'Bazaar' (Murder in the Building) of waarom Fransen zoveel van Hitchcock houden
Rémi Bezançon maakte met Bazaar (Murder in the Building) de slotfilm van het IFFR een stevig onderbouwde hommage aan filmmaker Alfred Hitchcock. Een van diens beste films, Rear Window, gaat over kijken, luisteren en cinema. Fotojournalist Jeff, die gewend is een zwervend bestaan te leiden, zit door een gebroken been aan huis gekluisterd. Meer nog dan aan zijn been zit hij vast aan zijn camera met telelens: gewend als hij is de wereld door het oog van de lens te bekijken. Vanuit zijn rolstoel observeert hij de appartementen aan de overkant van de binnenplaats in Greenwich Village, New York, waar hij woont. Jeff wordt gespeeld door James Stewart, een van de meest geliefde acteurs van de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw en dat is ook de tijd waarin het verhaal speelt.
In 1954, toen Hitchcock de film maakte, gold hij voor veel filmcritici als een kundige vakman die degelijk entertainment voor het grote publiek leverde maar niet veel meer. Schrijver en filmcriticus Graham Greene vond hem bijvoorbeeld oppervlakkig en zonder veel psychologische diepgang. De beroemde filmmaker Orson Welles noemde Rear Window zelfs de slechtste film die hij ooit had gezien — tot Hitchcocks Vertigo uitkwam; die vond hij nog slechter. Welles’ kritiek dat Hitchcocks films soms waren “uitgelicht als tv-shows” raakte wel een punt.
In Frankrijk was intussen een nieuwe generatie naoorlogse filmliefhebbers opgestaan, onder wie schrijvers als Rivette, Chabrol, Truffaut en Godard van het tijdschrift Cahiers du Cinéma. Voor hen was Hitchcock het prototype van de filmauteur: iemand die met zijn stijl en visie — in Rear Window vooral obsessie en voyeurisme — en met zijn creatieve en technische vondsten een uniek stempel op zijn films drukte. Truffaut en Chabrol schreven boeken over Hitchcock en waren daarmee pioniers van wat later een omvangrijke Hitchcock-bibliotheek zou worden.
Bezançon brengt in zijn film deze elementen en nog veel meer samen in een gelaagde vertelling die tegelijk pastiche en nieuw verhaal is. François (Gilles Lellouche), schrijver van spectaculaire fin-de-siècle-detectiveverhalen, woont in onze digitale tijd aan een Parijse binnenplaats. Zijn schrijfwerk — en zijn writer’s block — spelen zich thuis af. Zijn echtgenote Colette (Laetitia Casta) is hoogleraar filmstudies met als specialisatie Hitchcock. De film wisselt haar colleges af met wat zich rond de binnenplaats afspeelt. Wanneer een nieuw echtpaar aan de overkant komt wonen — de man acteur (Guillaume Gallienne), de vrouw theaterdirecteur — groeit de nieuwsgierigheid. François en Colette bezoeken een voorstelling van hun nieuwe buren. Later ziet Colette, geheel in Hitchcock-stijl en met een verrekijker, een ruzie tussen hen. Ze vat argwaan op: het begin van een smakelijke misdaadkomedie die voor Hitchcock-liefhebbers een feest van herkenning is.
Door uitgekiende crosscutting tussen Colettes colleges en de toenemende argwaan van het echtpaar krijgen we terloops lessen in Hitchcock suspense — laat het publiek weten wat er dreigt, maar houd de personages in het ongewisse. De MacGuffin verschijnt, er is een cameo van Hitchcock, en in een lesje Psycho vloeit alvast het nodige bloed.
Alles bij elkaar maakt dat het knap gemaakte Le Crime du 3e étage, aka Bazaar (Murder in the Building), tot een ideaal, upbeat einde van het filmfestival.
Verscheen eerder op Screen Anarchy