zondag 24 oktober 2021

webMagazine over stad, cultuur
en wereld

Rotterdammers van nu hebben voorouders van over heel de wereld Foto Donald Trung cco

'Rotterdam, een Postkoloniale Stad in Beweging' wekt herkenning, verbazing en ergernis

12 januari 2021 (Han van der Horst)

Bundel over Rotterdam als postkoloniale stad zet de lezers aan het werk

Gerard Cox voelt zich een vreemde in het Rotterdam van nu. Dat komt omdat hij de urbane evolutie van de laatste vijftig jaar op afstand heeft gevolgd. Net als tijdens het vierde kwart van de negentiende eeuw is de samenstelling van de bevolking ingrijpend veranderd met grote gevolgen voor de sfeer op straat en de tongval van de inwoners. Dat is het onderwerp in het derde deel van de recent verschenen boekenserie, die je bijna de Peggy Wijntuin trilogie zou willen noemen: Rotterdam, een Postkoloniale Stad in Beweging.

Blank Rotterdam is de meerderheid kwijt

Het is een artikelenbundel, samengesteld door hoogleraar Rotterdamse geschiedenis Paul van de Laar, historica Liane van der Linden en antropoloog Francio Guadeloupe. Een aantal medewerkers leverde geen tekst in maar foto-essays, die elk op zich een verhaal vormen en meer zijn dan een reeks illustraties alleen.
Dit boek is de logische opvolger van de beide andere studies [red. eerder hier besproken] die het resultaat zijn van Wijntuins initiatief om de Rotterdamse betrokkenheid bij het kolonialisme en het slavernijverleden te laten onderzoeken. Het was de bedoeling van de redacteuren om een beeld te schetsen van wat die verschijnselen voor het hedendaagse Rotterdam betekenen.
Het straatbeeld op zich geeft al voldoende signalen. Blank Rotterdam is de numerieke meerderheid kwijt. Het winkelend publiek oogt etnisch divers. Wie verder kijkt dan huidskleur alleen, ontdekt dat de stadgenoten van nu hun voorouders hebben over heel de wereld en mede dankzij internet deel uitmaken van internationale familienetwerken. Linguïstisch is het allemaal Babylon na de instorting van de toren. Nederlands is alleen nog maar dominant als de taal van de macht. Tegelijkertijd ontwikkelt zich onder jongeren een mengtaal vol rauwe poëzie die ongetwijfeld binnen enkele decennia het plat Rotterdams van Gerard Cox zal verdringen.

Babylon na instorting van de toren

Van de Laar c.s. noemen dat Rotterdam blijkbaar een postkoloniale stad in beweging. Zijn zij er met hun 24 contribuanten in geslaagd die in zijn volle breedte te schetsen? Het antwoord op die vraag luidt niet helemaal bevestigend. De redacteuren besloten zich voornamelijk te richten op minderheden die hier zijn op grond van Nederlandse koloniale activiteiten. Zo vallen groepen met roots in het Midden-Oosten en Noord Afrika wat buiten beeld. Toch zijn het juist de historische ervaringen van hun moederlanden met kolonialisme en westers imperialisme die aan de wieg staan van de grote emigratiegolven naar Europa. Ook al hadden zij te maken niet met Nederlandse maar vooral met Britse en Franse overheersers. Weliswaar behoort Abdelkader Benali tot de medewerkers maar die richt zich geheel op de culinaire diversiteit van het hedendaagse Rotterdam. De wereld van de Arabische islam is alleen vertegenwoordigd door een interview met Nasima Elidrissi, cultureel ondernemer, en de Werdegang van de Syrische asielgerechtigde Saeed. De Kaapverdiaanse Rotterdammers – wier voorouders slachtoffers zijn van het Portugese kolonialisme – krijgen wél veel ruimte in het boek.Cremilda Medina & Tito Paris - Nôs Morna via YT

Morna was niet zo geschikt

Sociaal-economische problematiek moet het doen met terloopse aandacht. Dat komt omdat verreweg de meeste medewerkers aan deze bundel een kunstzinnige of cultuurwetenschappelijke achtergrond hebben. Dan gaat het al gauw over symbolen, standbeelden, straatnamen, woordgebruik en religie.
Binnen die beperkingen hebben de redacteuren toch een grote verscheidenheid aan invalshoeken en onderwerpen bij elkaar weten te brengen. Zo maken wij in aparte hoofdstukken kennis met de wezenlijke rol van vrouwen in de Kaapverdiaanse katholieke parochie en met de Victory Outreach kerk, een zeer succesvolle pinkstergemeente met Caribische wortels. Wij worden uitvoerig geïnformeerd over Sodade min of meer in contrast tot Morna, twee wezenlijke muziekstijlen van Kaapverdische origine. En dan volgt ineens een opmerkelijk detail. De Surinaamse eigenaar van de dancing La Bonanza vond de weemoedige Morna niet zo geschikt voor de sfeer en vroeg zijn muzikanten iets vrolijkers te spelen. Die suggestie heeft een wezenlijke invloed gehad op de Kaapverdiaanse muziek. Dat soort inkijkjes vormen met de foto-essays de pareltjes in het boek, net zoals het gegeven dat babi pangang speciaal voor het Nederlandse publiek is verzonnen.

