Een liedje... contant
Als jongeman heb ik nog wel cabaretteksten en liedjes geschreven die ook zijn uitgevoerd. Een paar heb ik zelfs nog verkocht aan Tom Manders (Dorus), die in zijn korte Rotterdamse periode behoefte had aan enkele liedjes die op Rotterdam waren gericht en waar hij als Amsterdammer natuurlijk geen kaas van had gegeten.
Ik verkocht het liedje ‘Rond de Oude Binnenweg’ aan hem voor een bedrag van 150 hele guldens. De componist, Hugh den Ouden die later bij Toon Hermans en het orkest Malando een eigen muzikale omgeving wist te scheppen, ontving hetzelfde bedrag.
Dat gebeurde in ruil, contant. Op advies van enkele ingewijden omdat Tom Manders op een later tijdstip nooit zou betalen. Met het geld in de zak kuierden Hugh en ik naar Timmer aan de Oude Binnenweg waar we – tot verbijstering van Kastelein Klaas Duyster - onze gehele uitstaande maandrekening afrekenden.
Ik schreef de meeste teksten voor Cabaret In den Twijfelaar, dat nog een eigen onderkomen had, ik dacht aan de Eendrachtsstraat. De leiding was vast in handen van Louis Lemaire. Hij was de jongste zoon van de toen al bejaarde acteur Jan Lemaire Sr.
Deze toen in mijn ogen vrolijkste bejaarde die ik in die tijd heb leren kennen was een gastvrij en warme man. Toen ik een keer bleef eten vroeg hij aan mij: ,,En wat drinkt de jonge Laan bij zijn eten.” Ik zei: ,,Melk, meneer.” Hij antwoordde: ,,Mijn naam is Jan. Ook voor jou. En hier drinken we bij het eten wijn. Soms een flesje en soms wel twee.”
Er waren ook wel banden tussen onze families. Mijn grootvader had als vakbondsbestuurder van de baggerwerkers tijdens de Zuiderzee werken Jan Lemaire Sr. ingehuurd voor de ‘bonte avonden’ die zo eens per maand plaatsvonden. Bij mijn huwelijk in Delft vielen beide mannen – mijn grootvader en Jan Lemaire Sr. - elkaar in de armen. Ze hadden allebei op hun manier de oorlog overleefd. En dat was niet niks.
De oudste zoon van Jan Lemaire stierf voor zover ik weet in een concentratiekamp. De een na oudste zoon, Cor Lemaire, was componist en pianist. Hij schreef de muziek bij vrijwel alle liedjes die destijds de jonge Annie M.G. Schmidt voor de populaire radioserie ‘Familie Doorsnee’ voor de VARA schreef.
Zelf heb ik nog wat teksten verkocht aan Vrij Nederland en aan het toen opzienbarende tv-programma ‘Zo is het toevallig ook nog eens keer’.
Ze werden geaccepteerd en betaald door mijn latere hoofdredacteur Herman Wigbold. En zo is ook die cirkel weer rond.