Wildernis langs de rivier
(Door Jolanda Setz)
Zaterdag 20 juni vond de IVN-midzomerwandeling plaats. Dit keer was het een heel speciaal natuurgebiedje: de Esch. Onder leiding van Arjen van Veelen – publicist en lid van de Vrienden van de Esch – trekken we met een mooie groep mensen de Eschpolder in. Het was de vorige dag heel erg heet geweest met een daverend onweer als sluitstuk. De hitte is nog niet helemaal weg. Niet getreurd, we gaan vrij snel het bos in waar de bomen ons, behalve van schaduw, ook voorzien van een paar graden verkoeling.
Vlak daarvoor wijst Arjen ons nog op een heel bijzondere heuvel aan de rand van de Eschpolder: ‘Hier onder deze heuvel, die een beetje op een grafheuvel lijkt, daar ligt een leiding, waar water uit de Biesbosch binnenkomt voor ons Rotterdamse drinkwater,’ zo licht hij toe, ‘Ook heel bijzonder is het ontstaan van het protestborden bos, dat begon met één enkel bord en vanzelf groeit.

Arjen van Veelen voor het 'Protestbordenbos'. Foto Jolanda Setz
Zelfs met een heuse boswachter Remco (ook aanwezig).’ Het kan ons, kijkers, niet ontgaan: de Esch moet blijven en een tunnel is okay, maar een brug zou een vernietiging van dit unieke gebied betekenen en zowel bewoners, gebruikers als andere natuurminnende Rotterdammers zijn het roerend eens dat ‘de Esch moet blijven’.
Voort weer, het bos in. We staan even stil bij een lange laan (de Laan van Nooitgebeurd), die in de jaren zestig is aangelegd als demarcatielijn. Toen dacht de politiek kennelijk toen ook al kort door de bocht en meende men de Maas wat rechter te moeten maken door de hele Eschpolder weg te poetsen. Dat gebeurde gelukkig niet. Men dumpte vervolgens wel allerlei vervuild havenslib in de polder.

De Laan van Nooitgebeurd. Foto J.Setz
Inmiddels heeft de natuur de grond weer overgenomen en als argeloze bezoeker merk je er eigenlijk niets meer van dat de grond onder je voeten sterk vervuild is. Oude bomen staan er genoeg: een oude eik, een zomereik, diverse schietwilgen, essen en hazelaars. En veel bloemen en andere vegetatie: de kaardebol, paarse distels, koekoeksbloemen en sint-janskruid.
Die laatste is een echte midzomerbloem, die daar ook ineens staat. Helgeel op een felgroene stengel, altijd bloeiend rond de zonnewende en genoemd naar Sint-Jan – de Nederlandse benaming van de apostel Johannes, die op 24 juni geboren zou zijn. Hij is het zomerse neefje van Yeshua ofwel Jezus, die rond midwinter is geboren. De plant is ook in de kruidenleer heel bekend als mild antidepressivum, bijvoorbeeld in de vorm van thee. De blaadjes en bloemetjes hebben oliekliertjes die hun stoffen afgeven bij heet water. De thee kleurt rood, grappig genoeg vanwege de rode kleurstof in die kliertjes. Alleen al door naar sint-janskruid te kijken kun je trouwens vrolijker worden. Voor wondgenezing (ontstekingsremmend en antibacterieel) wordt het ook al sinds mensenheugenis gebruikt.

Sint-janskruid in bloei. Foto J. Setz
Midzomer is de tijd dat de zon op zijn hoogst staat, de dag het langst is en de nacht het kortst. Dit moment werd ook al door de oude Germaanse en Keltische volkeren – de oorspronkelijke bevolking waarvan wij afstammen – uitgebreid gevierd; het was voor hen het midden (vandaar „mid”) van de zomer. Tegenwoordig beschouwen we 21 juni als het begin van de zomer.
Het Keltische woord voor midzomer is Litha. Tijdens Litha ligt de zon even te balanceren op de top van een curve om dan af te glijden naar Yule (midwinter). We hebben nu heerlijke lange zomeravonden om volop van het licht te genieten.
Maar ik dwaal af, we waren in de Eschpolder. Er is altijd wel iemand die alle vogels herkent. Zo ook nu. Hij laat ons de vogels horen en doet hun roep na: de merel, de kleine karakiet, de winterkoning, en zij antwoorden. De ijsvogel met zijn opvallende blauwe jas komt hier ook voor. Ik weet niet meer of we die vandaag ook hoorden.

