‘Moordvakantie’
Zit nog net als
vorige week met vakantie in zonnig Zeeland. Zonnig? Maar niet heus. Sinds
afgelopen zondag regent het hier pijpenstelen, net zoals in Rotterdam. Zo heb
ik gehoord. Ik bevind mij momenteel in Middelharnis. Met parapluloop ik op de ellenlange winkeldijk en stap
aldaar een restaurantje binnen.
Net als ik ga zitten ontdek ik voor de
zoveelste keer weer wat ‘vergeten’ te zijn. Resulterend in een vloekje
binnensmonds. Een halve kilometer verderop bij een tijdschriftenhandel heb ik
mijn boodschappentas laten staan. Dat gebeurt mij dus vaker. Vooral als je in
gedachten bent. U kent dat wel.
De ene keer je
bril, dan weer je paraplu of je sleutels. Ik sta dus op en begin de lange weg
terug naar mijn boodschappentas. Halverwege word ik staande gehouden door een
moeder met twee kleine kinderen in een kinderwagen. Zij is duidelijk overstuur.
,,Meneer, meneer,’’ roept zij stamelend, ,,daar is iemand bezig iemand anders
te vermoorden!’’
Zij wijst naar
een ouderwetse muziekkapel waar wordt geschreeuwd en doffe dreunen klinken.
‘Heb ik dat weer’, zo luiden alle alarmbellen in mijn hoofd. Met de angstige
vrouw loop ik niettemin mee naar de plek des onheils. Vanaf een afstand zie ik
een silhouet op zijn hurken die al vloekend en scheldend keiharde stompen aan
het uitdelen is naar een figuur op de grond.
Ik houd de vrouw
met kinderen staande en nader in sluipgang de muziekkapel waar de klappen
vallen. ,,Wellicht een afrekening,’’ flitst het door mijn hoofd. ,,Misschien
hebben ze wel messen of een pistool,’’ zo redeneerde ik verder. Ik aarzel
tussen het alarmnummer bellen of de ‘held’ te gaan spelen.
Toch naderbij
gekomen zie ik dat het om een grijze zwerver gaat die met alle lelijke
vloekwoorden van dien aan het slaan is op… zijn slaapzak. Kennelijk kreeg hij
die niet in de bijbehorende opbergzak.
Met een ‘big
smile’ keer ik terug naar de wanhopige moeder. ,,Alles is in orde
mevrouw,’’ zeg ik geruststellend tegen haar. ,,Het gaat slechts om een zwerver
die ruzie heeft met zijn slaapzak!’
,,Oh, God,’’ riep
zij nu dankbaar uit. ,,Gelukkig niet nog meer ellende. Vanochtend thuis heb ik
met mijn man al genoeg meegemaakt.’’
En zo verdween
deze voor mij toch dappere vrouw met kinderen en al in de stromende regen. Mij
totaal perplex achterlatend, met vooral een gevoel van medelijden.
Zodoende vergat
ik voor de tweede keer mijn boodschappentas. Maar dat zult u mij hopelijk niet
kwalijk nemen.