donderdag 23 september 2021

weekZine over stad, cultuur
en wereld

Werkstad had erg weinig ‘oude luister’

26 mei 2016 (de redactie)

Rotterdammer Feico Houweling plaatste eerder op deze site een artikel over de wederopbouw van Rotterdam.
Vooral de kop boven dit artikel ‘Wederopbouw was ernstige ontsporing’ raakte bij deze Rotterdammer onmiddellijk een gevoelige snaar.

Ik vind het nogal wat om zo te beginnen, alsof Rotterdam na de verschrikkelijke misdaad van mei 1940 veel keuze had om rustig achteroverleunend te overleggen om vervolgens zonder veel middelen de oude stad in oude luister te herstellen.

Nou ja oude luister…

Werkstad
Weet Feico dan niet dat het Rotterdam van voor de oorlog bovenal een sterke dynamische werkstad was met slechts weinig ‘oude luister’? Het behouden van oude architectonische schoonheden is voor Rotterdam nooit een probleem geweest, om de eenvoudige reden dat er zo weinig mooie oude architectuur in onze stad te vinden was. Eerder plaatste ik een filmpje over de krotten en stegen tussen Haagseveer en Pompenburgsingel dat was onze ‘oude luister’. Nee als de Rotterdammer even zijn krottenwijkje wilde ontvluchten dan bezocht hij het theehuis op het land van Hoboken en keek vanaf de Parkheuvel mijmerend over zijn Maas. Jaap Valkhof beschreef dit gevoel in het mooie ‘Langs de Maas sta ik vaak in gedachte’.

Omslag: Het rosse leven en sterven van de Zandstraat van J. BrusseSpoor
Het ontbreken van historische schoonheid was in Rotterdam reeds lange tijd een probleem. Na de totstandkoming van het spoor tussen Rotterdam en Den Haag in 1847 wordt het voor welgestelde Rotterdammers mogelijk het werken in Rotterdam te combineren met wonen in Den Haag, Voorburg of Wassenaar.
Het Zondagsblad schrijft: ’Lui die hunne schaapjes op het droge hebben, of hier niet door zaken gebonden zijn, trekken naar plaatsen die aangenaam gelegen zijn, gezonder zijn of meer gelegenheid tot uitspanning geven en het is wel nodig dat onze achtbare Raad daar mede rekening zal houden’.
Begin van de vorige eeuw kwamen er plannen om Rotterdam een nieuw centrum te geven juist omdat het oude centrum met zijn vele private straatjes en stegen alle grandeur miste.
Weinigen van ons weten dat het nieuwe stadhuis dat het oude aan de Kaasmarkt moest vervangen, in eerste aanzet niet aan de Coolsingel maar in het geannexeerde Delfshaven was gepland en wel aan de Pieter de Hoochweg in het verlengde van de geplande Heemraadsweg (de latere Heemraadssingel).

Snelle groei
Aan die Heemraadsweg waren de mooie grote huizen voorzien om de gegoede lieden voor de stad te behouden. Het plan voor een stadhuis op deze plaats is niet doorgegaan mede omdat de haven naar het westen sneller groeide dan verwacht.
Uiteindelijk koos burgemeester Zimmerman in 1912, overigens tegen de wil van SDAP raadslid Hendrik Spiekman, voor de huidige locatie aan de inmiddels gedempte Coolsingel. Bovendien kwam dit uiterst gelegen omdat de oostzijde van de Coolsingel met haar molen, woningen, een massief accu-gebouw en de krotten en bordelen van het Zandstraatkwartier, nimmer het grandeur had gekregen van de westzijde met haar winkels, restaurants, cafés, bioscopen en theater Tivoli.
Zimmerman heeft niet gewacht op de Duitsers, het Zandstraatkwartier werd gesloopt, de Meent doorgebroken en het stadhuis, postkantoor en de beurs kwamen er voor in de plaats. Dit alles werd reeds ver vóór mei 1940 in gang gezet, het waren zaken die de handel voor de stad moest behouden en nog steeds behoudt.

De stadsdelen welke de Duitsers niet hadden geraakt, hebben we na de oorlog alsnog zelf gesloopt.’Leelijk’
Feico beroept zich in zijn artikel op professor ‘Paul van de Laar van ook al weer 20 jaar geleden. Wie deze inaugurele rede van Paul van de Laar leest, komt op de door hem aangehaalde dichter Potgieter die Rotterdam verafschuwde, getuige diens uitspraak: ’Oh leelijk, leelijk zijt gij, industrieel nieuw Rotterdam’.
Paul van de Laar schrijft ook: ’Wie de moeite neemt de verhalen, krantenberichten, romans, poëzie en dergelijken te analyseren zal ontdekken dat Rotterdam vaker werd verguisd dan geroemd’.
En iedere oud-Rotterdammer kent wel de oude romans zoals Boefje en Het rosse leven en sterven van de Zandstraat van J. Brusse of Kruimeltje van C. van Abkoude, verhalen welke zich geheel in Rotterdam afspeelden. Ook daarin werd geen florissant beeld van onze stad geschetst.

Nee, het spijt me Feico, maar het Rotterdam van vóór de oorlog was beslist geen mooie stad welke in zijn oude status hersteld had moeten worden, hoezeer ook de nostalgische verhalen van onze ouders ons er anders over laten denken.

Sterker, de stadsdelen welke de Duitsers niet hadden geraakt, hebben we na de oorlog alsnog zelf gesloopt.
Ach, Rotterdam zal altijd een levendige handel- en havenstad blijven, dat gelukkig wel.

 

 

 

 

 

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!