zondag 20 juni 2021

webZine over stad, cultuur
en wereld

Olga Shparaga

'De revolutie heeft een vrouwelijk gezicht.' Interview met de Wit-Russische filosofe Olga Shparaga (1)

7 maart 2021 (Antje Boijens (Vertaling uit het Duits RG) )

Olga Shparaga is lid van de nieuwe ‘Staf van de Coördinatieraad’ voor de protesten en professor aan het Europese College voor Schone Kunsten in Minsk. Ze nam deel aan de demonstraties tegen het Loekasjenko-systeem. Ze zat twee weken gevangen en besloot na detentie Wit-Rusland te verlaten.

'Filosofen zijn gewend om in de gevangenis te zitten, te beginnen met Socrates'  zo vertelt de Wit-Russche dissidente Olga Shparaga. halverwege het eerste deel van het interview met haar dat gaat over haar arrestatie, over de onderlinge verbondenheid tussen gevangenen in de beruchte Okrestina-gevangenis in Wit Rusland. 

De eerste arrestatie

Olga Shparaga werd voor het eerst gearresteerd tijdens een zondagse demonstratie op 4 oktober 2020. Zij en haar man zaten bijna 24 uur vast in de plaat Zhodino. Daarna werd ze weer vrijgelaten  maar zou wel op 14 oktober 2020 voor de rechtbank in Smolevic moeten verschijnen. Maar Olga kon daar uiteindelijke niet heen omdat ze op 9 oktober werd ontboden op het hoofdbureau van politie (RUVD). Hoe het verder ging vertelt ze hieronder.

“Ik besloot in overleg met mijn  advocaat dat het niet zo ernstig was, dat ze me haast onmogelijk  vast konden houden tot de dag van de rechtszaak.  Maar het ging heel anders. Bij de RUVD brachten ze me meteen naar een klein soort ‘kamer’, van ongeveer 1 x 2,5 meter en lieten me daar zitten. Het was er koud in die cel, er waren geen stoelen, er was alleen een betonnen bordes waar je op kon zitten.

Er waren veel medewerkers en veel ophef in de RUVD. Ik werd met regelmatige tussenpozen uit de cel gehaald en ondervraagd. ‘U weet heel goed waarom we u vasthouden nietwaar?’ Ik antwoordde: dat ik het niet begreep en vroeg om een advocaat . Daarna brachten ze me terug naar de cel. En dan  kwam er weer een verhoor en zo ging dat meerdere keren. Ze lieten me tenslotte geen enkel maal een aanklacht zien. Tussendoor zeiden ze dan dat het over administratieve zaken ging en dat ik naar de Okrestina-gevangenis in Minsk zou worden overgebracht.

Om middernacht brachten ze me naar een vergaderruimte van de RUVD om daar met twee leidende functionarissen van de afdeling  ‘voorlichting’ te praten. Zonder dat ik precies wist wat hun rol in de organisatie was, begonnen ze me vragen te stellen over de  Coördinatieraad  [ Red. de groep die de protesten in Wit-Rusland organiseert]  en over de FEM-groep [Red. Feministische Vrouwenorganisatie]. Ze wilden weten waarom ik lid geworden was  en spraken over de schadelijke rol van informatietechnologie. Ik weigerde te spreken zonder advocaat. Vervolgens werd ik ergens na middernacht naar de Okrestina-gevangenis gebracht.

 Okrestina Foto Dobry-Brat cco

Okrestina-gevangenis

De  eerste nacht was ik alleen. De volgende dag werd ik in een cel gezet met de activist en journalist Evgenija Dolgaja. We hadden geen matrassen of kussens, alleen één deken voor ons beiden. En het was bitter koud in de cel. We brachten zo twee nachten onder één deken door: we sliepen met de armen om elkaar heen en hadden plastic waterflessen als hoofdkussen.

Ik kreeg blauwe plekken van het harde bed. Op zaterdag namen ze ons gelijktijdig mee voor verhoor. Een afdelingshoofd, zoals hij zichzelf noemde, wilde me vragen stellen over een misdrijf. En ik vroeg: ‘Ja, wat dan ? Het zou toch alleen over administratieve zaken gaan?‘ Daarna  begonnen de dreigementen.

