zaterdag 18 september 2021

weekZine over stad, cultuur
en wereld

Ermenegildo Zegna (1892–1966) Foto cco
18
jul

De Man in het Ermenegildo Zegnapak

Esquire was tot voor kort een Nederlands life style magazine, uitgegeven door Hearst Magazines. Recent, op 17 Mei 2021, is het gestopt. 
Het tijdschrift werd in 1990 opgericht als de Nederlandse editie van het gelijknamige glossy tijdschrift in de VS. Dat richtte zich sinds 1933 o.a. met bijdragen van fameuze schrijvers als Ernest Hemingway, F.Scott Fitzgerald, Tom Wolfe en Norman Mailer op 'de Man met Stijl en inhoud'.

Reden van het stoppen: de almaar afnemende oplage. Life style beïnvloeden  gaat heden via het internet. Via de talloze vloggende en bloggende influencers aldaar. De geldstroom van de modeadverteerders, voorheen de voornaamste adverteerders in Esquire, vloeit daar nu naar toe. 
Beduidend minder abonnees, en  beduidend minder advertentieopbrengsten, ziedaar het einde van het blad.

Nou en? Wat heeft dat met Rotterdam te maken? Sinds wanneer is Rotterdam een modebewuste stad?  De overhemden worden hier 'met de mouwen opgerold ' verkocht!  Niet dan? Niks lavendelparfum, leve het havenarbeiderszweet!
Wie zo denkt, ziet Jules Deelder over het hoofd. 

'Nederlandse schrijvers kleden zich bedroevend slecht, volgens Arno Kantelberg, gedurende lange tijd de hoofdredacteur van  magazine Esquire. “Schrijvers, stijl zit ook in uw kleding!”
Alleen wijlen Jules Deelder kon op Kantelbergs bewondering rekenen. 

“Terwijl zijn collega’s in de jaren zeventig lang en onbestemd haar droegen, kamde hij het plat naar achteren. Hij onderscheidde zich ook met zijden shawls,  monocle, en korte fluwelen jasjes, altijd op z’n Italiaans, zonder split van achteren. Zijn directe voorgangers zijn Harry Mulisch en Couperus, geaffecteerde ijdeltuiten, dandy’s, tot leven gekomen romanpersonages.”. 

Voor der rest van schrijversbent gold volgens Kantelberg, met name voor Arnon Grunberg en Ilja Leonard Pfeiffer ( ‘de Zigeunerkoning van Genua’) : 
“Het lijkt soms wel alsof er voor schrijvers een taboe op rust om met hun uiterlijk bezig  te zijn, alsof je dan oppervlakkig bent. ”

Ook schrijver dezes interesseert kleding  niet. Ik besteed er in elk geval weinig aandacht aan. Waarschijnlijk ben ik zeer out of fashion. Het zal wel.

Twaalf jaar lang leidde ik de Stadspartij Rotterdam. Lijstduwer was de dandy Jules Deelder. ‘Lijstdouwer’ noemde hij zichzelf. Nooit een onvertogen woord van zijn kant over mijn outfit gehoord. . 

Dat was wel anders met die andere dandy, die toentertijd mijn levenspad heeft gekruist. En die met de rechtervleugel van mijn partij naar de horizon verdween… Ik heb het over Pim Fortuyn. 
Allereerst vertrok partijvoorzitter Ferry Veen ( ‘Fast Ferry’). Op de voet gevolgd door Ronald Sørensen en Barry Madlener. Beiden later, na het debacle van de LPF,  nog hoog gestegen in Wilders’ PVV, de een als senator , de ander als Europarlementariër. Ronald Sørensen is inmiddels nog verder naar rechts opgeschoven. Hij noemt zich tegenwoordig Trump-aanhanger. Trump-aanhanger in Nederland, hoe ver heen kun je zijn!

Ik had toentertijd een column in Hervormd Nederland (dat weekblad bestaat inmiddels niet meer). Daarin had ik geschreven, en dat woord ‘dartelt’ nog steeds over het internet: “Fortuyn is een fascist in Armani-pak!”  
Dat klinkt hard. Maar over het rechtspopulisme hangt nu eenmaal het de schaduw van het fascisme, zoals over het socialisme en communisme de schaduw van het Stalinisme hangt en over de Islam de schaduw van het Jihadisme. 
En, last but not least, over het liberalisme de schaduw van het kapitalisme. 

Het is zaak voor de vertegenwoordigers van bovengenoemde stromingen, die schaduw zo klein mogelijk te houden. Helemaal verdwijnen zal die schaduw nooit, de mens is nu eenmaal niet enkel goed. 
Maar ik heb niet de indruk dat de hedendaagse rechts-populistische leiders Geert Wilders en Thierry Baudet ook maar enige moeite doen om hun schaduwkant  te beperken. Integendeel. Zij spreken o.a. openlijk hun bewondering uit voor een autocraat als Poetin en onderhouden warme contacten met ultrarechtse bewegingen als Alt Right in de VS. Van zulke mensen heeft de democratie weinig goeds te verwachten.

