CPB-doorrekening partijen. Niet alles is Zwart-Wit. Vuistregel: Rechts maakt armen armer. Links maakt armen rijker
De stand van de overheidsfinanciën en de wens om defensie-uitgaven te verhogen, stellen alle partijen voor dilemma’s. Zonder aanvullend beleid verslechtert het overheidstekort in 2030 tot 2,5% bbp en loopt de overheidsschuld als gevolg van de vergrijzing op lange termijn op. Daarbij komt dat alle partijen ervoor kiezen om de uitgaven aan defensie in de kabinetsperiode te verhogen; de meeste partijen (uitgezonderd GroenLinks-PvdA, NSC en BBB) laten de uitgaven nog verder oplopen tot en met 2035 met het oog op de NAVO-norm. Sommige partijen (GroenLinks-PvdA, D66, Volt) intensiveren daarnaast ook nog fors in andere uitgavencategorieën, zoals onderwijs of bereikbaarheid. Het inpassen van deze prioriteiten stelt partijen voor scherpe keuzes.

Duidelijke verschillen tussen partijen
Partijen verschillen duidelijk in hun keuze tussen ombuigingen, lastenverhogingen of oploop van de schuld. Bij veel partijen stijgen de lasten in 2030 meer dan in het basispad en vrijwel alle partijen (behalve NSC) verhogen de lasten in meer of mindere mate na de kabinetsperiode. Partijen verschillen sterk in waar ze de lasten laten neerslaan. GroenLinks-PvdA, D66, het CDA en de ChristenUnie en Volt verschuiven lasten van arbeid en inkomen naar vermogen en winst, en klimaat en milieu. Een deel van de partijen (NSC, SGP, Volt) laat de schuld verder oplopen op lange termijn en veel partijen kiezen voor ombuigingen buiten defensie.
Eigen risico zorg
Bijna alle partijen laten de collectieve zorguitgaven minder toenemen dan in het basispad. In de kabinetsperiode komt dit voornamelijk door het verhogen van het eigen risico in de Zvw en andere eigen betalingen. Op lange termijn lopen de ombuigingen met name verder op bij partijen die het basispakket in de Zvw sluiten voor nieuwe behandelingen, of het kwaliteitsniveau in de verpleeghuiszorg niet of beperkt laten toenemen. Alleen GroenLinks-PvdA, NSC en de BBB kiezen niet voor één van deze ombuigingen op de zorguitgaven na de kabinetsperiode. Alleen bij GroenLinks-PvdA nemen de zorguitgaven in de kabinetsperiode meer toe dan in het basispad.
Enkele partijen kiezen voor een grote herziening van het stelsel van belasting en toeslagen. In de vormgeving van het stelsel van inkomstenbelasting en toeslagen bestaat een fundamentele afruil tussen gerichtheid, prikkelwerking en complexiteit. Het huidige stelsel is scherp gericht op specifieke groepen en kent een hoge mate van complexiteit met veel naheffingen, niet-gebruik en grote verschillen in marginale druk. Enkele partijen kiezen voor een omvangrijke stelselwijziging, waarin vrijwel alle toeslagen en heffingskortingen worden afgeschaft en vervangen door een huishoudtoelage (Volt, JA21) of verzilverbare heffingskorting (ChristenUnie). Dit leidt bij deze partijen tot een minder complex stelsel, maar zorgt wel voor een verminderde prikkel tot betaald werk en daarmee op termijn tot minder gewerkte uren. Als gevolg van de stelselherziening is bij deze partijen de spreiding in het koopkrachtbeeld ook relatief groot. GroenLinks-PvdA, D66 en NSC kiezen voor een minder omvangrijke herziening, maar schaffen ook enkele toeslagen af.

