woensdag 11 december 2019

webZine over stad & cultuur
en wereld

Giro d’Italia

1011 profs - van wie 1 uit China

20 november 2019

(door Ard Heuvelman)

Het wielerseizoen op de weg is ten einde. Als we de balans van het jaar 2019 opmaken zien we een aantal opmerkelijke winnaars. Zo werd de Ronde van Italië gewonnen door een renner uit Ecuador, Richard António Carapaz Montenegro. In de afgelopen Ronde van Spanje bevolkten twee Slovenen het eindpodium: Primož Roglič en Tadej Pogačar. De Tour de France werd voor het eerst gewonnen door een Colombiaan, Egan Bernal. En Mads Petersen is de eerste Deen die het wereldkampioenschap op de weg naar zich toehaalde. Het wielrennen internationaliseert maar de profs koersen vooral in Europa.

Het wielrennen was tientallen jaren een sport van louter Europeanen, en dan vooral uit Frankrijk, België en Italië, de traditionele wielerlanden. De grote kampioenen van de koers komen dan ook uit die landen. Jacques Anquetil en Bernard Hinault zijn Fransen, Fausto Coppi en Gino Bartali Italianen, en Eddy Merckx en Rik Van Looy Belgen. Heden ten dage rijden er Eritreeërs en Ethiopiërs in het profpeloton. De ontwikkeling lijkt een steeds verdergaande internationalisering te zien te geven, hoewel de eerste grote Afrikaanse en Aziatische kampioenen nog op zich laten wachten. Hoe is die ontwikkeling verlopen en hoe zal het verder gaan?

1200 kilometer aan een stuk

Het beroepswielrennen op de weg is in oorsprong een zaak van kranten die door de organisatie van spectaculaire wedstrijden en daar over te schrijven een grotere oplage trachten te halen. Daardoor ontstond een podium voor fietsconstructeurs en onderdelenfabrikanten die sterke renners inhuurden om met prestaties hun producten aan te prijzen. De grote wedstrijden ontstonden bijna allemaal rond de eeuwwisseling van 1900 in Frankrijk met Parijs-Roubaix, Parijs-Tours en de Tour, en de ter ziele gegane Bordeaux- Parijs (bijna 600 kilometer) en Parijs-Brest-Parijs (liefst 1200 kilometer). Wat later ontstonden in Italië de Ronde van Lombardije, Milaan-San Remo en de Giro. Italië kent overigens wel de nog oudste bestaande wedstrijd, Milaan-Turijn, voor het eerst verreden in 1876.

en Nederland?

De Belgen hadden Luik-Bastenaken-Luik en, toen na de successen van Cyriel Van Hauwaert, steeds meer Belgen in Franse loondienst prestaties leverden, vanaf 1912 de Ronde van Vlaanderen. Maar ook in enkele andere Europese landen stond het wegwielrennen al op de kaart. In Duitsland en Spanje werden al grote wegwedstrijden georganiseerd en enkele Zwitserse en Luxemburgse renners behaalden successen in  belangrijke koersen. Van buiten Europa kwam een groep Australiërs deelnemen aan de grote Franse wedstrijden en één van hen behaalde zelfs de zege in de monsterrit Parijs-Brest-Parijs. Dat was de latere minister van immigratie Hubert Opperman. En Nederland?

wedstrijden verboden

Eind negentiende eeuw hadden we de Limburger Mathieu Cordang die podiumplaatsen wist te bemachtigen in Bordeaux-Parijs en Parijs-Roubaix. Daarna telde Nederland tot in de jaren dertig helemaal niet mee in het wegwielrennen. Dat was vooral te wijten aan de in 1905 ingevoerde Motor- en Rijwielwet, die wedstrijden met de fiets op de openbare weg verbood [red.: pas vervallen na WOII]. De weinige wegrenners in Nederland kwamen vooral uit de grensstreek met Vlaanderen, waar ze aan de befaamde kermiskoersen konden deelnemen. In 1933 zagen we een internationale podiumplaats voor Marijn Valentijn uit Sint Willebrord: derde in het wereldkampioenschap op de weg in Monthléry. Veertien jaar later werd Theo Middelkamp uit grensdorp Nieuw Namen in Zeeuws Vlaanderen, die in 1936 voor de eerste Nederlandse Touretappewinst had gezorgd, wereldkampioen in Reims.

Zwitsers, Amerikanen en Scandinaviërs

In de jaren vijftig deden renners uit de niet-traditionele wielerlanden van zich spreken met prestaties in de grote ronden, zoals de Zwitsers met Koblet en Kübler, de Spanjaarden met Bahamontes en de kleine Luxemburger Gaul van zich spreken. In de jaren zestig kwamen daar vooral in de klassieke wedstrijden de Nederlanders Jan Janssen en Jo de Roo, de Duitsers Altig en Wolfshohl en de Brit Tommy Simpson bij aan de top. Maar de grote internationale instroom vond niet eerder plaats dan sinds de jaren tachtig. In die periode deden de Amerikanen, Scandinaviërs, Australiërs, Ieren, Colombianen en uiteindelijk renners uit het Oostblok hun intrede in de profrangen.

