Inloggen Denk mee

Kan de overheid online gokken tegelijk ontmoedigen en eraan verdienen?

09 augustus 2026 • 17:34 door incidentele auteur

Sinds 1 oktober 2021 mogen aanbieders met een Nederlandse vergunning online kansspelen aanbieden. Het idee achter die gereguleerde markt was niet simpelweg om gokken makkelijker te maken. De overheid wilde vooral meer grip krijgen op een markt die al bestond en spelers zoveel mogelijk naar aanbieders onder Nederlands toezicht sturen.

Tegelijk ontvangt de staat kansspelbelasting. Dat roept een ongemakkelijke vraag op: hoe geloofwaardig is een overheid die gokschade wil beperken en tegelijk inkomsten uit gokken krijgt?

Legaliseren was bedoeld om de markt controleerbaar te maken

Nederlanders speelden al online voordat de gereguleerde markt openging. Alleen gebeurde dat ook bij aanbieders waarop de Nederlandse toezichthouder weinig grip had. Met het vergunningstelsel kwam er een duidelijker onderscheid tussen aanbieders die onder toezicht staan en partijen die zonder Nederlandse vergunning opereren.

Voor spelers is dat verschil niet altijd meteen zichtbaar. Een zoekopdracht als lizaro nl zegt op zichzelf niets over een Nederlandse vergunning. Wie dat wil controleren, kan daarvoor de Kansspelwijzer van de Kansspelautoriteit gebruiken.

Dat is belangrijk voor wat de overheid kanalisatie noemt: mensen die toch willen gokken zoveel mogelijk binnen het legale aanbod houden. Bij vergunde aanbieders kan de toezichthouder controleren of zij zich aan de vergunningsvoorwaarden houden. Tegen illegale aanbieders kan de Ksa handhavend optreden, maar zij vallen niet binnen hetzelfde gereguleerde kader.

Daar zit meteen de spanning. Het legale aanbod moet aantrekkelijk genoeg blijven om te voorkomen dat spelers sneller voor illegale sites kiezen, terwijl de overheid tegelijk wil voorkomen dat online gokken te makkelijk of te vanzelfsprekend wordt.

Belasting maakt de discussie scherper

Bij gokken kan een speler direct geld verliezen. Daardoor ligt het gevoelig dat de overheid tegelijk belasting ontvangt uit dezelfde markt.

De staat krijgt niet simpelweg een vast deel van iedere verloren inzet. Bij vergunninghouders wordt kansspelbelasting geheven over het brutospelresultaat: in grote lijnen het verschil tussen ontvangen inzetten en uitgekeerde prijzen.

Toch blijft de politieke vraag bestaan. Een grotere legale markt kan meer belasting opleveren, terwijl maatregelen tegen gokschade juist bedoeld kunnen zijn om speelgedrag af te remmen.

Als bescherming en inkomsten verschillende kanten op wijzen, moet duidelijk zijn wat voorrang krijgt. Als een maatregel aantoonbaar gokschade vermindert, ontstaat de politieke vraag hoeveel gewicht een eventuele daling van de belastingopbrengst nog moet krijgen.

Strenger beleid heeft ook een grens

In 2026 kondigde het kabinet verdere aanscherpingen voor online kansspelen aan, waaronder plannen voor strengere beperkingen rond reclame en bonussen en extra maatregelen tegen illegale aanbieders.

Dat laat zien dat spelersbescherming zwaarder op de agenda staat. Toch verdwijnt de vraag naar online gokken niet automatisch door strengere regels. Het risico bestaat dat een deel van de spelers uitwijkt naar sites buiten het Nederlandse vergunningstelsel.

Daarom moet bij nieuw beleid ook worden gekeken naar:

  • hoeveel spelers bij vergunde aanbieders blijven;

  • hoeveel verkeer naar illegale sites gaat;

  • of risicovol speelgedrag afneemt;

  • of beschermingsmaatregelen in de praktijk werken;

  • of spelers legaal en illegaal aanbod van elkaar kunnen onderscheiden.

Een daling van de legale gokomzet is dus niet automatisch goed nieuws als tegelijk meer mensen buiten het gereguleerde aanbod gaan spelen.

Belasting en toezicht zijn niet hetzelfde

In discussies over geldstromen lopen kansspelbelasting en kansspelheffing makkelijk door elkaar. Toch zijn het verschillende zaken.

Kansspelbelasting is belasting die naar de staat gaat. Daarnaast betalen aanbieders een kansspelheffing waarmee onder meer het toezicht op de sector en preventie worden gefinancierd.

Dat onderscheid is belangrijk. Het is logisch dat een gereguleerde sector meebetaalt aan het toezicht dat voor die sector nodig is. Dat is iets anders dan zeggen dat algemene belastinginkomsten nodig zijn om de gokmarkt te kunnen controleren.

Wat moet uiteindelijk vooropstaan?

De overheid hoeft gokken niet aan te moedigen om een legale markt toe te staan. Volwassenen kunnen ervoor kiezen om te spelen, terwijl de staat tegelijk grenzen stelt om schade te beperken.

Dat de overheid belasting ontvangt, maakt dat beleid niet automatisch tegenstrijdig. Het wordt pas problematisch als financiële opbrengst een reden wordt om noodzakelijke bescherming af te zwakken.

De kern van geloofwaardig beleid is daarom duidelijk: houd het legale aanbod controleerbaar, maak vergunningen makkelijk te controleren, pak illegale aanbieders aan en meet of nieuwe regels werkelijk minder schade opleveren.

Spelersbescherming en effectief toezicht horen daarbij zwaarder te wegen dan de belastingopbrengst. De belasting is een gevolg van een legale markt, niet het doel ervan.

Cookies

Deze website gebruikt noodzakelijke cookies voor een correcte werking en analytische cookies (geanonimiseerd) om de statistieken van de website bij te houden. Marketing cookies zijn nodig voor laden van externe content, zoals YouTube-video's of widgets van Sociale Media. Zie ons cookiebeleid voor meer informatie, of om je instellingen later aan te passen.