Dwarsliggers genoeg
In het nieuwe jaar kijken we even terug hoe het ons afgelopen jaar is vergaan. Wat is er gelukt,zijn er voornemens of zijn er dingen blijven liggen? En er is inderdaad iets blijven liggen: mijn brugwacht gedicht. Op 12 oktober heb ik er een column aan gewijd, maar heb het gedicht toen geheim gehouden. Welnu:
In looppas ga ik over de brug,
De houten planken klinken stug,
Er hamert steeds bij elke stap,
Een wondervolle klankenpracht,
Marimba Hoog, marimba laag,
De brugwacht groet mij vaag
en zegt:
De melodie die ik hier steeds ontvank,
De uren, de dagen,
Van mensen die per benenwagen,
Over mijn brug gelopen gaan,
Ik kijk ze wuivend achterna.
Ik had destijds contact met iemand van bruggedichten. Dat is een website die verschillende poëtische uitingen bij Rotterdamse bruggen in kaart brengt en zelfs schrijfopdrachten verstrekt.
Bekend zijn twee proeven van dichtkunst op de Mathenesserbrug en de brug bij de Parksluizen. Niet te missen. In corpsgrootte 245 staat er iets te lezen. Een gedicht? Wat mij betreft is het een bundeling woorden die min of meer willekeurig zijn gekozen rond het thema ‘wachten’. Poëzie zou ik het niet noemen, het is veeleer het resultaat van een workshop in de wijk (kom je ook?).
Na mijn contact met bruggedichten volgde een reactie die er uiteindelijk op neer kwam dat ontvank in plaats van ontvang, desgevraagd door mij verklaard als een dichterlijke vrijheid in het verlengde van plank en klank, door de redactie als hinderlijke dissonant werd ondervonden. Reden genoeg om het gedicht als niet ontvankelijk te beschouwen. Geen vermelding dus op de site.
‘Onbegrip is mijn deel’, huilde ik. Redactionele strengheid doet pijn. Op elk niveau.
Destijds (1984) weigerde minister Brinkman om Hugo Brandt Corstius (Piet Grijs) de P.C. Hooftprijs te geven: (“Piet Grijs is altijd zo negatief”).
Wat chiquer ging het er aan toe bij onze zuiderburen, maar daar was de kwestie, bekend als de koningskwestie, andersom. Hier wilde de minister wél, maar de koning niet.
Boudewijn, rooms katholiek, weigerde de nieuwbakken abortuswet te tekenen. Wat nu? De Belgen hebben het simpel opgelost: voor 1 dag was de koning staatsrechtelijk buiten beeld en kon de wet worden bekrachtigd.
Dwarsliggers genoeg op deze aardbol en hoe het nu met de brugwacht moet is onzeker.
Inmiddels heb ik, creatief als ik ben, een tweede bruggedicht. Ik loop er al enkele weken mee rond, maar durf het nog niet aan te bieden. Het is eenvoudig, echt Rotterdams en het komt op de Lage Erfbrug. (Bidt met mij mee ten gunste van de ontvankelijkheid!)
In corpsgrootte 568 komt daar: KLEP DICHT!