Vuurwerkverbod kost tijd zegt staatssecretaris Jansen
Op 1 april werd bekend dat een Kamermeerderheid in zicht is voor een algeheel vuurwerkverbod. Ook NSC schaarde zich achter de meerderheid van partijen die ook siervuurwerk willen verbieden omdat in de praktijk een verschil maken met knalvuurwerk niet werkt. Op dinsdag 8 april zal de Tweede Kamer stemmen over invoering van een algemene vuurwerkverbod. De politie juicht een vuurwerkverbod toe en is zich bewust van haar verantwoordelijkheden in de handhaving ervan. Als het aan de staatssecretaris Jansen (PVV) ligt moet de politie nog een jaartje wachten met juichen. (zie kader hieronder)
Uit plenair verslag Tweede Kamer donderdag 3 april) : MevrouwBruyning(NSC): StaatssecretarisJansen: |
Aanleiding is geweld tegen hulpverleners
De aanleiding voor het debat over het vuurwerkverbod dat de afgelopen periode is gevoerd, is het geweld met vuurwerk waar de politie en andere hulpverleners mee worden geconfronteerd tijdens de jaarwisseling. Dat kenmerkt zich steeds meer door grenzeloos gedrag en wetteloosheid onder een deel van de bevolking. Politie en hulpverleners zijn vaak het mikpunt van agressie en geweld met vuurwerk. De politie wordt niet alleen bestookt met zwaar verboden vuurwerk, maar ook met consumentenvuurwerk waarvan de gevolgen net zo heftig kunnen zijn. De afgelopen jaarwisseling waren 295 politiemensen en 44 hulpverleners slachtoffer van agressie en geweld.
Diepgeworteld
Om dit diepgewortelde probleem aan te pakken pleitte de politie afgelopen periode nadrukkelijk voor een algeheel vuurwerkverbod als noodzakelijke eerste stap om de jaarwisseling veiliger te laten verlopen. Gecombineerd met een onverminderde inzet om vuurwerkexplosieven door opsporing van de straat te krijgen en het maken van afspraken met onze buurlanden en Europese regelgeving, aldus Tolga Koklu, landelijk portefeuillehouder in de aanpak tegen vuurwerkexplosieven. 'Het hele jaar door worden we geconfronteerd met problematiek van zowel consumentenvuurwerk als zwaar illegaal vuurwerk. Denk aan aanslagen met explosies, bekogelingen bij ongeregeldheden en demonstraties en de opslag van vuurwerkexplosieven in woonwijken. Een vuurwerkverbod is dan ook niet een opzichzelfstaande maatregel, maar een voorwaarde om de vuurwerkproblematiek effectief te lijf te gaan en te komen tot een veiliger jaarwisseling.'
Drempel wordt hoger
Politiemensen op straat hoeven bij een algeheel verbod geen onderscheid meer te maken tussen verschillende types vuurwerk. 'Bovendien neemt de beschikbaarheid van vuurwerk af doordat consumentenvuurwerk niet meer om de hoek verkrijgbaar is. De drempel om vuurwerk als wapen tegen politie en hulpverleners te gebruiken, wordt fors hoger. Er ontstaat zo een overzichtelijke situatie waarin wij onze collega’s op een verantwoorde manier de straat op kunnen sturen om de jaarwisseling veilig te laten verlopen. We weten dat deze maatregel pijn doet voor een deel van de bevolking ook al is meer dan 60 procent voor een vuurwerkverbod, maar die paar uur plezier wegen niet op tegen het leed dat in toenemende mate wordt veroorzaakt als gevolg van vuurwerk. Aan burgers en aan hulpverleners. Met een verbod als uitgangspunt kan de politie op straat hulpverleners op een veiliger manier hun werk laten doen.'
Draagvlak is nodig
Enkel handhaving door politie-inzet is niet dé sleutel tot succes bij de invoering van een algeheel verbod, stelt Koklu. 'We werken aan een concreet handhavingsplan waarin we samen met de gemeenten en andere partners zullen moeten optrekken. Een verbod moet daarnaast door de samenleving worden omarmd om daadwerkelijk tot een veiliger jaarwisseling te komen. Veel mensen zullen eraan moeten wennen en het draagvlak zal daardoor langzaam verder groeien. Onze inzet zal zeker de eerste jaren nog groot zijn, al is de verwachting wel dat er door het verkoopverbod minder vuurwerk in omloop komt waardoor gerichter kan worden gehandhaafd op de zogenaamde relschoppers.'