Woningmarkt
Veel partijen grijpen in op de woningmarkt. Een aantal partijen (GroenLinks-PvdA, D66, CDA, ChristenUnie en Volt) kiest ervoor om de hypotheekrenteaftrek gefaseerd af te schaffen, hoewel partijen sterk verschillen in het tempo waarmee ze dit doen: Volt doet dit in de komende kabinetsperiode, het CDA doet dit in dertig jaar. De afbouw van de hypotheekrenteaftrek dempt de huizenprijsstijging, de mate waarin hangt af van het tempo waarin dit gebeurt. Veel partijen kiezen er daarnaast voor het woningaanbod in meer of mindere mate te vergroten door subsidies (VVD, NSC, D66, CDA, ChristenUnie en Volt) en lastenverlichting voor woningcorporaties (GroenLinks-PvdA, NSC, D66, ChristenUnie en Volt). Alleen bij de BBB, de SGP en JA21 blijft het woningaanbod min of meer gelijk aan het basispad.
Klimaat en stikstof
Partijen verschillen in hun inspanningen om de nationale klimaat- en stikstofdoelstellingen te behalen. GroenLinks-PvdA, D66 en de ChristenUnie gaan voor een combinatie van subsidies, heffingen en normeringen om klimaatdoelen te halen. Volt kiest als enige partij voornamelijk voor heffingen. NSC, de BBB en JA21 zetten voornamelijk in op lastenverlichting en ombuigingen op subsidies, waardoor de broeikasgasuitstoot juist toeneemt.
Partijen verschillen ook in de mate waarin zij zich inspannen om stikstofdoelen te behalen. GroenLinks-PvdA, D66 en de ChristenUnie zetten onder meer in op normeringen zoals grondgebondenheid van veehouderijen en staleisen. Volt kiest voornamelijk voor heffingen, zoals op broeikasgassen in de landbouw. De VVD, D66, het CDA en de ChristenUnie maken geld vrij voor vrijwillige stoppersregelingen. Tot slot intensiveren de meeste partijen in natuurherstel, behalve de BBB, Volt en JA21.
Verschillende gevolgen voor bedrijven en economie
De keuzes van partijen hebben uiteenlopende gevolgen voor het investeringsklimaat, veel partijen kiezen daarnaast voor intensiveringen in onderzoek en/of onderwijs. Bij enkele partijen komen de generieke lasten voor bedrijven hoger uit (GroenLinks-PvdA, NSC, ChristenUnie), wat ongunstig is voor het investeringsklimaat. JA21 verlaagt juist per saldo de lasten voor bedrijven.
Partijen die sterk inzetten op duurzame productie (GroenLinks-PvdA, D66, ChristenUnie en Volt) maken nieuwe bedrijfsactiviteiten mogelijk, maar dit brengt ook transitiekosten met zich mee. Veel partijen verhogen de investeringen in infrastructuur (GroenLinks-PvdA, VVD, D66, CDA, ChristenUnie, Volt, JA21) en verruimen de financieringsmogelijkheden voor bedrijven (GroenLinks-PvdA, VVD, D66, CDA en Volt), wat gunstig is voor het investeringsklimaat. De meeste partijen stimuleren in meer of mindere mate wetenschappelijk onderzoek en R&D door bedrijven. Bij GroenLinks-PvdA, D66, Volt en JA21 neemt door extra uitgaven aan onderwijs de hoeveelheid menselijk kapitaal toe ten opzichte van het basispad, bij de VVD neemt die af.
1.3 Budgettaire keuzes
In de komende kabinetsperiode nemen bij ongewijzigd beleid zowel de uitgaven als de lasten toe, politieke partijen vergroten of verkleinen deze stijging. GroenLinks-PvdA, NSC, D66, het CDA, de SGP en Volt laten zowel de uitgaven als de lasten in meer of mindere mate sterker stijgen. De VVD, de BBB en JA21 dempen juist de stijging van de uitgaven en de lasten tijdens de kabinetsperiode. Bij JA21 dalen hierdoor de lasten in de komende kabinetsperiode. Bij de ChristenUnie blijven de uitgaven en lasten per saldo ongewijzigd. De ChristenUnie, Volt en JA21 kiezen voor een grote herziening van het belasting- en toeslagenstelsel, die zowel aan de uitgaven- als de lastenkant tot omvangrijke mutaties leidt.