Over die column in Hervormd Nederland werd ik toentertijd door Pim Fortuyn gebeld: “Jij weet ook niets van Fashion!  Dat is je trouwens aan te zien. Je kleedt je beroerd. Dat is geen Armani-pak, dat ik draag, dat is een Ermenegildo Zegna-pak!”
‘O, ik dacht dat je over het woord Fascist gevallen was…’
‘Ja, dat ook!’

Niet het onverzorgde uiterlijk van sommige schrijvers is mijns inziens het probleem in Nederland maar het desastreuze optreden van dandy’s in de vaderlandse politiek. In het kielzog van dandy Pim zijn dat heden dandy Geert en dandy Thierry.

Dandy's maken geen onderscheid tussen zichzelf ( de kunstenaar) en zichzelf (het kunstwerk). Zij transcenderen hun narcisme niet.

In de 'Mens in opstand' schetst Albert Camus een helder beeld van de dandy. Camus had daarbij de dandy in de literatuur voor ogen. Maar het geldt voor de dandy in de politiek misschien nog wel meer.
“De dandy kan zich alleen een plaats verwerven door zich tegenover de ander te stellen. De ander is zijn spiegel. Een spiegel die al snel beslaat. Want het menselijk vermogen tot aanhoudende aandacht is beperkt.
De dandy is daarom gedwongen steeds te verbazen. Zijn roeping ligt in het buitenissige, de overdrijving”

Geert Wilders lijkt van het edele drietal, het minst een dandy. Maar een dandy is hij wel degelijk. Een Limburgse Indischjongen, die zijn haar geel verft.  Waarschijnlijk om maar meer Hollander dan de Hollanders te zijn, meer kaaskop dan de kaaskoppen!
(Wat hebben rechtspopulisten tocht met raar haar? Zie Trump. Zie Boris Johnson)

Thierry Baudet die op een piano pingelt, die hij het Tweede Kamergebouw in heeft laten takelen, waarboven een lavendelzakje gehangen, waaraan hij nu en dan ruikt,  en een naaktfoto van zichzelf zet op Instagram, gaat aanzienlijk verder richting de totale dandy. Hij weet inderdaad  continu te verbazen. “De corona is een maar een griepje”.  En Recent : “9/11? Dat kan zo niet gebeurd zijn”. Het houdt niet op.

Maar over die curieuze vormen van dandy-isme hoor je de hoofdredacteur van Esquire niet. Die beperkt zich tot commentaar op de kleding.

Maar misschien had ik toentertijd aan de telefoon Pim Fortuyn gevatter kunnen en wel met een befaamd woord van Picasso. Jean Cocteau, ook al zo’n dichter-dandy, viel zijn vriend de schilder nogal eens lastig over diens ‘eenvoudige’ klederdracht.
Picasso placht daarop te antwoorden, “Jean, als de Edele Delen maar bedekt zijn, dat is ruim voldoende voor een èchte man!”  

Inmiddels is van Ilja Leonard Pfeijffer de roman Grand Hotel Europa verschenen. Daarin is de hoofdpersoon een schrijver geheten Ilja Leonard Pfeijffer. Hoe alter ego kun je het hebben?
Die Pfeijffer leeft zich werkelijk extreem uit in modieuze pakken en schoenen. Fortuyn is er niets bij. Deelder al evenmin. Een enkel voorbeeld (Pfeiffer, 2018:353), maar zo zijn er talloze passages  te vinden in het boek:

Ik trok mijn zwarte pak aan van Carlo Pignatelli met het roze overhemd dat ik nog in Genua had laten maken door mijn kleermaakster op Via Cannetto il Lungo, een zijden stropdas met roze bloemmotief op een zwarte achtergrond van de Antica Cravatteria van Roberte Failla in Palermo, goudkleurige manchetknopen, een goudkleurige dasspeld en mijn zwarte schoenen van Melvin & Hamilton...

Betreft het hier een Kantel(berg)punt? Heeft de Zigeunerkoning van Genua zich  de kritiek aangetrokken? Of wordt hier subtiel de spot gedreven met de precieusheid van zijn criticus, de Esquire-hoofdredacteur? 
Ik, 'Klederdracht Sjaalman', houd het op het laatste!

 

Reageren op deze column kan via een email naar contact@vandaagenmorgen.nl

Reactie Thom Holterman: Wat je vermeldde over Jules Deelder doet mij denken aan een soort poëzieavond in de Korenbeurs (Schiedam) waar Jules Deelder optrad. En ik ook. Deelder was toen gekleed in een bepaald corduroy jasje van een bijzonder groene kleur. In de Schiedamse editie van het Algemeen Dagblad,  werd in de recensie over die avond over Jules Deelder gesproken als ‘Japie de Krekel’ .Ik denk dat het eind zestiger jaren was.

Deel dit bericht met je vrienden!

Manuel Kneepkens

Manuel Kneepkens

M.M.M. (Manuel) Kneepkens (Heerlen, 26 februari 1942) is een Nederlands dichter, publicist, politicus en jurist-criminoloog. 

Na het gymnasium op het Bernardinuscollege ging hij in Leiden rechten en criminologie studeren. In 1971 vertrok hij naar de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. Daar was hij 23 jaar docent strafrecht en criminologie.

Overzicht columns