’Paardenlul’
In plaats van het eeuwige gezeik over het weer en voetbal zitten wij woordspelletjes te doen. Grammatica aan de bar. Met vijf man in onze stamkroeg ‘Companje’. Zelf geef ik de aftrap. Ik wijs naar een bord in het café waarop stond: ‘Pannenkoekenavond’.
Ietwat onzeker zeg ik tegen het vaste ploegje: ,,Vroeger was dat toch ‘pannekoeken’, dus zonder ‘n’,’’ Kleine René: ,,Ja, dat komt door die Dikke van Dale. Elk jaar veranderen zij de spelling om boeken te verkopen!’’ Grijze Hans met zijn bekende knipoog: ,,Is het nou Van Dale of Van Daale met dubbel ‘a’?!’’
Vervolgens de gebroeders Maurice en Manuel, oud-mariniers: ,,En is het nou paardelul of paardenlul?’’
Volgens Van Dale: ‘Paardenlul. De lul van een paard. Of scheldwoord’. Even later opgezocht in ‘Kramers Nieuw Woordenboek Nederlands’ van enkele jaren geleden. Geen woord over ‘paardenlul’. Maar wel: paardehaar, paardekop, paardemest en paardemiddel, dus allemaal zonder ‘n’ aan het einde!
Op dat moment, toeval bestaat haast niet, komen er twee politieagenten van de ‘bereden brigade’ op hun paarden langs het café gereden. René, bijgenaamd ‘de Kleine Generaal’ (tijdens het tv-voetballen kijken), springt op van zijn barkruk. Met ondeugend twinkelende ogen loopt hij naar buiten. Als een ware Pietje Bel.
,,Mag ik u wat vragen,’’ houdt hij de politiemannen te paard staande. ,,Is het nou paardelul of paardenlul,’’ roept hij hardop. De agenten verschieten van kleur. Een maakt al aanstalten zijn wapenstok te grijpen.
,,Ho, ho,’’ roept René verschrikt en steekt afwerend zijn handen omhoog. ,,Wij zijn hier binnen bezig met woordspelletjes, Nederlandse grammatica dus. En onze uitbater Dick zegt dat u het antwoord wel weet.’’
De agenten zijn even uit het veld geslagen.
Of de duvel er mee speelde, zelfs hun paarden raakten hierdoor van slag. Een van de twee, een bruine, begint op het trottoir te kakken. Grote hopen drollen stapelen zich op. De hele kroeg lag nu blauw van de lach. Maar niet Hans van schoothond Kaya. Als door een wesp gestoken vliegt hij naar buiten: ,,Als mijn hond dit doet, krijg ik een bekeuring,’’ zegt hij fel, ,,opruimen die strontzooi!’’
De agenten, ietwat nerveus, doen of hun neus bloedt. Dan zegt de een tegen de ander met een kwinkslag: ,,Is strontzooi nu met een t of een d?’’
Uitbater Dick staat inmiddels met een vinger te wijzen naar de achterkant van het paard: ,,Jute Zak,’’ roept hij. ,,Jute Zak!’’ (Juut of juten is Bargoens voor ‘politie’).
Met een knipoog bedoelde hij zogenaamd een jutezak onder het paard te hangen om de uitwerpselen op te vangen. Zoals vroeger.
De bereden politie had kennelijk nu meer dan genoeg van deze dubbelzinnige woordpelletjes. In galop gingen zij er vandoor.
,,Zei ik het niet,’’ riep René triomfantelijk, ,,Het is toch paardenlul!’’