exotische nieuwkomers

De komst van de eerste belangrijke Amerikaanse renner, Greg LeMond, zorgde er tevens voor dat het grote geld in het wielrennen werd geïntroduceerd, omdat daarna sponsors zoals Coca Cola konden worden geïnteresseerd. De eerste sterke Amerikaanse profploeg van supermarktketen 7-Eleven liet daarna niet lang op zich wachten. De meest exotische nieuwkomers waren de Colombianen, die in eigen land al een bloeiende wielercultuur kenden, getuige de artikelen van Gabriel Garcia Márquez uit de jaren vijftig over de toenmalige Colombiaanse kampioen Ramon Hoyos. De grote doorbraak kwam in 1984 toen een ploeg Colombiaanse amateurs de dienst uitmaakten in de Franse rittenwedstrijd Dauphiné Libéré en Martin Ramirez zelfs Hinault wist te kloppen. Daarna zijn de Colombianen niet meer weg te denken uit de profrangen, aanvankelijk vooral gesponsord door hun eigen koffieproducenten en steevast begeleid door zeer luidruchtige radioreporters.

de internationalisering van het wegwielrennen 

Onder president Gorbatsjov begon het ijzeren gordijn te scheuren en verschenen profrenners uit de Sovjet Unie op het wielertoneel. Een complete ploeg zelfs, maar wel met een Italiaanse sponsor. Daarna zijn ook de Polen, Tsjechen, Slowaken en uiteindelijk Slovenen tot het peloton gaan behoren. Zo kwamen de beroepsrenners in 1990 al uit 28 landen. In 2019 zijn dat inmiddels 54 landen geworden. Niettemin komt het merendeel nog steeds uit de traditionele wielerlanden in Europa. In 2019 reden 1.011 renners in de World Tour [verplicht om alle grote wedstrijden te starten] en in ProContinentale ploegen [op uitnodiging van de Union Cycliste Internationale]. Ploegen uit andere circuits (het zogeheten continentale circuit die geen sociaal statuut hebben) kunnen we eigenlijk geen beroepsrenners noemen. Grootste leverancier van de echte beroepsrenners is Frankrijk met 46 World Tour- en 102 ProContinentale renners, totaal 148 profs. De twee andere grote wielerlanden zijn nog steeds België en Italië, met respectievelijk 128 en 127 profrenners.

oude wielerlanden blijven domineren 

Op wat ruimere afstand volgen Spanje met 90 en Nederland met 65 beroepsrenners. Daarna komt pas het eerste niet-Europese land, te weten Australië met 42 profs. Van alle beroepsrenners komt nog 82% uit Europa. Noord-, Midden- en Zuid-Amerika volgen met ruim 9%, Australië en Nieuw-Zeeland leveren 5%, Azië 2% en Afrika nog geen 2%. China, een land met bijna 1,4 miljard inwoners, levert Meiyin Wang die uitkomt voor Bahrain Merida, een ploeg uit een Golfstaat die op nota bene fietsen uit Taiwan rijdt. Er zijn wel elf geregistreerde continentale amateurteams in China, maar slechts één renner rijdt bij de profs.

De Internationale wielerunie UCI doet verwoede pogingen om het wielrennen voet aan de grond te laten krijgen in Azië en Afrika. Er worden inderdaad steeds meer wedstrijden op andere continenten georganiseerd. Ook het aantal sponsoren neemt toe, maar of het wielrennen nu zo gelukkig moet zijn met organisaties en sponsors uit de Golfstaten, waar het wielrennen onder de bevolking totaal niet leeft, valt te bezien. Het wielrennen krijgt ook steeds meer aanhang in Zuid-Amerika. Maar de beste groei vindt plaats in Europa, met zich sterk ontwikkelende nieuwe koerslanden als Groot-Brittannië, Noorwegen en Slovenië. Het is uit die contreien waar de nieuwe vedetten vandaan komen. En Nederland heeft ruim honderd jaar later weer een nieuwe Mathieu. Na Cordang nu Van der Poel.

fietsen bij de Noordpool   

Zo lang aansprekende wedstrijden buiten Europa uitblijven, en de grote sponsors daar dus wegblijven, zullen renners uit verre landen zich moeten waarmaken in de grote Europese koersen. Een verdergaande internationalisering van het wegwielrennen is daardoor niet aannemelijk. Integendeel, juist de nieuwe Europese wedstrijden in Italië zoals Strade Bianche rond Sienna, in Engeland zoals in Yorkshire en Noorwegen met een rittenwedstrijd rond de Poolcirkel [Arctic Race of Norway], hebben veel meer potentieel voor de echte liefhebbers en de sponsors.

Van de auteur van dit stuk, RV&M wielercorrespondent Ard Heuvelman, verscheen in 2018 bij uitgeverij Sportliteratuur het boek ‘Wielerreuzen van de weg’.

 

foto's door Ard Heuvelman et al.

Zie ook:

Deel dit bericht met je vrienden!

Het kruispunt van stad, wereld en cultuur is onze focus

Steun ons op  NL55 INGB 0009 2593 29 t.n.v. Stichting Third Road met een bijdrage- periodiek of eenmalig- naar keuze