'Downtown' opent NFF en krijgt prijs van de filmkritiek
Er is iets bijzonders met de nieuwe film van Michiel van Erp aan de hand. Dat de makers en crew bij de opening van het Nederlands Film Festival afgelopen vrijdag een staande ovatie kregen, is niet zo uitzonderlijk (opening NFF, enthousiast filmpubliek), maar hier leek iets anders gaande. Allereerst is er het onderwerp van de film: drie mannen die vanuit het midden van de ene epidemie, corona, terugblikken op die andere, geheel verschillende, maar nog dodelijker epidemie in de jaren tachtig en hun levens en liefde daarin.
Het bijzondere zit 'm, en dat zou je bijna vergeten na de grotendeels positieve ontvangst, met name ook door de Amsterdamse coterie en bijbehorende media, in de dramatische opbouw en uitwerking van de film. Die is vrijwel vlekkeloos.
Natuurlijk, de film doet iets wat in de Nederlandse speelfilm nog nauwelijks gedaan is: een beeld geven van de aanvang en gevolgen van de hiv- en aidscrisis van de jaren tachtig in Amsterdam, van binnenuit. Ook bijzonder is dat de rollen van de drie vrienden (Ron, Lennart, Bas), minnaars uit de jaren tachtig, 35 jaar later gespeeld worden door oudere acteurs. Ze blikken terug en de kijker blikt met hen mee. Een niet onbelangrijke betekenislaag daarbij is dat de drie oudere vrienden elkaar weer zien in 2021, te midden van de corona-epidemie. Een epidemie die op haar manier even dodelijk, want grootschaliger verspreid, als het hiv-virus was. Ironie van het lot was dat beide virussen hun eigen doelgroepen hadden: hiv vooral promiscue levende gays en Afrikanen, en corona vooral ouderen en mensen met een zwakkere gezondheid.
De jongens van toen, gespeeld door Daniël Cornelissen als Ron, Sebastián Mrkvicka als Lennart en Thor Braun als Bas, zijn in het heden van de film (rond 2021) oud geworden. Nu worden ze, in dezelfde volgorde, gespeeld door Yorick van Wageningen, Hans Kesting en Roeland Fernhout. Je ziet hun karakters nog duidelijk terug: de doelgerichte, zich verantwoordelijk voelende Ronnie, de grillige Lennart, en de onbezorgde, wat naïeve Bas, zowel in hun versies van 1986 als in ons heel nabije verleden van 2021.
Die drie jonge mannen kijken in 1986, tijdens de grootste hiv-plaag in Amsterdam, niet alleen niet vooruit omdat ze jong zijn en met volle kracht leven, maar even later ook niet omdat het hiv-virus elke speculatie over de toekomst voor hen wankel maakt.
Het scenario van Frank Houtappels werkt precies en doseert slim en ‘ongemerkt’ flashbacks en flashforwards door elkaar. Het eigenlijke verhaal is dat van een ramp die een hele onbezorgd erop los levende subcultuur overkwam, en die juist de ramp van het coronavirus (die weer zo zijn eigen slachtoffers uitkoos, dit keer met minder promiscuïteit en meer op lichamelijke weerbaarheid) spiegelt.
De regie en het spel van de acteurs zijn al even precies: de grillige Lennart, de onbezorgd vrolijke en wat naïeve Bas, en de meest volwassene van het stel, Ronnie. Het zijn jong en oud allemaal net genoeg karakters die, behalve zichzelf, ook het soort universele eigenschappen hebben die maken dat je je als toeschouwer (man of vrouw, homo of hetero) tot hen kunt verhouden. Terwijl het uiteindelijk een drama is over 'de ziekte', het 'virus' (met corona als 'kleutervirus' als nieuwe, eigentijdse achtergrond) in de specifieke biotoop van Amsterdam, lijkt de film door slim gebruik van narratieve technieken (zoals een 'grote' liefde, een driehoeksverhouding, tijdssprongen en een soort parallel met de corona-epidemie) uit te stijgen boven een op sekse of ziekte bepaalde genrefilm.
Dat was niet de intentie van de makers, regisseur Van Erp en scenarist Houtappels. Natuurlijk wilden zij een goede film maken, maar ze wilden nadrukkelijk ook een film over de hiv-epidemie in het toenmalige Amsterdam. De film primair op die laatste intentie beoordelen doet hem echter te kort.
Een jury van de Kring van Nederlandse Filmcritici (bestaande uit Sasja Koetsier, Nico van den Berg en Ronald Glasbergen) koos Downtown unaniem als winnaar: "Door [...] regie, [...] spel en de soepele, gedreven vertelling wordt Downtown een universeel menselijk drama." |
Het spel, evenals de regie ondersteund door de montage, ligt precies op dat dunne midden dat goed spel van schmieren of underacting onderscheidt. Het 'oudere' deel van Downtown is bedoeld, gemaakt en uitgevoerd als Tsjechoviaans karakterdrama, met dien verstande dat er in de tijd en het land van de Russische meester nog geen wildbeestende homoscene in de MAZZO was, inclusief alle laat-20e-eeuwse welvaart die verschillen tussen verwende jongens zoals Lennart en gewonere ploeteraars als Bas en Ronnie al redelijk gelijktrok.
Het geslaagde gebruik van verteltechniek maakt, samen met het spel en de mise-en-scène, Downtown, met zijn niet zo heel ingewikkelde verhaal genrefilm of niet, tot een uitstekende film.