Er is altijd wel iemand die alle vogels herkent... Foto J. Setz
Arjen vertelt boeiend over de boerderijen die hier stonden en staan, en over de Fransen die hier ooit gewoond hebben en zelfs een luchtballon hadden opgelaten, lang, lang geleden. Een luchtballon inclusief een kat aan een parachute, die weer heelhuids op de grond kwam (eigenlijk het eerste vliegveld, zo meende hij). De naam 'de Esch' zou wellicht komen van het Franse woord nez (neus), omdat deze pukkel in de rivier ook iets weg heeft van een neus. De Nesserdijk doet hier ook aan denken.

Informatiebord (zonder vlinder) Foto J. Setz
We lopen weer door het heerlijke, verkoelende bos langs het water, waar rondom riet te zien is. Zo dwalen we in de richting van de Maas, waar een houten hek aan de rand van het bos toegang geeft tot de polder (of, vanaf waar wij nu staan, tot de Nesserdijk). 'Hier heeft een heiligdom gestaan, een kapel,' zo vertelt Arjen. Een vlinder nestelt zich op het informatiebord. We voelen het aan onze voeten en aan de serene energie hier. We zijn stil. Het is nog steeds een heilige plek.
We gaan door het hek, steken de dijk over in de inmiddels hete zon en lopen naar het strandje aan de Maas (de Rijn, blijft Arjen zeggen, want officieel is het de Rijn en niet de Nieuwe Maas waar onze Maasstad aan ligt). Voor de liefhebbers kunnen we „even dippen”. Ook ik doe mijn schoenen uit en rol mijn broekspijpen op om contact te maken met de rivierbodem en het water. Licht zilt, zo weet ik uit ervaring. Ooit roeide ik hier in brede wherries vanuit het Nautilusgebouw. Altijd hielden we rekening met de eb- en vloedbeweging voordat we besloten of we richting 'stad' of 'rivieropwaarts' roeiden. En nu sta ik hier, aan de voet van de Van Brienenoordbrug, met golvend zand onder mijn voeten met Arjen te praten over de oprichting van een kajakclub.

We lopen naar het strandje aan de Maas. De Rijn, blijft Arjen zeggen.
Foto J. Setz
Een van ons, een dappere jongeman, gaat geheel het water in, klimt op een hoge paal met een trap en duikt de rivier weer in. Het is zomer.
Terug in het koele bos nemen we een ander pad, waar op een plek langs de plas het riet weg is en een bankje staat. Een man met een grote bos haar en een rood-geel-groen hoofddeksel zit op het bankje en vormt een perfect plaatje met de natuur hier.
Een storend element vind ik het bordje 'Geen Brug' in het water. Was net die brug uit mijn hoofd, wordt die er weer ingefietst door dat bordje. „We hebben toch die grafheuvel aan het begin en het protestbordenbos, zet hem daar neer,” mopper ik een beetje. Daar moet je ook voor oppassen, merk ik. Voor je het weet gaat iemand midden in die heerlijke natuur een uitgebreid pleidooi houden over het waarom, wanneer en hoe, en dendert die brug van Damocles alsnog in veelvoud weer je hoofd binnen.
De brug die er niet zou komen. Verder op pad.

Natuur beleven ... Foto Jolande Setz
Bevers zijn er ook in deze wildernis. Arjen wijst op aangeknaagde stammen en op een looppad van de bever naar de waterrand.
Al met al is het enorm genieten in dit heel bijzondere stukje Rotterdamse wildernis, waar zoveel mensen van profiteren: hun hond uitlaten, hardlopen (de mariniers op de lange, rechte Laan van Nooitgebeurd), gewoon wat struinen en de natuur beleven (zoals wij nu). Je kunt er zelfs overnachten, hoor ik. En verder zijn het de bomen en de planten die de stad van zuurstof voorzien, stikstof uit de lucht halen of er gewoon 'zijn'. De vogels, die vrolijk zingend en kwetterend voorbijscheren in hun habitat, en de lome boerderijen die één zijn met dit landschap.
Wat een heerlijk begin van dit fraaie midzomerweekend!
Met dank aan Liesbeth, Arjen en alle anderen.
Inloggen om te reageren — Nog geen account? Registreer hier