp A.K.Gemmeker had tot taak de doorvoer van de Joodse Nederlanders naar de vernietiging in het Oosten zo soepel mogelijk te laten verlopen. Hij is daar in Duitse ogen goed in geslaagd. Er was slechts verborgen verzet** in het kamp. Iedere week vertrok er een trein, waarna de rest van de bewoners weer rustig ademde wegens hun week uitstel. Er was cabaret, een ziekenbarak, kinderopvang en de mogelijkheid tot sporten. Natuurlijk was er argwaan, maar de werkelijkheid was zo gruwelijk, dat men het idee dat het volk van Beethoven en Goethe tot zoiets in staat was, misschien tegen beter weten in liever verwierp.

Naoorlogs oordeel

Het lag in de lijn der verwachting, dat Gemmeker, gezien zijn aandeel in de moord op meer dan 80.000 landgenoten, de doodstraf zou krijgen net als vele anderen. Zijn tijdgenoten oordeelde echter milder. Hij kreeg slechts 10 jaar gevangenisstraf: de rechters geloofden zijn verweer dat hij het lot van de Joden niet kende. De leiders van de Joodse Raad die hand en spandiensten aan de bezetter hadden verleend, werden pas in 1947 – dus twee jaar na de oorlog - gearresteerd op beschuldiging van collaboratie. Na een maand werden ze weer vrij gelaten: het is nimmer tot vervolging gekomen.
Waarom zouden wij nu een ander oordeel vellen? De tijdgenoten kenden de omstandigheden en het leven tijdens de oorlog; ze oordeelden in hedendaagse ogen erg mild. Daar waren redenen voor; er is ter goeder trouw gehandeld. Het is niet aan ons om achteraf hun oordeel in twijfel te trekken.
Ons land kent geen antisemitische traditie. De nu gemanifesteerde Jodenhaat is een nieuw fenomeen en nogmaals iedereen weet waar het vandaan komt.

 

*Toen de vervolging begon was Duitsland nog aan de winnende hand. Hoe lang zou het onderduiken gaan duren?
**Mijn oom en tante A. van As en B. van As-Sörensen leidden het verzet in het kamp. Ze lieten Joden, die in het verzet gezeten hadden en daarom extra hard zouden worden aangepakt, ontsnappen en zorgden voor voedsel op de onderduikadressen. Ze kregen als eersten de Yad Vashem medaille van de staat Israël.


Deze column verscheen eerder op Dagblad 010

Over de columnist

Ronald Sørensen

Ronald Sørensen (Rotterdam,1947) studeerde biologie en geschiedenis en was 32 jaar leraar in het voortgezet onderwijs. Hij is medeoprichter van Leefbaar Rotterdam en was van 2011 tot 2015 lid van de Eerste Kamer. Vanaf 2016 schrijft hij columns voor RV&M.

Beatrix' Buitenhuwelijk
07 jul
Beatrix' Buitenhuwelijk
Mijn ontmoeting met Carola Schouten
07 jul
Mijn ontmoeting met Carola Schouten
Op z'n kop
30 jun
Op z'n kop
Eindelijk worden de intellectuelen te  grazen genomen
30 jun
Eindelijk worden de intellectuelen te grazen genomen
Schimmige gedaanten van het fascisme
22 jun
Schimmige gedaanten van het fascisme
Cookies

Deze website gebruikt noodzakelijke cookies voor een correcte werking en analytische cookies (geanonimiseerd) om de statistieken van de website bij te houden. Marketing cookies zijn nodig voor laden van externe content, zoals YouTube-video's of widgets van Sociale Media. Zie ons cookiebeleid voor meer informatie, of om je instellingen later aan te passen.