Hulde voor de wijkagent!
Rotterdam Vandaag & Morgen geeft nu en dan gastschrijvers de gelegenheid hun mening te ventileren. Gastschrijver van deze column is Léon Krijnen, verslaggever en columnist van het dagblad BN De Stem. Rotterdam Vandaag & Morgen heeft eenmalig toestemming gekregen van de hoofdredactie van dit West-Brabantse dagblad om deze column over te nemen die ook zonder meer op Rotterdam slaat. Het aantal wijkagenten in Rotterdam voldoet overigens wel aan de landelijke norm.
Een wijkagent is
op twee fronten onmisbaar. Als schakel tussen ‘de hermandad’ en de
wijkbewoners, en als pispaal van alle zeikerds. U kent ze wel: die opgewonden
standjes die altijd wat te mekkeren hebben over de politie.
De types die 112
bellen als ze weer ruzie met de buren hebben - ligt nooit aan henzelf. Om
vervolgens woest te worden omdat de wijkagent de tegenstander/buurman niet
getaserd en geboeid afvoert.

Mensen die kwaad worden omdat ze een bekeuring gekregen hebben en vervolgens nog bozer worden als hen beleefd uitgelegd wordt dat het wel eens hun eigen schuld zou kunnen zijn.
Een wijkagent is
een rijdende rechter zonder de charmante presentatrice Jetske van den Elsken. Met iedere dag
een paar nieuwe zaken, want het is altijd wel wat, en het houdt nooit op.
Vroeger had ieder wijkje zijn eigen agent.
Misschien sprak
ook toen niet iedereen met twee woorden tegen meneer agent, maar de werkdruk
was minder hoog, de fatsoensnormen minder laag, respect voor de sterke arm alom
aanwezig. Met minister Opstelten is afgesproken dat er minstens 1 wijkagent op
5000 inwoners is, maar dat wordt bijna nergens gehaald.
Ik vrees dat ik niet geschikt zou zijn om als brandjes blussende vredestichter op te treden in zaken waar het sop te vaak de kool niet waard is. Maar waar de wijkagenten het meeste respect voor verdienen is voor andere zaken waar ze onvermijdelijk mee te maken krijgen. Zaken die niemand mee wil maken.Dat ze af en toe ook ledematen of lijken mee op moeten rapen. En doen wat alle agenten, van hoog tot laag, hoe groot de hekel die ze er collectief aan hebben, toch altijd weer gewoon doen. Aanzeggingen, aanbellen bij mensen die als ze open doen nog niet weten dat ze een liefste verloren hebben.
Denkt u daar eens aan als het u weer eens niet snel genoeg gaat.