Nibud: Magere stijging koopkracht in 2026
De koopkracht stijgt in 2026 minder dan op Prinsjesdag werd verwacht. Dat blijkt uit berekeningen van het Nibud. ‘De kleine plusjes van gemiddeld 1,3 procent die we vorig jaar september zagen, blijken nu een gemiddelde koopkrachtstijging van 0,9 procent. Dat betekent dat we gemiddeld zo’n vier tientjes per maand meer kunnen besteden,’ zegt Nibud-directeur Mattias Gijsbertsen.
De loonstijgingen van 4,2 procent die eerder werden verwacht, lijken lager uit te gaan vallen. ‘De voorspelling is nu dat cao-lonen met 3,7 procent omhooggaan. Daarmee wordt een koopkrachtdaling voorkomen, maar de stijging is mager en externe factoren als een strenge winter en een hoge energierekening kunnen ervoor zorgen dat jouw koopkracht nog minder stijgt of zelfs daalt.’
Geen loonstijging
Voor huishoudens die dit jaar geen loonstijging hebben en hetzelfde loon blijven ontvangen als in 2025, kan de koopkracht dalen. Gijsbertsen: ‘Voor deze mensen kunnen onzekere factoren zoals een strenge winter extra belastend zijn. Wij raden iedereen aan om de geldzaken voor 2026 goed in kaart te brengen. Wat komt erin en wat gaat eruit? Zijn er posten waarop bespaard kan worden en zijn er mogelijkheden om het inkomen te verhogen?’
We adviseren huishoudens om met Bereken Je Recht uit te rekenen of zij dit jaar in aanmerking komen voor toeslagen. Bespaaradviezen zijn te vinden op nibud.nl.
Tabel voor uitkeringen en andere lagere inkomens

Werkende minima
Er is één groep in de 117 Nibud-voorbeeldhuishoudens voor wie de koopkrachtveranderingen nu wel positiever zijn en dat zijn huishoudens die minder verdienen dan het minimumloon. Voor hen stijgt de koopkracht met gemiddeld 2 procent. Het gaat om mensen die laagbetaald werk doen, vaak in deeltijd en vaak met veel onzekerheid. Voor deze groep is de arbeidskorting extra omhooggegaan, wat zorgt voor meer koopkracht.
Extra stijging nieuw pensioenstelsel
Voor gepensioneerden met een aanvullend pensioen die met hun fonds of verzekeraar nog onder het oude pensioenstelsel vallen, stijgt de koopkracht dit jaar met gemiddeld 1,1 procent. Voor AOW’ers met een aanvullend pensioen die sinds 1 januari onder het nieuwe pensioenstelsel vallen, is de kans groot dat hun koopkrachtstijging hoger is, omdat die pensioenfondsen een deel van hun reserves kunnen uitdelen. ‘De dekkingsgraad is op het moment gunstig, dat betekent dat pensioenfondsen meer geld kunnen verdelen, dus daar hebben deze mensen profijt van,’ aldus Gijsbertsen.
Adviesbureau AON berekende dat pensioenfondsen die op 1 januari van dit jaar zijn overgegaan de aanvullende pensioenen met gemiddeld 13 procent laten stijgen. In dat geval zijn koopkrachtstijgingen van 5 procent mogelijk. De koopkrachtstijging ligt lager voor mensen met een klein aanvullend pensioen, omdat het grootste deel van hun inkomen uit de AOW komt. Voor een huishouden met € 45.000 aanvullend pensioen, gaat het om ongeveer € 200 extra per maand.
Andere wijzigingen
Mensen met een huur boven € 900 kunnen dit jaar voor het eerst ook in aanmerking komen voor huurtoeslag. Zo kan een alleenstaande met een inkomen van € 40.000 per jaar die voor een woning in de middenhuur of vrije sector € 1.000 per maand betaalt, in aanmerking komen voor € 150 huurtoeslag. Is dat inkomen € 45.000, dan kan de huurtoeslag nog € 37 per maand bedragen.
Zzp’ers merken opnieuw dat de zelfstandigenaftrek verder omlaag is gegaan. Voor hen blijft er vrijwel geen koopkrachtstijging over. In sommige gevallen daalt hun koopkracht zelfs.
Meer info: Het Nibud heeft de koopkrachtveranderingen berekend voor voorbeeldhuishoudens. Dit zijn de meest voorkomende Nederlandse huishoudens. De veranderingen zijn verwerkt in de online Koopkrachtberekenaar. Met deze tool kunnen huishoudens een beeld krijgen van de koopkrachtveranderingen die voor hen gelden.