Hof veroordeelt Syriër in hoger beroep opnieuw voor oorlogsmisdrijf en nu ook voor lidmaatschap terroristische organisatie
Volgens de Wet internationale misdrijven is dit een oorlogsmisdrijf. Het hof Den Haag is op grond van deze wet bevoegd in hoger beroep te oordelen over schendingen van het Internationaal Humanitair Recht die tijdens gewapende conflicten plaatsvinden.
Daarnaast was de verdachte in 2012 ook de leider van een terroristische organisatie die in Syrië een bomaanslag uitvoerde. De rechtbank sprak de verdachte eerder vrij van lidmaatschap van een terroristische organisatie en veroordeelde hem tot 20 jaar gevangenisstraf voor de executie. De door het hof opgelegde gevangenisstraf valt daarom hoger uit.
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1. Doden als oorlogsmisdrijf hij op 10 juli 2012, althans in of omstreeks de periode van 1 juli 2012 tot en met 18 juli 2012, in of nabij Mohassan en/of Deir ez-Zor, althans in Syrië, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, heeft geschonden: - gemeenschappelijk artikel 3 van de Verdragen van Genève en/of - het internationaal humanitair gewoonterecht, doordat hij, verdachte, en/of één of meer van zijn mededader(s) in geval van een niet-internationaal gewapend conflict op het grondgebied van Syrië, jegens een persoon die (toen) niet (meer) rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnam, te weten een persoon van de strijdkrachten die de wapens had neergelegd, en/of een persoon die buiten gevecht was gesteld door ziekte, verwonding, gevangenschap of enige andere oorzaak, te weten [slachtoffer], een aanslag op het leven en/of lichamelijke geweldpleging heeft gepleegd (en/of) (in het bijzonder) voornoemde persoon heeft gedood, welke aanslag op het leven en/of lichamelijke geweldpleging en/of doden hierin bestond dat hij, verdachte, en/of één of meer van zijn mededader(s) meermalen, althans eenmaal met (een) vuurwapen(s) (een) kogel(s) in het lichaam van voornoemde persoon heeft/hebben geschoten, ten gevolge waarvan voornoemde persoon is overleden; 2. Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven (als leider) hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2012 tot en met 31 oktober 2013 in of nabij Mohassan en/of Deir ez-Zor, althans in Syrië, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, heeft deelgenomen aan een organisatie zoals Al Qaida en/of Jabhat al Nusra en/of Ghuraba’a Mohassan, althans een aan voornoemde organisatie(s) gelieerde Jihadistische strijdgroep, althans (een) organisatie die de gewapende jihadstrijd voorstaat, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van terroristische misdrijven, te weten A. het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft (zoals bedoeld in artikel 157 Wetboek van Strafrecht), (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 176a van het Wetboek van Strafrecht) en/of B. doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht) en/of C. moord (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289 jo 83 van het Wetboek van Strafrecht) en/of D. de samenspanning en/of opzettelijke voorbereiding van en/of bevordering tot eerdervermelde misdrijven (zoals bedoeld in artikel 176a en/of 289a en/of 96 lid 2) en/of E. het voorhanden hebben van een of meer wapens en/of van munitie van de categorieën II en/of III (zoals bedoeld in artikel 26 lid 1 van de Wet Wapens en Munitie) (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken (zoals bedoeld in artikel 55 lid 1 en/of lid 5 van de Wet Wapens en Munitie), terwijl hij, verdachte, leider en/of oprichter en/of bestuurder was. |