Mercosur tegengehouden. Lobby van politieke belangengroepen voorlopig succesvol in EU-parlement
Het Europees Parlement heeft op 21 januari 2026 met een krappe meerderheid besloten om het EU-Mercosur-handelsverdrag door te verwijzen naar het Hof van Justitie van de Europese Unie (CJEU) om een juridische opinie te vragen over de vraag of het verdrag wel in overeenstemming is met de EU-verdragen. Dat is slecht voor de onafhankelijkheid van Europa in een polariserende wereld en slecht ook voor het milieu en klimaat in Zuid-Amerika dat van de samenwerking zou kunnen profiteren. Het laat zien hoe sterk de boerenlobby is om tegen een verdrag dat vol zit met bepalingen tegen voor agrariërs bedreigende concurrentie. Het laat ook zien hoe sterk ook de wil bij veel parlementsleden om de EU te ondermijnen ten bate van vermeend nationaal belang. Dit in een tijd dat een sterk Europa belangrijker is dan ooit de laatste 80 jaar.
Met 334 stemmen voor, 324 tegen en 11 onthoudingen heeft het Europees Parlement een resolutie aangenomen waarin het Europees Hof van Justitie (EHJ) wordt verzocht een juridisch advies over de overeenkomst uit te brengen. Een tweede resolutie, waarin eveneens een juridische beoordeling werd geëist, werd verworpen met 225 stemmen voor, 402 tegen en 13 onthoudingen. Bij de lobbygroepen van boeren, groenen en rechts extremen die voor het tegenhouden van Mercosur stemden, hoorden voor Nederland ook een aantal GLPvdA MEP-leden alsmede de BBB.
Een en ander betekent dat - er van uitgaande dat het verdrag door de de juridische toetsing van het EHJ komt - ratificatie tot wel twee jaar uitgesteld kan raken.
De juridische grondslag van de EU-Mercosur-partnerschapsovereenkomst (EMPA) en de interim-handelsovereenkomst (iTA) zal nu door het EHJ worden getoetst. Het Europees Parlement zal de teksten blijven bestuderen in afwachting van het advies van het Hof. Pas daarna kan het Parlement stemmen over het al dan niet goedkeuren van de overeenkomst.