woensdag 27 oktober 2021

webMagazine over stad, cultuur
en wereld

Etalage in Bretagne Foto Ard Heuvelman

Tour de France, Kortere etappes, grotere hindernissen

25 juni 2021 (Ard Heuvelman)

Zaterdag start de Tour de France , na het EK voetbal het tweede luik van de sportzomer, met drie ritten in Bretagne.  We zijn dan bijna 118 jaar op stap met de zomerse tocht door Frankrijk, want op 1 juli 1903 vertrokken even ten zuiden van Parijs 60 renners voor de eerste Tour. In dit stuk zullen we stilstaan bij de enorme verschillen tussen de wedstrijd toen en nu en een blik op de toekomst werpen. Wat is er veranderd in deze epische tocht en hoe zal het verder gaan?

't begon met een krant

De enige reden waarom een aantal vermetelen ooit met de Tour zijn begonnen is de vergroting van de oplage van hun sportkrant. In de belle époque was wielrennen enorm populair in Frankrijk en het enige massamedium in die tijd was de gedrukte pers. In hun concurrentiestrijd organiseerden de sportbladen grote wielerwedstrijden om lezers te trekken. Dat lukte pas goed met een ronde door Frankrijk van het sportblad L’Auto. Gedurende de Tour steeg de omzet van het blad spectaculair van 20.000 exemplaren bij aanvang van de wedstrijd tot ruim 100.000 aan het slot. Het was het eerste grote feuilleton van de sport dat de liefhebbers graag tot zich namen. De concurrentie werd daarmee weggevaagd. Tegenwoordig draait vrijwel alles om televisie, d.w.z. om de verkoop van uitzendrechten. Hoewel die voor wielerwedstrijden een schijntje zijn in vergelijking tot voetbal, tennis of formule 1, haalt de huidige organisator daar een zodanig bedrag op dat zij verreweg de belangrijkste speler is in de wielersport. De organisatie van de Tour is na L’Auto in handen gekomen van de bladen L’Equipe en Le Parisien Libéré en daarna opgegaan in Amaury Sports Organisation (ASO). Hun wedstrijden brengen aan rechten jaarlijks ruim honderd miljoen euro op, vooral de Tour met kijkers over de hele wereld.

Van 6 naar 21 etappes

De eerste Tour was werkelijk een ronde van Frankrijk omdat het parcours was uitgezet langs de rand van het land. De wedstrijd bestond uit zes etappes van elk gemiddeld 400 kilometer met daartussen steeds een of meerdere rustdagen. Van Parijs reed men naar Lyon (467km), Marseille (374km), Toulouse (423km), Bordeaux (268km), Nantes (425km) en tenslotte terug naar Parijs (471km), totaal 2428km. Er zat nog geen hooggebergte in, maar de tocht was lang en zwaar, over meest onverharde wegen, de steden uitgezonderd. De hoge bergen deden mondjesmaat hun intrede en de befaamde cols als Mont Ventoux en Alpe d’Huez werden pas na de tweede wereldoorlog in de koers opgenomen. Het parcours van 2021 concentreert zich op het zuiden van Frankrijk met een doortocht door de Alpen en de Pyreneeën. In de 21 etappes, waarvan er slechts drie de 200 kilometer lengte overschrijden, zijn 19 beklimmingen van de eerste en de buitencategorie opgenomen, waarbij tweemaal de Mont Ventoux. Voorts zijn er twee rustdagen voorzien.

Knechten en miljonairs

Een enorm verschil zien we in het soort renners dat aan deze onderneming deelneemt. In de eerste Tour ging het om een grote meerderheid van gelukszoekers uit de lagere klassen van de bevolking, die via de koers enig fortuin bijeen trachtten te schrapen om zo uit hun ellendige bestaan te ontsnappen. Dat lukte winnaar Maurice Garin wonderwel. Hij was met zijn ouders uit de Aostavallei naar Noord-Frankrijk geëmigreerd en werd daar door zijn vader als schoorsteenvegersknecht verhuurd. Gelukkig bleek hij zeer goed te kunnen fietsen en zo kon hij zichzelf voor veel meer geld verhuren aan fietsfabrikant La Française uit Parijs. Een aantal echte profs met een contract van een fietsfabriek nam het vertrek, maar de meeste vertrekkers waren avonturiers, in het dagelijks leven fabrieksarbeiders of landbouwers. De wielersport is zo jaren geassocieerd met simpele boerenzonen die zich louter in korte dialectrijke bewoordingen konden uiten. Maar dat is tegenwoordig wel anders: van alle sporters behoren wielrenners heden ten dage tot de hoogst opgeleiden. Zo zullen in de Tour o.a. bio-ingenieur Jan Bakelants, student economie Tiesj Benoot en filosoof Guillaume Martin, gespecialiseerd in Friedrich Nietsche, van start gaan. Onze Bauke Mollema moet het slechts met een propedeuse economie doen. Ook is het aantal nationaliteiten met de jaren sterk toegenomen. Aan de eerste Tour namen vrijwel uitsluitend Fransen deel, en ook een paar Belgen, Zwitsers en Italianen en een Duitser. In de Ronde van dit jaar zullen zeker 27 nationaliteiten aan het vertrek komen, niet alleen Europeanen uit allerlei landen, maar ook renners uit alle overige continenten. Het wielrennen is eigenlijk pas in de jaren tachtig veel internationaler geworden, inclusief internationale sponsors en veel hogere salarissen voor de renners. Daarvoor was de koers een bijna puur Europese aangelegenheid.