Saudade - Nancy Veire op het Afrikafestival Herdte via YT 

De duistere Martin Heidegger

Een aantal hoofdstukken is sterk beïnvloed door de critical race theory, die de laatste drie decennia veel opgeld maakt aan sociale faculteiten in de Verenigde Staten. Deze benadering heeft Europese wortels. Ze is zeer schatplichtig aan Franse denkers als Ferdinand de Saussure, Jacques Derrida en Michel Foucault van wie ze de methodologie en het begrippenapparaat overnamen, uiteraard wel in aangepaste vorm.

Rechtse en nationalistische critici hebben het graag over cultureel marxisme maar dat is een onzinnige term. De gebruikers laten daarmee vooral zien dat ze zelf weinig weet hebben van Marx en zijn leerstellingen. Marxisme is in de critical race theory hoogstens een verre echo. Wel herkent men in de toon en stijl van de aanhangers de manier waarop een Derrida of een Foucault zijn bevindingen noteerde. Ze grossieren in begrippen met zeer complexe definities, waarvoor zij of termen gebruiken die erg op elkaar lijken of die in het algemeen spraakgebruik iets anders betekenen. Zij stoppen hun eindeloze zinnen vol vakjargon. Zij behandelen ingewikkelde zaken op ingewikkelde wijze. Dat leidt vaak genoeg tot meerduidigheid. Dat hebben die Fransen op hun beurt ook niet van een vreemde.

Niet voor niets maakte het werk van de duistere Duitse filosoof Martin Heidegger veel indruk in de intellectuele omgeving van de Derrida’s en de Foucaults. Een goed voorbeeld van zo’n ingewikkeld begrip is white privilege. Dit betekent namelijk niet dat een werkloze zestiger zonder uitzicht op een baan bevoorrecht is boven Umberto Tan. Wel dat deze werkloze zich nooit bewust hoeft te zijn van zijn huidskleur en Umberto Tan wel. Vrij wat hoofdstukken van Rotterdam, een Postkoloniale Stad in Beweging laboreren aan dit euvel.

Glibberige tijd-ruimtematrix

Zo legt bijvoorbeeld Sofía Hernández Chong Cuy omstandig uit hoe haar Center for Contemporary Art de vernoeming naar de vlootvoogd Witte de With verruilde voor een naar Melly, wier reusachtig konterfeitsel al sinds jaar en dag de zijgevel siert onder de leuze “Melly Chum hates her job”. Dat leidt dan tot passages als deze: 
“Omdat geschiedenis opgebouwd wordt in en met de tijd, zijn herinneringen en herdenkingsvormen veranderlijk. Geschiedenis kan zowel geconstrueerd als ervaren worden als een glibberige tijd-ruimtematrix die we met enige behoedzaamheid, of in ieder geval met verantwoordelijkheid moeten bezien. Want als we deze matrix doorkruisen, komen we verschillende waardesystemen tegen die invloed hebben op onze koers, routes en toevluchtsoorden, en die leiden tot nieuwe schetsen.”

De prinsemarij & de steelband

Er was veel voor te zeggen afscheid te nemen van Witte de With, een onbehouwen vlootvoogd die niet met cultuur in verband kan worden gebracht (ook niet zo met slavenhandel trouwens net zo min als Piet Hein) . Rotterdam Center for Contemporary Art was misschien nog de beste optie geweest omdat deze naam duidelijk maakt wat het centrum beoogt en ik, in  welke stad het zich bevindt. In deze woordenmist doemt dan ook het silhouet op van een berg die een muis baart.
De musicologe en steelpan bespeler Charissa Granger naait van hetzelfde laken een pak. Het bevalt haar niet dat aan het Zomercarnaval een steelband van de politie deelnam. Ook had ze kritiek op een jab jab trolley. Steelband en Jab Jab zijn volgens Granger allebei culturele uitingen van de slaven en hun nazaten. Zij benadrukken er hun eigenheid mee, zij protesteren zo op speelse wijze tegen hun onderdrukking. Het is bevrijding.

Wake work

Granger vindt dat de prinsemarij met zijn poten van haar steelbandcultuur af moet blijven omdat ze daardoor haar steelpans omvormt tot instrumenten van de gevestigde orde. Jab Jab komt oorspronkelijk uit Grenada, een van de kleinere Caribische eilanden. Dansers dossen zich uit als afschrikwekkende duivels die elke interactie met het publiek mijden. Hoe anders was het in Rotterdam.
“Toen de Rotterdamse jab jab samen met de engelen voorbij kwamen, de eersten versierd met hoorns en de anderen met witte veren, ervoer ik een groter ongemak. Deze performance was strikt gerangschikt aan de hand van gender: de mannen vertegenwoordigden de duivel, en de vrouwen engelen. Het fundament van het carnaval is de ontwrichting van het alledaagse, maar in deze performance werd juist de status quo gewaarborgd. Wederom zie ik scenes van plezier terwijl ik word verontrust door herinneringen aan onderwerping”.