1.3.1 Overheidsuitgaven
Zowel tijdens als na de komende kabinetsperiode maken partijen verschillende keuzes in de overheidsuitgaven. Bij alle partijen nemen de overheidsuitgaven tot 2030 toe, maar de mate waarin verschilt. Na de kabinetsperiode blijven de overheidsuitgaven bij vrijwel alle partijen verder stijgen. Enerzijds trekken partijen extra geld uit voor defensie, anderzijds remmen veel partijen uitgaven die toenemen door de vergrijzing, zoals aan zorg en AOW-uitkeringen. In de zorg buigen veel partijen om, ze kiezen er bijvoorbeeld voor om een deel van de kwaliteitsstijging in het basispad te remmen.
Defensie
Alle partijen trekken extra geld uit voor defensie. In het basispad stijgen de uitgaven aan defensie met 3 mld euro. Vrijwel alle partijen laten de uitgaven aan defensie extra stijgen met ruim 6 mld euro tijdens de kabinetsperiode, NSC en JA21 intensiveren minder. De meeste partijen zetten de uitgavenverhoging voort tot 19,3 mld euro in 2035 met het oog op het voldoen aan de NAVO-norm (VVD, D66, CDA, SGP, ChristenUnie, JA21). Volt verhoogt de bijdrage aan de Europese Unie met het oog op defensie.

Rem op zorgkosten
Vrijwel alle partijen dempen de stijging van de zorguitgaven. In het basispad stijgen de zorguitgaven in de kabinetsperiode met 16 mld euro. Vrijwel alle partijen nemen maatregelen om die stijging van de collectieve zorguitgaven te beperken, behalve GroenLinks-PvdA. De ombuigingen lopen na de kabinetsperiode verder op. Zo leidt het sluiten van het basispakket in de Zvw - afhankelijk van de vormgeving - op termijn tot een ombuiging van maximaal 7,7 mld euro, benchmarking van verpleeghuizen tot maximaal 5 mld euro. Deze keuzes hebben gevolgen voor de toegankelijkheid en de kwaliteit van de zorg .

Sociale zekerheid
Alle partijen laten de uitgaven aan sociale zekerheid oplopen. In het basispad stijgen deze uitgaven met ruim 6 mld euro door hogere uitkeringslasten vanwege een toename van het aantal AOW’ers door vergrijzing en een oplopende werkloosheid. GroenLinks-PvdA, NSC, D66, de ChristenUnie en Volt verhogen het wettelijk minimumloon; GroenLinks-PvdA en NSC koppelen alle uitkeringen en toeslagen hieraan. De ChristenUnie, Volt en JA21 vervangen als onderdeel van hun stelselherziening alle of een groot deel van de toeslagen en heffingskortingen door een huishoudtoelage en/of een verzilverbare heffingskorting.
Ook GroenLinks-PvdA en D66 voeren een verzilverbare heffingskorting in. JA21 kiest ervoor om de huishoudtoelage te indexeren met inflatie in plaats van met lonen, waardoor deze niet welvaartsvast is. De VVD doet hetzelfde met uitkeringen. De uitgaven aan sociale zekerheid komen daardoor op termijn lager uit bij deze partijen. De VVD, de SGP, Volt en JA21 verhogen daarnaast de AOW-leeftijd, wat op termijn voort minder uitkeringslasten zorgt.