In de Tour gaan o.a. bio-ingenieur Jan Bakelants, student economie Tiesj Benoot en filosoof Guillaume Martin, gespecialiseerd in Friedrich Nietsche, van start

De winnaar van de Tour kan rekenen op de gele trui en een hoofdprijs van 500.000 euro. Etappewinst levert 11.000 euro op. Maar normaliter worden prijzen verdeeld onder ploeggenoten en ondersteunend personeel, dus uiteindelijk telt vooral de eer. De grote vedetten moeten het vooral van hun salaris hebben. Dan gaat het om ruim vijf miljoen euro voor renners als Froome, Sagan en Pogačar en ongeveer 2 miljoen voor Mathieu van der Poel, alles met overige sponsor- en reclamecontracten niet meegerekend. Dat was in de beginperiode niet anders. Garin kreeg voor zijn Tourzege in 1903 een hoofdprijs van 6.125 francs. Zijn jaarcontract bij La Française was ruim tweemaal zoveel. Ter vergelijk: in die tijd ontving een Franse postbode jaarlijks 1.100 francs salaris en een mijnwerker toucheerde tussen 1.300 en 1.500 francs. Tientallen jaren, van na de eerste wereldoorlog tot diep in de jaren tachtig, hebben renners vooral van hun prijzengeld moeten leven vanwege de lage salarissen die toen werden betaald.

Van nijptang naar electronische versnelling

De vroegste Ronde van Frankrijk was nog eens extra zwaar door het materiaal waar de renners zich mee moesten behelpen. In 1903 reed men op stalen fietsen van ongeveer 15 kilo met alleen een voorrem en een vast tandwiel op de achternaaf (geen freewheel). Aan het stuur was een tas bevestigd met eten en drinken en veel gereedschap, want hulp bij pech was niet toegestaan. Sleutels, schroevendraaier, een nijptang, spaken, een stuk ketting in de tas en ook nog een aantal reservebanden om de schouders geknoopt. Tegenwoordig rijdt men op fietsen van net geen zeven kilo met koolstof frames en elektronisch gestuurde versnellingsapparaten met tientallen keuzemogelijkheden en bij honger, dorst of pech wordt hulp geboden uit een ploegauto. De wegen in Frankrijk zijn sterk verbeterd en worden voor de Tour goed onderhouden.

Maurice Garin dronk voor de start van elke etappe rustig een fles rode wijn met een sigaretje erbij

Gegeten werd er vroeger ook in de koers en hoe! De af te leggen afstanden waren zo enorm dat de renner dit nooit in calorieën kon ‘bijeten’ en dus propte men zich maar vol met kippen- en schapenbouten, eieren, sandwiches met kaas, ham of jam en ook wel fruit. Bij bevoorradingsposten onderweg werd opnieuw gebunkerd. Maurice Garin dronk voor de start van elke etappe rustig een fles rode wijn met een sigaretje erbij. Veel eten bleef lange tijd gangbaar in het wielrennen. Tot in de jaren tachtig zwoer de gemiddelde renner bij een biefstuk met pasta bij het ontbijt. Veel gedronken tijdens de wedstrijd werd er echter niet. Dat werd als slecht beschouwd. Zelfs bij extreem warm weer werd het drinken afgeraden, maar werden onderweg wel de dorpspompen en cafés overvallen. Tegenwoordig wordt in de topploegen elke maaltijd afgewogen en op elk individu toegesneden en speciaal bereid voor de renners. Voor onderweg is er vloeibaar voedsel en snelle suikers. Voldoende vocht innemen wordt aangeraden. Stimulerende middelen waren schering en inslag vroeger. Doping was ook helemaal niet verboden tot in de jaren zestig. Maar de zwaardere middelen dateren pas van na de tweede wereldoorlog. In de eerste Tour kwam men niet verder dan cafeïne, alcohol en ‘vin Mariani’, wijn waarin een oplossing uit de cocaplant was gemengd. Nu heeft iedere renner een bloedpaspoort, wordt er veelvuldig ook buiten competitie gecontroleerd en lijkt dopinggebruik wel haast uitgebannen.

Om meer kijkers te trekken: Kortere etappes met grote hindernissen

De Mont Ventoux wordt tweemaal beklommen Foto Ard Heuvelman

Behalve dat de renners nog zelf moeten trappen is alles veranderd in de Tour sinds het begin en er staan meer veranderingen te wachten. De constante factor is dat de Tour de France verreweg de populairste wielerwedstrijd is waar het hele circus van sponsoring en tv-rechten feitelijk om draait. Het is zelfs de vraag of het beroepswielrennen wel overeind zou blijven zonder die Tour. De rondrit door Frankrijk is de kurk waar de hele beroepswielrennerij op drijft. Succes in de Tour levert een enorme hoeveelheid publiciteit en dus geld op voor de sponsors. De macht van organisatie ASO (what’s in a name?) overstijgt dan ook die van de internationale bond UCI. Het wielrennen was de eerste en populairste mediasport, maar in het huidige concurrerende media-aanbod zal de belangstelling verder gaan afnemen. In het wielrennen probeert men daarom steeds het spektakel te vergroten om meer kijkers te trekken. Kortere etappes met grote hindernissen, zoals steilere hellingen, raken steeds meer in zwang. De hang naar vroegere heroïek komt tot uiting in het opzoeken van slecht bestraat of onverhard wegdek. Om te voorkomen dat de kapitaalkrachtige ploegen de wedstrijd beheersen zal het aantal deelnemers per ploeg worden verminderd. Dat zijn ontwikkelingen die onvermijdelijk lijken. Wat de toekomst ons nog leert? Vanaf zaterdag zien we verder.  

Reacties naar contact@vandaagenmorgen.nl  o.v.v. Tour  

 

Zie ook:

Deel dit bericht met je vrienden!