Rotterdams Studenten Corps groeit. Waar zijn die ouders?
Het is maar goed dat Rotterdamgeen middelgrote Nederlandse stad is maar een soort metropool. Daardoor kunnen studenten van de Erasmus Universiteit het straatbeeldniet beheersen. Behalve in bepaalde stukken van Kralingen zijn ze nergens dominant aanwezig.
Dat is een zegen, zo blijkt bij het begin van het nieuwe studiejaar. Het Rotterdams Studenten Corps ziet zijn ledental namelijk groeien, terwijl het Rotterdams Studenten Gezelschap tien procent inboette. Zo krijgen de corpsballen een grotere greep op de universiteit. En dat is slecht nieuws.
U moet weten dat de ErasmusUniversiteit vergeleken met die in Leiden, Groningen, Utrecht en Amsterdam een jonge instelling is. Ze komt voort uit een Handelshogeschool, die pas in 1913 is gesticht.
Het Rotterdams Studenten Corpsis dan ook evenmin erg oud. Daarom stond het ooit bij de zusterverenigingen bekend als een gekotst corps. De gediscrimineerde leden deden extra hun best het zo ontstane minderwaardigheidscomplex te beteugelen met stevige ontgroeningen en tal van mores, die hun gedrag bepaalden tegenover elkaar en de ploerterij.
Datblijkt nu een prima verkoopmodel. De concurrentie van het Rotterdams Studenten Gezelschap dat niets van ontgroenen of rare gewoontes moet hebben, kan het niet goed aan.
Misschien is dit een klein blijk van de verdere verrechtsing en het verval van de westerse samenleving. Dat is moeilijk vast te stellen. Maar vervelend is het wel. Corpora en de netwerken van hun oud leden dragen namelijk niet bij aan een meritocratische samenleving maar aan een maatschappij waar in de hogere regionen vooral hetons-kent-ons geldt.
De verwatenheid waarmee het stereotype corpslid zich gedraagt, is een voorafschaduwing van de stijl van leiding geven die je van zo iemand kunt verwachten. Daarom is het goed en heilzaam dat in onze multiculturele stad de geest van het Studenten Corps niet meer kan worden dan een curiositeit. Verwatenheid en uit de hoogte doen om je accent en niet om je hersens zal bij ons nooit de norm worden.
Aan de andere kant: als je die corpsballen huis ziet houden aan de openbare weg, dan denk je tóch: waar zijn die ouders?
hanvanderhorst@vandaagenmorgen.nl