Ilse van der Meer (Leefbaar): "Ik geloof in het 'ouderwetse' volksvertegenwoordigen"
Ze is nummer twee op de lijst van Leefbaar Rotterdam voor de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart, maar haar wortels liggen in de wijk. Ilse van der Meer (44) maakte furore als voorzitter van de wijkraad in Kralingseveer, werkte jaren in Nieuw-Zeeland en combineert nu haar ervaring uit het bedrijfsleven met een scherpe politieke blik. In een open gesprek vertelt ze over haar drijfveren, de toekomst van Rotterdam en de weg naar 18 maart.
‘Aanpassen is vanzelfsprekend, maar niet voor iedereen’
Ilse van der Meer is geen politicus die achter haar bureau blijft zitten. “Ik ben gewoon iemand die de straat op gaat, met mensen praat en me inzet als vrijwilliger”, zegt ze. Die drive ontstond niet alleen in Rotterdam, maar ook ver daarbuiten. Na haar opleiding vertrok ze naar Nieuw-Zeeland, waar ze acht jaar woonde en werkte als formulemanager en later als algemeen directeur van een meubelimportbedrijf.
Die tijd heeft haar blik voorgoed gevormd, zeker als het gaat om integratie. “Ik ging naar Nieuw-Zeeland en vond: je zorgt dat je de taal spreekt, een baan krijgt en onderdeel wordt van de samenleving.” Tot haar verbazing ontdekte ze dat lang niet iedereen daar zo over dacht. “Ik ben twee keer naar de Hollandse Club geweest en dacht: dit is ‘m niet. Vasthouden aan alleen Nederlands spreken, maar wel de vruchten plukken van het land waar je woont. Dat vond ik krom.”
Die ervaring neemt ze mee in haar politieke werk. “Toen ik terugkwam in Nederland, proefde ik hier precies dezelfde discussie: in hoeverre mag je verwachten dat mensen zich aanpassen? Voor mij is dat vanzelfsprekend. Maar ik merkte dat het dat niet is – niet hier, en ook niet in Nieuw-Zeeland.”
Haar tijd in het buitenland leerde haar ook relativeren. “Nieuw-Zeeland is een land met zoveel gezichten. Maar als je er woont, zie je ook de problemen: verslaving, huiselijk geweld. Dat is daar net zo goed aan de orde.” Bij terugkomst viel haar vooral de drukte en gejaagdheid in Nederland op. “De eerste week in de supermarkt schrok ik van de agressie als iemand voordrong. Dat was ik niet meer gewend. Rotterdam is rauw, ja. Maar ik voelde me ook snel weer thuis.”
Haar werk bij een uitkeringsinstantie en haar commerciële achtergrond helpen haar nu in de politiek. “Ik heb geleerd om te luisteren. Echt luisteren. En als je dat doet, kun je niet anders dan er iets mee doen.” Die eigenschap bracht haar ook in de wijkraad van Kralingseveer, waar ze uitgroeide tot een gewaardeerd verbinder. “Ik geloof in het ouderwetse volksvertegenwoordiging: bereikbaar en benaderbaar zijn. Dat levert soms verhalen op die schuren, maar ook heel veel moois.”
‘Eerst zorgen voor de mensen die hier nu wonen’
Wat moet er veranderen in Rotterdam? Van der Meer is duidelijk: de druk op de stad is te hoog. “Als je ziet dat 32-jarigen nog op een zolderkamer bij hun ouders wonen, ouderen niet kunnen doorstromen en de voorzieningen overbelast zijn, dan moet je als stad durven zeggen: we zorgen eerst voor de mensen die hier nú legaal wonen.”
Die boodschap zit verankerd in de omstreden slogan ‘Rotterdam Eerst’. “Diezelfde zaterdag dat de ophef losbarstte, liep ik op het Afrikaanderplein met mijn Leefbaar-jasje. Ik ben door zoveel mensen met verschillende achtergronden aangesproken die zeiden: wij snappen dat jullie óns bedoelen. Dat was voor mij een geruststelling. Rotterdammers zijn voor ons mensen die zich inzetten voor de stad, ongeacht waar je wieg stond.”
Toch is er volgens haar een grens. Ze is fel tegenstander van de spreidingswet en de verplichte opvang van statushouders. “De bagagedrager is vol. We moeten de mensen die er nu wonen beschermen. Niet alleen qua woningen, maar ook qua zorg, ov en andere voorzieningen.” Ze ziet een scheve verhouding: “Een statushouder krijgt urgentie, maar een 32-jarige Rotterdammer of een oudere die wil doorstromen niet. Dat is krom.”
Meer bouwen is de oplossing, maar niet alleen in het sociale segment. “We moeten fors inzetten op middenbouw [RG: bouw voor de middenklasse], zodat mensen kunnen doorstromen. Nu verhuizen ze naar Barendrecht of Berkel. Die mensen willen we hier houden.” Toch blijft ze oog houden voor wie achterblijft. “De mensen op straat, in de Afrikaanderwijk of bij het Visserijplein – dat zijn vaak de mensen in de sociale huur. Zij snappen wat wij bedoelen, maar hebben ook belang bij meer sociale woningbouw. Dat besef is er.”
Over samenwerking met linkse partijen is ze helder. “We sluiten niemand uit, maar met GroenLinks-PvdA wordt het lastig. Zij willen een autovrij centrum, Rotterdam Airport sluiten en de deuren openzetten voor statushouders. Wij willen het tegenovergestelde. Dat zijn fundamentele verschillen.”

Ilse van der Meer. Foto RP Glasbergen
‘Van wijkraad naar stadhuis: dezelfde aanpak’
Van der Meer staat tweede op de lijst van Leefbaar Rotterdam. Een plek die haar vrijwel verzekert van een zetel. “We moeten het wel heel erg verpesten willen we dat niet halen”, lacht ze. Toch is ze niet naïef. Ze weet dat de overstap van wijkraad naar gemeenteraad ook risico’s met zich meebrengt. “Maar ik blijf erbij dat verbinding met de stad essentieel is. Alleen zal er een bepaalde voorzichtigheid bij komen.”
Haar aanpak blijft dezelfde: de straat op, luisteren, ophalen. “Leefbaar is een volkspartij. Als ik moet kiezen tussen eindeloos vergaderen of de markt op gaan, kies ik voor de markt. Natuurlijk is vergaderen nodig, maar we moeten ervoor zorgen dat Rotterdammers ons weten te vinden – en wij hen.”
Ze voert nu gesprekken binnen de fractie over de verdeling van portefeuilles, maar wacht de verkiezingsuitslag af. “We hebben zittende raadsleden die geweldig werk doen, zoals Vanessa op wonen. Het zou raar zijn om dat zomaar anders in te richten. Maar we moeten ook kijken naar de uitslag: hoeveel zetels krijgen we? Gaan we in coalitie of oppositie?”
Vooral hoopt ze op een hogere opkomst. “Het is absurd dat in een van de grootste steden van Nederland de opkomst maar 39% was. Ik hoop dat mensen weer gaan stemmen. Niet per se op ons, maar dat ze het gevoel hebben dat hun stem ertoe doet.” Ze doet een laatste oproep: “Stemmen is een recht. Je kunt er iets mee beslissen. En in Rotterdam valt gelukkig wat te kiezen.”
Op 18 maart weten we of de strategie van de straat ook in de raadzaal gaat werken. Van der Meer kan niet wachten: “Ik sta te popelen.”