Nederlandse slaventransporten waren 'goed verzekerd'
Verzekeraar a.s.r. biedt voor het gedrag rond de slavernij van haar rechtsvoorgangers haar excuses aan.
Verzekeraar a.s.r. heeft tussen 2023 en 2026 historisch onderzoek laten uitvoeren door historisch onderzoeksbureau Stad en Bedrijf naar het koloniale en slavernijverleden van haar rechtsvoorgangers. Uit het onderzoek blijkt dat rechtsvoorgangers van a.s.r. het koloniale en slavernijsysteem actief mede mogelijk maakten. Zij verzekerden slavenschepen, koloniale goederenstromen en handelsbelangen die direct verbonden waren met slavernij en dwangarbeid.
400 gulden per slaafgemaakte 'Op de polis voor het schip de Zeemercuur van de Middelburgse Commercie Compagnie in 1791 stond bijvoorbeeld expliciet vermeld dat het risico liep tot ‘de laatste slaav, slavin, jonge of meisje zal zijn verkogt en gelost’. Voor iedere slaafgemaakte die ‘in gevallen van revolte of opstanden daaruijt spruitende onheilen onder de slaven en slavinnen’ kwam te overlijden, verklaarde Stad Rotterdam zich met ondertekening van de polis bereid 400 gulden aan de slavenhandelaar als schadevergoeding uit te betalen' [Red. citaat van pag. 25 van het onderzoeksrapport] |
167 transporten
Het onderzoek, laat zien dat de oudste rechtsvoorganger, Stad Rotterdam, tussen 1720 en 1802 in totaal 236 verzekeringen sloot op 167 transporten van tot slaaf gemaakte mensen. Stad Rotterdam stelde als verzekeraar grote en kleine slavenhandelaren in staat hun financiële risico’s te beperken. Daarmee faciliteerde Stad Rotterdam de handel in tot slaaf gemaakte mensen uit Afrika. Dit betrof geen incidentele betrokkenheid, maar de verzekeraar maakte onderdeel uit van het systeem van slavenhandel en verdiende aan de uitbuiting van tot slaaf gemaakte mensen.
Daarnaast beschrijft het onderzoek hoe andere rechtsvoorgangers van a.s.r. verweven waren met het koloniale systeem in wat nu Indonesië is. Zo waren vier andere rechtsvoorgangers tot ver in de negentiende eeuw verbonden met het cultuurstelsel. Zij waren betrokken bij de handel in opium en dwangarbeid op koffie- en suikerlocaties.
Excuses
Op 30 juni 2026 bracht a.s.r. de resultaten van het onderzoek naar buiten. CEO Ingrid de Swart zei daarbij onder meer: ‘Het onderzoek geeft inzicht in een pijnlijke bladzijde uit onze geschiedenis. Onze rechtsvoorgangers hebben bijgedragen aan een systeem dat zóveel mensen ernstig onrecht heeft aangedaan. a.s.r. biedt hiervoor haar excuses aan. Wij zien ons verleden onder ogen en nemen onze morele verantwoordelijkheid voor de betekenis daarvan in het heden en de toekomst.’
Betekenisvolle invulling...
Het rapport vormt voor a.s.r. het startpunt voor verdere dialoog en verder onderzoek naar de vraag hoe wij onze excuses betekenisvol kunnen invullen. Dat vraagt om luisteren, om reflectie en om concrete vervolgstappen. Juist daarom wil a.s.r. dit gesprek voortzetten met medewerkers, betrokken gemeenschappen en maatschappelijke partners.