Een slechterik in optima forma en gepromoveerd jurist, oud-corpslid van Minerva
Mijn stukje over het Historisch Genootschap Roterodamum heeft me tot herlezen en nadenken gezet. Gebeurtenissen van meer dan twintig jaar geleden passeerden de revue in mijn gedachten.
Lijk in de kast
Toen ik gezellig met Fortuyn in zijn voorkamer een biertje dronk (hij wijn), vroeg hij me: “Ronald, zijn er bij jou nog lijken in de kast?”
“Eigenlijk niet, maar ik ben NSB-expert.”
Ik zei het omdat het Historisch Dagblad een vergelijking tussen Mussert en Fortuyn had gepubliceerd en ook in andere bladen kritiek op de islam werd geassocieerd met het onderschrijven van het nationaalsocialistische gedachtengoed: Clio werd ook toen als hoer gebruikt.*
“Dan moet je er zo snel mogelijk over publiceren. Dan ben je ervan af,” suggereerde Pim.
“Ik weet niet of ik er ooit op ga promoveren,” stelde ik. Dat is ook de reden waarom mijn scripties onder embargo in het archief lagen. **
Belangstelling
Op een dag stond er een jongeman wat nerveus bij ons op het fractiekantoor. Hij had gelezen dat ik geschreven had over de NSB in onze stad. Het lijk was uit de kast gerukt! Op zoek in het archief had hij begrepen mijn werkstukken alleen met mijn toestemming te mogen inzien.
Op mijn vraag waarom hij dat zo graag wilde, antwoordde hij dat zijn vader in de oorlog in Rotterdam bij de NSB was geweest. Hij wilde het nu wel eens weten en wees op een getatoeëerd vraagteken op zijn arm. Nadat ik zei dat er heel veel NSB’ers waren, vertelde hij dat zijn vader in het stadsbestuur had gezeten.
“Hoe heette hij?” vroeg ik, en ik kreeg de naam van de meest stereotype en notoire collaborateur te horen die maar te bedenken is. Echt een slechterik in optima forma en gepromoveerd jurist, oud-corpslid van Minerva in Leiden.
“Dan maak ik voor u een uitzondering, maar ik waarschuw u. Zijn rol was erg negatief. Wilt u dat wel weten?”
Na zijn bevestigende antwoord sprak ik met hem af. Hij mocht mijn bevindingen een week later op de Coolsingel lezen.
Verrassing
Toen hij een week later op een fractiekamertje alles had gelezen, vond ik het nodig om toch even een nagesprek met hem te voeren. Het is nogal wat als je moet lezen dat je vader tot 15 jaar gevangenisstraf is veroordeeld, vrijwillig lijsten met potentiële gijzelaars aan de Duitsers heeft gegeven en door NSB-burgemeester Müller als de kwade genius achter het bestuur in Rotterdam werd omschreven.
“Ik heb alle bezwarende documenten tegen uw vader gelezen. Ook zijn lidmaatschapskaart van de NSB gezien. Als u met een overlijdensverklaring en uw paspoort naar het Ministerie van Justitie gaat, krijgt u al die spullen mee.”
“Mijn vader leeft nog,” zei hij tot mijn grote verrassing! “Hij woont al heel lang in Zwolle en heeft daar als jurist gewerkt.”
Ik antwoordde na een moment van stilte met een vraag: “Zou ik hem een keer mogen spreken, denkt u?” Ik was bezig aan een boekje.***
Hij ging het zijn vader vragen en een dag later kwam er een bevestigend antwoord. Ik maakte telefonisch een afspraak en vertrok met Nel een week later naar Zwolle.
Wordt vervolgd
* Zie mijn stukje 'De oogkleppen van Clio'.
** Bij mijn doctoraalexamen werd dat voorgesteld; ik heb een paar opvallende ontdekkingen gedaan. Het is er nooit van gekomen.
*** De NSB in Rotterdam. Gehate minderheid. Speakers Academy, 2006.