Deel Rotterdammers ziet de overheid als vijand
(opinie) Het was te verwachten maar het komt elke keer toch weer aan: veel Rotterdammers mijden de stembus. Ze denken dat het toch niet uitmaakt en vinden dat ze wel wat beters te doen hebben dan de gang naar die school of dat gemeentelijke kantoor in de buurt. Stemmen is een kleine moeite maar zelfs die hebben ze er niet voor over.
Dit leidt altijd tot meewarig commentaar over gebrek aan politiek bewustzijn of het gegeven dat veel Rotterdammers nu eenmaal tot groepen behoren die op afstand staan tot het politieke proces. Dan volgt de vaste riedel: jongeren, mensen die handenarbeid verrichten, migranten en hun nazaten.
De onderzoekers van dit fenomeen dat zich op 22 november weer fenomenaal voordeed, geven de gemeenteraadsleden de schuld. Die vertonen zich te weinig in de wijken. Dan krijg je dat.
Verontrustend
Ze zeiden nog iets anders: je mag de niet-stemmers niet wegzetten als 'afgehaakten' een term die de sociale wetenschapper Josse de Voogd gebruikt voor burgers die alle vertrouwen in de politiek verloren hebben. De Rotterdamse onderzoekers stellen vast dat niet-stemmers in hun eigen omgeving vaak heel actief zijn.
Dát is pas zorgwekkend. Dit zijn geen mensen die bij de pakken neerzitten maar hun eigen plan trekken. Zij hebben geleerd dat zij van de gemeente en van de andere autoriteiten alleen maar slechte dingen kunnen verwachten: controles, boetes, verboden. De overheid is hun vijand. Die ontloop je zoveel mogelijk. Die hoeft niet te weten waar je mee bezig bent want dat levert alleen maar hinder op.
Zo ontstaat een parallelle samenleving. Wie goed oplet, ziet daarvan overal de sporen.
Veel Rotterdammers vinden het stadhuis op de Coolsingel en zijn inwoners op zijn best irrelevant. Daar loop je liefst met een boog om heen. Dat is inderdaad geen afhaken. Dat is een vorm van politiek bewustzijn.
Het is de vraag of we daar blij mee moeten zijn.