Onderwijs
De uitgaven aan onderwijs, overdrachten aan bedrijven en bereikbaarheid nemen toe bij vrijwel alle partijen. Ten opzichte van het basispad verlagen de VVD en de BBB de uitgaven aan onderwijs. De BBB verlaagt daarnaast net als JA21 de overdrachten aan bedrijven. De keuzes op het gebied van onderwijs, infrastructuur en innovatiesubsidies hebben invloed op het investeringsklimaat en de ontwikkeling van kennis (zie paragraaf 1.4.4). Andere overdrachten aan bedrijven zijn onder andere subsidies gericht op woningbouw, die door de meeste partijen verhoogd worden (zie paragraaf 1.4.8). GroenLinks-PvdA, D66, het CDA, de ChristenUnie en Volt voeren een kilometer- of congestieheffing in, waarvan de in- en uitvoeringskosten de uitgaven aan bereikbaarheid verhogen.
Over de PVV moet je speculeren Als je totalitair gedachtengoed koestert heb je niets bij transparantie te winnen, Die gedachte dringt zich op bij het herhaaldelijk niet meedoen van de PVV, de laatste jaren de grootste partij aan de doorrekeningen van het CPB. Gezien de herkomst van de PVV, de VVD en behoudens enkele populistische maatregelen, de rechtse instelling van de partij zou de partij ergens in de buurt van bovengenoemde partijen uitkomen. Dat de partij zich onttrekt aan controle is doelbewuste strategie. Die partij kan dan altijd roepen dat het anders is. |
Minder voor internationale samenwerking
De meeste partijen laten de uitgaven aan internationale samenwerking dalen. In het basispad dalen de uitgaven aan internationale samenwerking met 2 mld euro door bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking. Bij de VVD, de BBB en JA21 en nemen de uitgaven het meest af, omdat deze partijen fors ombuigen op het budget voor ontwikkelingshulp. De enige partij waarbij de uitgaven aan internationale samenwerking toenemen binnen de kabinetsperiode is Volt, die juist intensiveert in ontwikkelingssamenwerking.
De uitgaven aan binnenlandse veiligheid dalen bij alle partijen, hieronder vallen ook uitgaven aan asielopvang. In het basispad dalen de uitgaven aan veiligheid met 2 mld euro. Bij D66 is het daling het kleinst. Bij de BBB en JA21 is de daling van de uitgaven het sterkst, terwijl JA21 de uitgaven aan binnenlandse veiligheid op de lange termijn wel verhoogt. De meeste partijen intensiveren in politie of het gevangeniswezen. De VVD, het CDA, de BBB, de SGP en JA21 nemen maatregelen om de komst van asielmigranten te beperken. Asielopvang valt onder de uitgavenfunctie veiligheid, waardoor de uitgaven hieraan dalen.
Meer openbaar bestuur
De meeste partijen laten de uitgaven aan openbaar bestuur stijgen tijdens de kabinetsperiode; de uitgavenmutaties bij de overige uitgaven zijn beperkt. Extra geld naar lokale overheden verhoogt de uitgaven aan openbaar bestuur.
Alleen de VVD buigt om op het gemeentefonds door wettelijke re-integratietaken te versoberen. Daarnaast kiezen vrijwel alle partijen voor een generieke korting op het overheidsapparaat, behalve GroenLinks-PvdA en D66. Bij de overige uitgaven intensiveert alleen Volt fors in kunst, cultuur en sport, terwijl NSC extra geld uittrekt voor onder meer regiodeals en civiele weerbaarheid. De VVD, de BBB, de SGP en JA21 buigen juist om op de publieke omroep en/of cultuur.
Klimaat en milieu
De partijen maken verschillende keuzes als het gaat om uitgaven aan klimaat en milieu. Zo zijn er partijen die ombuigen op subsidies om verduurzaming te stimuleren, bijvoorbeeld via het Klimaatfonds of SDE++, en partijen die hier juist op intensiveren. Deze uitgaven hangen samen met maatregelen aan de lastenkant en normeringen die partijen invoeren op het gebied van klimaat en stikstof.