Hij stelde vragen als: ‘Wat is er aan de hand in het land?’ En ik zei: ‘Sociale veranderingen.’ Hij wilde weten:  ‘Welke sociale veranderingen?’ En ik antwoordde: ‘Dat heb ik nog niet helemaal uitgedacht.’ Hij vroeg dan: ‘Wat voor soort filosofe ben jij?’ En ik zei: ‘Fenomenologe’. Dan vroeg hij wat dat betekende en zo ging het door.

Hij was natuurlijk ook geïnteresseerd waarom ik naar demonstraties ging. Ik zei tegen hem dat ik niet naar demonstraties ga, maar dat ik ga wandelen, dat ik het leuk vind om door verschillende steden te wandelen en dat het mijn wettelijke recht is. Hij wilde weten welke Wit-Russische steden ik leuk vind. Ik zei: ‘Grodno, want het is de meest Europese stad.’ En meteen sprong hij erop: ‘Wat betekent de meest Europese stad?’ [Olga lacht hierbij].

Aan het slot zei de man dat ik waarschijnlijk liever niet met hem had gesproken -bij de RUVD kreeg ik aan het einde van het gesprek een soortgelijke opmerking. Ik gaf hem als antwoord dat ik hem simpelweg  alles verteld heb, over steden, over gelijkheid en over fenomenologie. We hebben een vol uur gesproken [Olga lacht], maar wat moet ik hem vertellen over de activiteiten van de KS [ de Coördinatieraad van de demonstraties] wat hij al niet op hun website kan vinden?  Immers, zo vertelde ik hem, daar zou hij alle informatie heel precies kunnen nalezen."

Wij vrouwen deelden alles

Tijdens het later proces tegen Olga verscheen een politieagent die zei dat ze was geregistreerd op videobeelden van twee zondagse demonstraties, waarop ze samen met anderen luid slogans skandeerde en dat ze  'symbolen' in haar handen had [waarschijnlijk zijn daarmee witte bloemen bedoeld]. Die videobeelden zijn echter nooit als bewijsmateriaal aangevoerd. Als bewijs dienden uiteindelijk twee foto's van een onbekend Facebook-account, waarin Olga zichzelf vanwege de maskers en donkere ogen van de afgebeelde vrouw niet kon herkennen. Bovendien toonde de foto noch een demonstratie noch symbolen daarvan. Na de uitspraak van de rechtbank werd Olga naar een andere cel gebracht waar ze andere gevangen gezette vrouwen ontmoette.

"Ik had daar aanvankelijk heel gemengde gevoelens bij: Aan een kant was ik blij over het gevoel van verbondenheid  en de steun van medegevangenen. Wij vrouwen deelden alles wat we konden delen. We praatten en gaven om elkaar. Aan de andere kant stond het huilen me nabij vanwege  het feit dat hier mensen werden gemarteld en nog steeds worden gemarteld. Daarom huilde ik ook af en toe, wat heel erg hielp.

Om met de situatie en de gevoelens om te gaan, begon ik te mediteren, wat hielp om het onvermijdelijke te accepteren. Ik begreep dat de gevangenbewaarders me op geen enkele manier klein konden krijgen en dat het noodzakelijk  was om kracht te zoeken bij anderen, bij de mensen om me heen. En om met hen positieve gevoelens, kennis en eigen kracht te delen. En het werkte! Uiteindelijk zijn filosofen gewend om in de gevangenis te zitten, te beginnen met Socrates. Deze gedachte heeft me ook echt gesteund."

Foucault in de gevangenis

Na een overplaatsing naar een gevangenis in haar eigen stad Zhodino werd Olga in een cel gestopt met Julia Mitzkiewicz en Svetlana Gatal’skaja, collega's van de FEM-groep van de KS (vrouwengroep van de coördinatieraad). Samen besloten deze vrouwen toen om lezingen en een masterclass te houden voor de medegevangenen.

