Zeeweringen komende decennia tussen 16 en 32 miljard duurder
Zonder onze dijken en duinen zou ongeveer de helft van Nederland onder water kunnen komen te staan. Meer primaire keringen, zoals duinen en dijken, moeten worden versterkt om in 2050 overal te voldoen aan de nieuwe, normen op het gebied van waterveiligheid. Dat is volgens verwachting: de nieuwe deels strengere normen zijn in 2017 ingegaan en de laatste schatting stamt uit 2014. De beheerders verwachten dat dit leidt tot een forsere opgave en hogere kosten.
Nieuwe omstandigheden, nieuwe normen, nieuwe onzekerheid
In 2014 is een schatting gedaan over het aantal kilometer dat aan primaire keringen moest worden versterkt. Toen werd gedacht dat het ging om ongeveer 1500 kilometer. Inmiddels is er meer kennis over de sterkte van de dijken en zijn de kosten van versterkingen gestegen.
De beheerders hebben de afgelopen zes jaar alle keringen beoordeeld aan de hand van nieuwe, deels strengere, normen. Dat heeft tot een nieuwe schatting geleid: er wordt nu door beheerders verwacht dat tussen nu en 2050 ongeveer 2000 kilometer aan primaire keringen moet worden aangepakt. Het gaat hier om een eerste inschatting: pas als een versterkingsproject is ingepland, wordt nauwkeurig bekeken welk deel daadwerkelijk versterkt moet worden.
Een grotere opgave brengt vanzelfsprekend meer kosten met zich mee. Als de huidige financiële afspraken worden voortgezet, is er € 12,6 miljard beschikbaar tot 2050. De eerste grove kosteninschatting laat echter zien dat er meer geld nodig is. Hoeveel er in totaal nodig is, is nog erg onzeker. Dat geeft ook de grote bandbreedte aan: de schatting ligt tussen € 15,7 miljard en € 32,9 miljard. Het ministerie gaat nu, samen met waterbeheerders, aan de slag met hoe de precieze opgave in kilometers en kosten kan worden aangescherpt.
Gezonde bodem en schoon water
Voldoende en schoon water en een gezonde bodem. Het is van groot belang voor iedereen in ons land. Daarom wil het kabinet water en bodem sturend laten zijn bij beslissingen over de inrichting van ons land. Dat heeft de ministerraad besloten, op voorstel van minister Harbers en staatssecretaris Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat.
Het kabinet wil bij de inrichting van Nederland meer rekening houden met water en bodem. Daarom zijn er diverse structurerende keuzes gemaakt. Veel van deze keuzes zijn randvoorwaarden waarmee provincies samen met alle betrokken partijen een gebiedsgerichte aanpak kunnen opstellen. Dit is maatwerk, want er zijn grote verschillen tussen de gebieden. Enkele voorbeelden:
|
Samenwerken met water
In november 2022 kondigde minister Harbers namens het kabinet al aan om water en bodem ‘sturend’ te maken in de ruimtelijke ordening. Dat betekent onder meer dat dijken niet alleen moeten worden verhoogd en verbreed, maar dat het ook noodzakelijk is om ruimte te reserveren voor toekomstige dijkversterkingen of rivierverruimingen.
Minister Harbers: “Eeuwenlang hebben we met eigen handen ons land gemaakt tot wat het is, bijvoorbeeld door dijken te bouwen en sloten te graven. Maar we lopen nu steeds meer tegen de grenzen aan, vanwege het intensieve gebruik en de klimaatverandering. Door meer rekening te houden met ons water, kunnen we ook in de toekomst blijven wonen en werken in Nederland. Daarom maken we nu deze keuzes.”
Meer info:
Kamerbrief over rol Water en Bodem bij ruimtelijke ordening (PDF | 32 pagina's | 1022 kB)
Kernpuntenverslag wetenschappelijke reviewcommissie kamerbrief Water-Bodem- Sturend (PDF | 9 pagina's | 1,1 MB)