IFFR: 'Providence and the Guitar', de moderniteit als het einde van alles
Providence and the Guitar / A Providência e a Guitarra — João Nicolau (Portugal) Openingsfilm van het IFFR en wereldpremière.
De rondreizende variétéartiesten Leon (Isac Graça) en Elvira Bertelhini (Jenna Thiam) proberen toestemming te krijgen om hun nieuwe theaterstuk met een optreden te gelde te maken in een stadje in het 19e-eeuwse gecentraliseerde Frankrijk. Een lokale politiecommandant dwarsboomt hen. Ze laten zich niet uit het veld slaan en zetten met hulp van een lokale cafébaas toch door. Deels ook uit aversie tegen de vrijgevochtenheid van hun optreden neemt de commandant wraak door hun voorstelling af te breken. Ze worden buiten hun logeerplek gesloten en zwerven vervolgens door de nacht. Daar ontmoeten zij een schilder en zijn echtgenote, die leven op de rand van het bestaan, concurrerende theaterartiesten en – als curiosum in dit gezelschap van romantisch levende bohemiens – een student die binnenkort bankier denkt te worden.
Tot zover dat deel van de verfilming van het verhaal Providence and the Guitar van Robert Louis Stevenson uit 1878, dat speelt in een bureaucratisch Frankrijk. De film van João Nicolau, A Providência e a Guitarra, situeert het verhaal losjes – de taal is maatgevend – in een langgerekt etmaal in het 19e-eeuwse Portugal. A Providência e a Guitarra voegt via flashforwards een hedendaagse laag toe. In de 21e eeuw verschijnen Leon en Elvira als popmusici. Net als hun negentiende-eeuwse voorgangers lijken zij te worstelen, maar het blijft onduidelijk waarmee. Daardoor blijven deze passages vooral bijzaak: ze voegen weinig toe en blijven inhoudelijk - en formeel - wazig.
De 24 uur die de Bertelhinis in en rond een plattelandsstadje van de 19e eeuw doorbrengen, fungeren als pars pro toto voor de vrijgevochten bohemienlevensstijl die door Stevenson en duizenden tijdgenoten werd gevierd. Het gaat om een levensgevoel van Sturm und Drang, vertaald naar kunst als experiment en als ‘nieuw begin’. Dit romantische gevoel ligt ook aan de basis van het modernisme en van de ideologieën van de 20e eeuw die alles wilden veranderen. Sturm und Drang is van alle tijden, maar kreeg – gegroeid uit de Verlichting en de Duitse Romantiek – in de burgerlijke samenlevingen van de laatste twee eeuwen zijn volle uitwerking. Via de flashforward passages in Providence wordt dit gevoel in de film ook naar onze tijd verplaatst.
De jarenzestigrevolte van de 20e eeuw, met moderniteit, modieus marxisme, hippiecultuur en marihuana als tegenpolen, paste nog goed in het negentiende-eeuwse romantische model. Vanaf de jaren zeventig en tachtig beginnen steeds meer mensen – politici, kunstenaars en intellectuelen – te beseffen dat de romantische bohemien-tegenstellingen tussen roeping en humanisme enerzijds en geld en kapitalisme anderzijds eroderen.
Doordat de film zich volledig richt op het 19e-eeuwse conflict tussen vrijheid en armoede versus geld en compromis, blijft juist dit actuele probleem buiten beeld: de inflatie van vrijheid en van kunstenaarschap (‘Beuys: Jeder Mensch ist ein Künstler’). De flashforwards hebben onvoldoende vorm en inhoud om dat gemis te compenseren.
De keuze die de jongeren in de film maken, is die voor onvoorwaardelijke vrijgevochtenheid zonder compromis. De ironie is dat dit de keuze is die de bejaarden van nu – de generatie ’68 en de punkgeneratie – deels al hebben gemaakt. Veel jonge kunstenaars van vandaag beseffen dat deze keuze een valse is. Kunstenaar zijn is geen manier van leven, maar een manier van denken, doen en handelen die niet noodzakelijk ideologisch hoeft te zijn. Als het in sommige gevallen wel een manier van leven wordt, is dat toeval of – zoals veel Iraanse filmmakers momenteel ervaren – het gevolg van een politieke context.
Dat Providence and the Guitar / A Providência e a Guitarra aanleiding geeft tot dergelijke bespiegelingen maakt de film de moeite waard, maar de centrale vraag die de film stelt, is achterhaald. Niet zozeer inhoudelijk, maar omdat hij er geen eigentijdse tegenhanger voor vindt. Zo gemakkelijk als Providence and the Guitar via Stevenson woorden vindt om de 19e eeuw te ondervragen, zo sprakeloos blijft de film over de 21e eeuw. Dat is een gemiste kans.