woensdag 28 juli 2021

webZine over stad, cultuur
en wereld

Het zinkviooltje. Foto Justine Levray cco
05
mei

De Bloemist van Maria (2) Het zinkviooltje

(vervolg van Wrede DibbetsDe Hollandhaat van stamgast Chrétien, die gaat ver. Zo is Chrétien, om maar eens wat te noemen, met geen stok te bewegen om Maastricht te verlaten richting Randstad. 
Hoe vaak heb ik al niet voorgesteld: “Komt toch eens naar Rotterdam. Dan bezoeken we de Euromast. Of we doen we de haven met de Spido! Of... en dat is eigenlijk een nog vèèl beter idee, we bezoeken Diergaarde Blijdorp. Daar is niet enkel fauna, dieren van overal ter wereld, maar ook de nodige flora, grote tropische kassen met prachtige bloemen en planten. Echt iets voor jou!” 
Chrétien is bloemist. 
Hij zegt wel altijd ja – Limburgers zeggen altijd ja!– maar het komt er niet van. 

Want Maastricht verlaten, waarom dan? “Nergens ter wereld is het toch is zo goed toeven als bij ons in Maastricht?!” aldus Chrétien. Spreek dat maar eens tegen, als jezelf een geboren Maastrichtenaar bent! 
Aangename plek nummer twee op aarde is voor zo'n Maastrichtenaar als Chrétien, de directe omgeving van Maastricht! Zeg maar Zuid-Limburg tot aan Sittard. Met name de Krijtstreek. Het Mergelland. “Ik mag daar graag wandelen langs de Geuloevers, Maan! Daar bloeit het zinkviooltje. Nergens anders in Nederland bloeit dat! 

Dan ga ik zitten op het VVV-bankje halverwege Schin op Geul en Valkenburg en dan (her)lees ik met grote aandacht de Leer van Joachim à Fiori, Joachim van de Bloemen, een groot mysticus ten tijde van de Kruisvaarders, mijns inziens door de Kerk onvoldoende geëerd.De titel Kerkvader is hem bijvoorbeeld onthouden. Huiverig, o, zo huiverig voor mystici zijn ze daar in Rome. Altijd al geweest. Voor het rechtstreeks contact van die vromen met God ! Ze hebben de Kerk eigenlijk niet nodig, daar wringt de schoen! 
Neem hier in de Lage Landen aan Zee onze eigen Jan Ruusbroec, de mysticus van het Zoniënwoud. Verder dan tot Zalige heeft hij het nooit gebracht. En Meister Eckhart, een zo mogelijk nog groter mysticus, zelfs dat niet! Integendeel, de man kreeg in zijn tijd een proces wegens ketterij aan zijn pij.

Ook Fiori is de titel van heilige altijd ontzegd gebleven. Terwijl diens Bloemenleer, zoals die is opgetekend door diens adept Gèrard de Borgo San Donnino in het boek Het Evangelie van de armen, toch van grote invloed is geweest op Francicus van Assisi. En die is in onze dagen toch eigenlijk de meest aansprekende heilige,want ecologisch avant la lettre. Onze huidige paus heeft zich zelf niet voor niets naar Franciscus vernoemd.
Wij moeten ons op een meer broederlijke wijze verhouden gaan met de natuur. Stoppen met de huidige antagonistische uitbuitende verhouding. Dat is de boodschap van paus Franciscus' laatste encycliek Laudato Si. Die boodschap is zo Franciscaans als wat. 
Wist je dat, Maan? ” 

“Ja! Want dat heb je mij al eens eerder verteld. Weet je, Chrètien, jij bent eigenlijk hèt antwoord op de vraag 'Wilt u de totale bloemist?' “Wollt ihr den totale Florist!”? 
Als jij ook maar ergens het woord Bloem ziet, dan ben je al verkocht. Jouw lievelingsdichter moet wel Jacq. Bloem zijn! ”
 
“Welnee! Ik ben van de Lente! Van de Resurrectio Christi. Jacq. Bloem, dat is puur Herfst. Melancholie troef. Oude mannenpoëzie. 
Dan lees ik nog liever Les Fleurs du Mal. In het Frans natuurlijk. Niks vertaling. Wij Maastrichtenaren, wij zijn francofonen! Daar zijn wij trots op! De laatsten van de Mohikanen! Nu is het immers overal Engels, de tale Amerika’s, wat de klok slaat. Maar de VS dat is een land van lombo's. Geen wonder, New York is oorspronkelijk gesticht door de Hollanders. Nou, dan weet je het wel!
Maar als je me vraagt of ik gelukkig word van dat lezen van Baudelaire? 
Nee, natuurlijk niet. Ik ben een gelovig katholiek. Bloemen behoren aan Maria. Niet aan Satan!"

Lees volgende zaterdag deel 3

Deel dit bericht met je vrienden!

Manuel Kneepkens

Manuel Kneepkens

M.M.M. (Manuel) Kneepkens (Heerlen, 26 februari 1942) is een Nederlands dichter, publicist, politicus en jurist-criminoloog. 

Na het gymnasium op het Bernardinuscollege ging hij in Leiden rechten en criminologie studeren. In 1971 vertrok hij naar de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. Daar was hij 23 jaar docent strafrecht en criminologie.

Overzicht columns