Verloren kunst schreeuwt om Wederopbouw Museum

31 maart 2017 door Zettie Leeuwenburgh
Verloren kunst schreeuwt om Wederopbouw Museum
Foto Jan van Helleman

Rotterdam - Een brede glimlach vliegt over het gezicht van Lito van Reede, de zoon van de vorig jaar overleden Rotterdamse lithografisch kunstenaar Johan van Reede (95). "Ik heb goed nieuws gekregen. 'De Vogelboom', een mozaïek van mijn vader in het Beatrixbad van het Oostelijk Zwembad in Rotterdam-Kralingen, dat wordt opgeknapt, blijft behouden voor nieuwe generaties Rotterdammers. Het heeft mijn vader heel veel pijn gedaan, dat er zoveel van zijn kunstwerken waren verdwenen, zonder enige voor-aankondiging.¨ (Foto: Jan van Helleman)

De wonderen zijn de wereld nog niet uit. De ´sloopziekte´, waaronder Rotterdam al jaren lijdt, lijkt iets minder te worden. (Foto hiernaast: Jan van Helleman)

Toch is Lito van Reede terecht niet tevreden. De vakdocent tekenen in het VO, Rotterdam én ´wederopbouw-kind´ streeft naar een speciaal museum over de wederopbouw van Rotterdam. ¨Als toeristen in Amsterdam komen, is het Anne Frankhuis één van de eerste musea, waar zij naar toe willen. De geschiedenis trekt duizenden bezoekers, die precies willen weten wat er is gebeurd en hoe de familie Frank leefde.

Zo´n mooie trekpleister kunnen we in Rotterdam ook goed gebruiken. Het fraai opgeknapte Schielandhuis, dat stamt uit de zeventien eeuw, zou er heel geschikt voor zijn. Zeker nu er half april een brasserie bij komt, waar toeristen én Rotterdammers kunnen neerstrijken om nog eens rustig over de geschiedenis van Rotterdam na te kunnen denken.¨

Lito van Reede gaat niet over één nacht ijs. Hij draagt nog meer mogelijkheden aan. ¨Ook een deel van het Verhalenhuis, waar de befaamde fotograaf/lithograaf Wally Elenbaas een tijd heeft gewoond, zou als museum kunnen worden ingericht. (Foto hiernaast: Jan van Helleman)

Het Museum Rotterdam zou ook een mooie ruimte zijn. Er is meer dan genoeg materiaal, zoals de maquette van Rotterdam voor handen. Niets is echter bij elkaar gezocht en te zien, zelfs het beroemde boekje ´Rotterdam, van Vissersdorp tot Wereldhaven´ ligt ergens in het Rotterdamse Archief opgeslagen. Het museum Boymans van Beuningen, dat tot nu toe nauwelijks aandacht heeft willen schenken aan de kunstwerken van overleden Rotterdamse kunstenaars, heeft ook werk in depot liggen. Ik vraag me altijd af waarom er in New York wél belangstelling voor is en hier, in eigen stad, niet”?

Er is hier zo weinig aandacht voor overgebleven kunst, dat zelfs het ´houtje-touwtje-springende meisje´, een muurschildering van Co van Westerik op de Coolsingel aan het vervagen is. Dat is ook het geval met ´De Bloem´ op de hoek van de Zaagmolenstraat/Derde Pijnackerstraat in Crooswijk.¨

Lito van Reede is niet de enige die droomt over een ´Museum van de Wederopbouw´. Oude en nieuwe, jongere Rotterdamse kunstenaars steunen hem. Alleen wordt de steun van de oude generatie steeds kleiner. (Foto hiernaast: Jan van Helleman)

Ook de Stadsdichter en voormalig gemeenteraadslid Manuel Kneepkens is een voorstander van het tentoonstellen van de schone kunsten in Rotterdam. Alsof hij een boodschappenlijstje bij zich heeft, somt hij op wat er aan kunst is verdwenen. ,,Allereerst het Marten Toonder Monument bij het Station Blaak. Dat is in 2014 tijdelijk opgeslagen. In 2016 zou het weer terugkomen, maar het is nog steeds weg.

De drie Gratieën, een geschenk aan Rotterdam van Bankier Mees op het Stadhuisplein, werd eveneens opgeslagen. Op de tekeningen van de nieuwe indeling van de Coolsingel heb ik deze ´schone dames´ niet kunnen ontdekken. Er gaan al een tijdje geruchten dat het beeld werd gestolen, en zelfs is opgedoken in Breda.¨

Manuel Kneepkens zucht eens en zegt dan: ,,Metaaldieven hebben al vaker een kunstwerk proberen te slopen. Het Erasmusbeeld op het Grote Kerkplein zou zijn omgevallen, maar in werkelijkheid werd het omgetrokken. Boven op de bol van Erasmus kun je nog een deukje zien, waar zomaar een ´neutje´ zou kunnen staan. De metaaldieven richtten ook aardig wat schade aan in het Arboretum bij de Honingerdijk.¨ Even haalt hij diep adem en vervolgt dan: ,,Weet je dat Rotterdam de eerste stad ter wereld had kunnen zijn met een ´Vredesstraat´?

In de Karel Doormanstraat waren tegels met schepen neergelegd die verwezen naar de Britse en Nederlandse handelsovereenkomsten. De eerste zes waren er niet genoeg om de hele straat te betegelen, maar er zouden er meer komen. Jammer genoeg waren er al vier verdwenen, voordat het zover was. Die bleken door stratenmakers gewoon ergens verdeeld over de zijstraten. Daarmee was de kans op de allereerste ´Vredesstraat´ verkeken. De tegels hadden beter veilig in een museum kunnen liggen.¨

De dichter in Manuel Kneepkens ´proeft´ als het ware de woorden ´Museum van de Wederopbouw´ zorgvuldig, en je ziet hem bijna denken: ´ja, dat smaakt goed, dat smaakt naar het museum dat Rotterdam zo hard nodig heeft´! (Foto hiernaast: 'De Vogelboom' van Johan van Reede in het Oostelijk Zwembad)

 

Cookies

Deze website gebruikt noodzakelijke cookies voor een correcte werking en analytische cookies (geanonimiseerd) om de statistieken van de website bij te houden. Marketing cookies zijn nodig voor laden van externe content, zoals YouTube-video's of widgets van Sociale Media. Zie ons cookiebeleid voor meer informatie, of om je instellingen later aan te passen.