De Vuelta, het Gaza protest en de sponsoring in het wielrennen
De afgelopen Vuelta a España stond vooral in de belangstelling van de internationale pers door de pro-Palestinaprotestanten die de koers ernstig verstoorden. Hun acties waren gericht op de deelnemende ploeg van Israel Premier Tech. Dit Israëlische proTourteam wordt gefinancierd door de 66-jarige Israëlisch-Canadese zakenman Sylvan Adams, zoon van ouders die de Holocaust overleefden. Als zakenman verdiende hij een fortuin in de vastgoedhandel en emigreerde daarna naar Israël. Als wielerliefhebber bouwde hij daar een sterk wielerteam, dat vanaf 2020 met een World-Tourlicentie aan de start kwam in de grote wedstrijden. Adams is een van de vele filantropen die een wielerteam financieren. Alleen rijdt zijn team niet voor een of ander bedrijf van de man, maar ter promotie van de staat Israël. Het maakt dus geen reclame voor een bedrijf, maar propaganda voor het land Israël. De staat Israël draagt voor zover we weten niet financieel bij aan de ploeg. Daar staat tegenover, dat Adams wel vierkant achter de politiek van de regering Netanyahu staat. In die zin zijn de demonstraties dus deels te rechtvaardigen.
In het beroepswielrennen worden de deelnemende ploegen al vanaf begin twintigste eeuw gefinancierd door het bedrijfsleven. Dat zorgt voor de bekostiging van materiaal en salarissen. De renners rijden al ruim een eeuw met shirtreclame, iets wat in het voetbal pas rond 1980 ingang vond. Aanvankelijk uitsluitend door fiets- en bandenfabrieken zoals Peugeot en Bianchi, de wielerbonden stonden geen andere typen sponsoren toe. Dat veranderde fundamenteel in de periode na de tweede wereldoorlog. Door de snelle wederopbouw van Europa, gesteund door de Amerikaanse Marshallhulp, schoot de bedrijvigheid in gang met nieuwe massaproducten tot gevolg. De bromfiets, de motorfiets en de Italiaanse scooter kwamen binnen ieders bereik en dat ging in de grote wielerlanden Frankrijk, Italië en België ten koste van de fietsverkoop. De rijwielfabrikanten raakten daardoor in de problemen. Begin 1954 was producent Ganna niet meer in staat om hun professionele wielerploeg op de been te houden. Maar kopman Fiorenzo Magni was creatief. Hij slaagde erin het merk Nivea te strikken, een huidverzorgingsproducent die een nieuwe brillantine onder de aandacht wilde brengen, hoewel Magni volkomen kaal was.
De Italiaanse en de internationale wielerbonden zagen dit initiatief aanvankelijk niet zitten, maar toen soortgelijke sponsorconstructies de kop opstaken en de rijwielverkoop niet meer aantrok kon men niet meer om de onvermijdelijke beslissing heen. Van toen af aan werd z.g. extrasportieve sponsoring toegestaan, d.w.z. sponsoring van merken buiten de wielersport. Vedette Gina Bartali ging rijden voor regenjassenfabrikant Brooklin, en in Frankrijk ging renner Raphael Geminiani een verbintenis aan met het aperitief Saint Raphael en zo ontstond een ploeg met een nogal hilarische naam, want Geminiani was allesbehalve een heilige. In België werd de ploeg van Van Hauwaert fietsen gekoppeld aan het biermerk Maes. Daarna staken nog flink wat bier- en aperitiefproducenten hun geld in de wielersport. Na de introductie van live televisie-uitzendingen van koersen explodeerde de sponsoring, omdat vanaf dan de renners als rijdende reclamezuilen voortdurend in beeld waren voor een miljoenenpubliek.
In de fysiek zeer zware wielersport werd daarna door de vreemdste sponsoren reclame gemaakt voor bier, jenever en whiskymerken en in de jaren zestig steeds meer rookwaren. In Nederland reden bijvoorbeeld ploegen van Caballero sigaretten en Willem II sigaren. Voorts waren er ook nog ploegen met dameslingerie en zelfs een nachtclub als sponsoren. Met de ‘wet Evin’ kwam er een einde aan de sponsoring door alcohol en tabaksmerken in Frankrijk en daardoor ook in andere landen omdat deelname aan de Tour de France niet meer mogelijk was. Tezelfdertijd doet het ‘grote geld’ zijn intrede in de wielersport als autofabrikant Renault bereid is een miljoenensalaris te betalen aan de nieuwe Amerikaanse vedette Greg LeMond. In de loop van de jaren tachtig voltrekt zich een verder mondialisering als Colombianen, Australiërs, renners uit het Oostblok en Zuid-Amerikanen hun weg naar de sport vinden. Daardoor wordt het aantrekkelijk voor grote bedrijven om geld in de wielersport te steken, zoals Coca Cola die sponsor wordt van de Tour de France. Ook grote Aziatische bedrijven, met name uit Japan zoals Shimano, Panasonic en Hitachi gaan met de beurs rammelen.
In deze eeuw kwamen daar opvallende nieuwe sponsors bij: schatrijke mecenassen die de koers als hun speeltje beschouwden en hun geld en bedrijfsnamen aan ploegen koppelden. Zoals de Vlaming Marc Coucke (Omega Pharma), de Russen Oleg Tinkoff (Saxo-Tinkoff) en Igor Makarov (Katusha), de Australiër Gerry Ryan (Orica-Greenedge) en de Zwitser Andy Rihs (BMC). Adams van Israel Premier Tech past perfect in dit rijtje. En ook regio en later zelfs landen zagen in de wielersport een uithangbord voor promotie, zoals het Spaanse Iles Baleares, de Duitse stad Stuttgart en thans de Golfstaten Arabische Emiraten (UAE) en Bahrain (Bahrain Victorious). De wielersport zou hier helemaal niet blij mee moeten zijn omdat het landen betreft waar de sport totaal niet leeft en alleen maar door de sjeiks gebruikt wordt ter verbetering van hun imago (sportswashing).
Hoogste tijd dat de internationale bonzen van de UCI hier paal en perk aan gaan stellen. Zoals dat wij mij betreft ook zou moeten gelden voor de politieke propaganda van Israëlisch beleid.