 

Highlights of Jouvert Morning Jab Jab Edition Spicemas 2018 Grenada via YT

Fundamentele kritiek op zomercarnaval

Zo komt Granger tot fundamentele kritiek op het Zomercarnaval: het creëert scenes van plezier met cultureel materiaal dat samenhangt met onderwerping. Daarom zal er wake work gedaan moeten worden. Ze ontleent dit concept – dat volgens haar verband houdt met dodenwaken – aan de onderzoekers Saidya Hartman en Christina Sharpe. Granger besluit haar hoofdstuk aldus: “Voordat dit mogelijk is, moet er alleen een verschuiving plaatsvinden in de doelstelling van het Zomercarnaval: het tentoonstellen van de diversiteit en het multiculturalisme van Rotterdam moet niet langer centraal staan. Het simpelweg laten zien en exploiteren van culturele performances waarvan de beelden en geluiden de vruchten zijn van de arbeid van voormalig tot slaaf gemaakten en gekoloniseerde groepen, weerspiegelen immers Hartmans notie van property of enjoyment. Zo wordt de verbinding tussen slavernij en hedendaagse praktijken zoals het Zomercarnaval Rotterdam juist in stand gehouden”.  

Anekdotische verdediging

Duidelijker zijn Grangers geestverwanten Nyanga Weder en Surya Nahumury volgens wie het bij menig zwarte rapper aan wokeness ontbreekt. Zo stelden ze vast dat de meisjes in hun clip vaak niet zwart genoeg waren. De aangesproken rappers probeerden zich hiervan af te maken met de onbewezen stelling dat clips met lichtere meiden bij de fans beter scoorden. Ene Dopebwoy voerde een anekdotische verdediging. Hij had wel eens een wit meisje van de set gestuurd. Hieruit concluderen Weder en Nahumury dat het toch mogelijk is tegen de commercie in te gaan.

Toch luidt hun conclusie: “Muziek en andere expressies zijn niet alleen een uitingsvorm of een kunstwerk binnen het culturele creatieve landschap van Nederland maar ook producten binnen een kapitalistisch systeem. Het lijkt erop dat bij deze rappers het idee heerst dat de gecommercialiseerde vorm van muziek het beste verkoopt als het past binnen de aangenomen norm van commercie en hierin moeten modellen meestal voldoen aan een eurocentrische standaard van “klassieke” schoonheid die zijn sporen vindt in het koloniale verleden”.

Straat- en standbeelden

In hetzelfde stramien bevindt zich de kunstenaar Julian Crestian die uit de kist van de critical race study 'Institutional Critique' heeft opgeduikeld. Kunstenaars die zich deze kritische houding eigen maken gaan in tegen de manier waarop gevestigde instituties hun werken presenteren en zo maar al te vaak de angel eruit halen. Hij stelt vast dat de Rotterdamse musea te weinig postkoloniaal zijn en geeft dan een voorbeeld. Het gaat bij de schilder Charles Rochussen nooit over het feit dat familieleden van hem ooit de slavenhandelonderneming Van Coopstad en Rochussen dreven. Dat dit bedrijf al decennia voor de geboorte van deze Rotterdamse kunstenaar failliet is gegaan, is in dit verband kennelijk niet van belang. Dat neemt het ongemak niet weg dat veel Rotterdammers met roots in Afrika en het Caribisch gebied zouden voelen met de kunst, het straatbeeld en de standbeelden. Bij alle auteurs die zich door Amerikaanse voorbeelden geïnspireerd weten, staat dit ongemak centraal. Het moet erkend worden, bijvoorbeeld door objecten in de stad weg te halen die het aanjagen.
Dat roept een vraag op die in de bundel niet aan de orde komt: als je elkaars gevoeligheden erkent, moet je die dan ook ontzien? En ontstaat er dan in plaats van een kleurrijke, veeltalige diverse stad niet een grijze samenleving vol taboes en verboden? 

De vraag die achterwege blijft 

Nog korter: wat betekent het stadse leven in de eenentwintigste eeuw? Hoe geef je antiracisme op een zodanige wijze vorm, dat ieder zichzelf kan zijn en zich eerlijk verhouden tot het verleden zonder zich persoonlijk te hoeven verantwoorden, voor de daden van mensen van zijn of haar kleur in de historie?
Juist het feit dat die vraag achterwege blijft, maakt Rotterdam, een Postkoloniale Stad in Beweging toch tot een geslaagde bundel. Hij laat de lezers nadenken. Hij wekt beurtelings herkenning, verbazing en ergernis. Hij zet ons als burgers van deze bewegende stad aan het werk.

Francio Guadeloupe Paul van de Laar, Liane van der Linden (2020) Rotterdam, een postkoloniale stad in beweging. Amsterdam. Uitgeverij Boom. ISBN 9789024432271. 280 pagina's  €24,90

(Dit artikel werd voor het eerst op V&M gepubliceerd op 9 jan. 2021)

Zie ook:

Deel dit bericht met je vrienden!