Lasten
Bij vrijwel alle partijen stijgen de lasten in de komende kabinetsperiode, en bij de meeste partijen lopen de lasten daarna verder op. Alle partijen, behalve JA21, verzwaren de lasten tussen 2027 en 2030. Maar partijen verschillen in de keuze wie de lasten betaalt (gezinnen, bedrijven, of buitenland) en in welke categorie deze geheven worden (arbeid en inkomen, winst en vermogen, of klimaat en milieu). Na de kabinetsperiode lopen bij veel partijen de lasten verder op. Dit komt onder andere door verdere afbouw van de hypotheekrenteaftrek (GroenLinks-PvdA, D66, ChristenUnie), het beperkt indexeren van belastingschijven in de inkomstenbelasting (JA21) of de verplaatsing van de eigen woning naar box 3 (Volt). Het CDA bouwt ook de hypotheekrenteaftrek verder af, maar compenseert dit voor een groot deel met lagere inkomstenbelasting.
Inkomstenbelasting
Alleen de VVD, NSC en de BBB verhogen beleidsmatig de lasten na de kabinetsperiode niet. Bij de meeste partijen nemen de lasten voor gezinnen toe, maar minder dan in het basispad. In het basispad nemen de lasten met name door stijgende Zvw-premies toe. Per saldo verlichten de meeste partijen met hun maatregelen de lasten. Meerdere partijen herzien de inkomstenbelasting.
Zo breidt NSC het stelsel uit naar vier schijven, GroenLinks-PvdA naar vijf en Volt naar zeven. Volt en JA21 voeren een belastingvrije voet in. De SGP en JA21 introduceren een splitsingsstelsel, waarin fiscale partners de helft van hun gezamenlijk belastbare inkomen krijgen toegekend als grondslag voor de belastingheffing. Een uitschieter tussen de partijen is Volt. Door het afschaffen van bijna alle heffingskortingen en aftrekposten nemen de lasten voor gezinnen flink toe. Hiertegenover staat echter de invoering van een huishoudtoelage aan de uitgavenkant.
Lasten bedrijven
De ontwikkeling van de lasten voor bedrijven verschilt tussen partijen. Zo schaft Volt alle werkgeverspremies af, wat zorgt voor een flinke lastenverlichting voor bedrijven. Ook JA21 verlaagt de lasten voor bedrijven door de overdrachts- en dividendbelasting af te schaffen en de vennootschapsbelasting te hervormen. In de plannen van GroenLinks-PvdA stijgen de lasten voor bedrijven juist, door een verhoging van de inkomensafhankelijke bijdrage (IAB) in de Zvw en het verhogen van het hoge tarief in de vennootschapsbelasting. Ook andere partijen kiezen ervoor de IAB te verhogen (NSC en CU), alleen de maximumpremiegrens daarin af te schaffen (D66 en JA21) of de tarieven in de vennootschapsbelasting te verhogen (CDA en Volt). Meerdere partijen beperken de mogelijkheden tot verliesverrekening en renteaftrek in de vennootschapsbelasting.
Vermogen en hypotheekrente
De meeste partijen verhogen de lasten op vermogen en winst, en op klimaat en milieu. Met name GroenLinks-PvdA, D66, de ChristenUnie en Volt verschuiven lasten van arbeid naar vermogen en naar klimaat en milieu. De lasten op vermogen verhogen ze door een vermogensbelasting in te voeren en de erf- en schenkbelasting te verhogen. De hypotheekrenteaftrek wordt bij deze partijen (gefaseerd) afgeschaft.
Ook het CDA faseert de hypotheekrenteaftrek geleidelijk uit. Volt verplaatst de eigen woning naar box 3, wat op termijn tot fors hogere lasten leidt. JA21 is de enige partij die de lasten op vermogen en winst verlaagt, onder andere door hervormingen in de vennootschapsbelasting. Op het gebied van klimaat en milieu verhoogt Volt de lasten fors, onder andere via de energiebelasting. De VVD en JA21 zijn de enige partijen die de lasten op klimaat en milieu verlichten door het verlagen van onder andere de brandstofaccijnzen en de energiebelasting.
Meer info: Keuzes in kaart