Muur
In het noorden van Tiergarten stond in het Westen bij de Muur een soort uitkijktoren vanwaar mensen over de zone heen konden kijken. Toen ik er aan de oostkant langsliep was de afstand meer dan 100 meter. Te ver weg om gezichten anders dan als kleine vlekjes te zien. Wel kon ik zien dat er ijverig gefotografeerd werd: richting het Oosten, mijn kant op.
Even was ik dus voor hen een bewoner van een andere communistische wereld. Wat bij die veronderstelling hielp, was dat ik m’n -in die tijd- onafscheidelijke leren motorjas aanhad. Die jas werd door Jerzi, een vriend die in Polen opgegroeid was, wel mijn ‘commissarisjas’ genoemd. Partijcommissarissen, de onverbiddelijke bewakers van de communistische moraal, droegen in vroeger tijd vaak leren jassen. Dat moet in de tijd van voor 1961 geweest zijn, rond die tijd week Jerzi samen met zijn vrouw Joanna voorgoed uit naar het Westen.
Eén van de merkwaardigheden van het communistische systeem was dat je er makkelijk in kon komen, maar heel moeilijk weer uit, vandaar die Muur.
Ondanks het feit dat veel tegenstanders van het communistische systeem opgesloten, heropgevoed of op andere wijze te grazen genomen werden, potentiële emigranten werden daar al snel bijgerekend, waren er veel mensen over die er graag weg wilden.
Toen Jerzi rond 1961 uitgenodigd werd om een pianoconcert in Parijs te geven en toestemming had gekregen, natuurlijk met achterlating van zijn bezit als onderpand, besloot na afloop van zijn succesvolle concert in Parijs om niet meer terug te gaan naar Polen.
Hij en z’n vrouw werkten vervolgens in het westen vooral als muziekleraar. Jerzi gaf concerten ging daarnaast werken bij Radio Free Europe, een radiostation dat bekostigd werd door de CIA. Vanuit München verzorgde hij, met in de uithoeken van de ether doordringende basstem, uitzendingen in het Pools.
De toeristen op de uitkijktoren in Tiergarten zagen mij dus als leren jas, met een wit vlekje erboven, dwalend langs de Muur. Was ik een bewaker of een bewoner die verlangde naar de overkant?
Ik was verbaasd, ik had weliswaar bij eerdere bezoeken aan het Oosten altijd wel kritiek op het regime gehoord, tot in Rusland toe, maar altijd ging het heimelijk, als vreemden niet konden meeluisteren. Zonder die heimelijkheid was de kans groot dat de onruststoker, in plaats van lector aan de Universiteit, nachtportier moest worden, zoals een vriend van me in Praag overkwam in de jaren zeventig. Hier en nu, in 1988, werd openlijk, in een volle tram voor hoorbaar voor de hele tram kritiek geleverd.
Stof tot nadenken zou je zeggen. Maar hoewel ik vaak met vrienden gespeculeerd had over de in onze ogen onvermijdelijke val de Sovjet Unie en dus ook van de Muur, zagen we dat pas ergens diep in de eenentwintigste eeuw gebeuren. In 2020 of zo.
Toen ik die avond in 1988, terugliep naar Checkpoint Charlie was dat niet anders. Ik had niet het idee dat een dik jaar later de Muur zou vallen en drie jaar later de Sovjet Unie.
Gelukkig had ik een Nederlands paspoort en een toeristenvisum op zak en kon ik de Muur voorlopig zonder gevolgen vergeten.