"Tot aan de lunch gaf ik filosofische lezingen. Ik ben begonnen met een eenheid over menselijke waardigheid. Na de lunch leidde Julia Mitzkiewicz discussies en workshops over feministische en andere onderwerpen. Mijn tweede les ging over de 'drie meesters van het  wantrouwen', namelijk Marx, Nietzsche en Freud, en vervolgens over de microfysica van macht van Michel Foucault. Foucault is erg belangrijk om te begrijpen hoe de praktijken van macht werken, inclusief opsluiting in gevangenissen - en hoe je ze kunt weerstaan. Daarna gaf ik een lezing over existentialisme en vertelde wat ik aan het doen was op het gebied van informeel onderwijs. Aan het einde van deze lezing kwamen dan weer nieuwe onderwerpen ter sprake.

We gaven zelfgemaakte certificaten aan de vrouwen die de cursussen  volgden en zongen ‘Rasbury turmy mury’ [een Wit-Russisch bevrijdingslied].  In de cel waren er op een bepaald moment kleurpotloden en papier. Daarmee begon ik tekeningen te maken van het dagelijkse leven in de gevangenis, zoals ik eerder had geleerd tijdens schildercursussen.

Op een van de tekeningen is te zien dat het koud is in de cel, de vrouwen zitten onder een deken, hoewel het overdag verboden was! Maar toen, op een van die dagen, zetten ze de verwarming weer aan en het was zo warm dat de spijkerbroek aan hun lichaam kleefde en sommigen van hen hoofdpijn kregen van de hitte.

Rondjes dansen met Matisse

Filosofie was in die periode erg belangrijk. Ze laat het belang zien van humanistische cultuur in moeilijke omstandigheden. Hoe ze helpt om te gaan met de druk en de stress van een op handen zijnde straf. Als je voor het eerst onder moeilijke omstandigheden opgesloten bent, zonder te weten hoe lang het duurt - kan het gemoed snel omslaan.

De vrouwen liepen bijvoorbeeld overdag heen en weer in hun  cel of om zich op de een of andere manier te bewegen en konden daar erg verdrietig van worden omdat ze net als echte criminelen in cirkels liepen. Ik vertelde hen dat deze beweging in een cirkel lijkt op de dans van Matisse! En het rooster aan de muur is een directe verwijzing naar Rosalind Krauss, als een beeld van de overgang van moderne naar hedendaagse kunst. Dit is precies hoe de Wit-Russische kunstenaar Sergei Kiryushchenko zijn grille op de Octoberstraat [in Minsk]  schilderde. De stemming verbeterde meteen! Dat betekent dat je dankzij een humanistische houding alles anders kunt bekijken, van perspectief kunt veranderen en boven de situatie kunt staan. En het neemt tegelijk niet weg dat het hier om vernedering, marteling en onrechtvaardigheid handelt.

 Rosalind Krauss Bld YT in Tate Talks

COVID

Op dit moment maakt Olga zich grote zorgen over het  coronavirus  en over de medische zorg in de gevangenissen. De vrouwen hadden maskers, maar er waren te weinig borden en bekers, de vrouwen moesten vaak met z'n tweeën een kopje delen.

Vaak gebruikten we de corona-maskers om te slapen omdat de lichten 's nachts niet uitgaan. Nieuwe gevangenen worden vaak 's nachts de cellen binnengebracht. Of je hoort iemand de gang in geleid worden en schreeuwen. We droegen de maskers niet in de cel, en het had geen zin als je alleen maar water uit de kraan uit eenzelfde  fles kon drinken. Toen  ik uit de gevangenis kwam, deed ik een COVID-19-test en die was positief. Medegevangenen vertoonden ook symptomen van de ziekte. Naderhand bevestigden tests dat elke tweede gevangene in onze gevangenis COVID-19 had.

We hoorden ook over een man naast ons die in eenzame opsluiting zat en ziek werd. De gevangenismedewerkers kwamen naar ons, de vrouwen toe, om ons om medicijnen te vragen omdat ze zelf niets hadden."

Het tweede proces

Haar tweede proces vond plaats terwijl Olga Shparaga in de gevangenis zat.

"Mijn man werd in Smolevich gestraft. Hij kreeg te horen dat de straf ook voor mij gold. Maar toen ik uit de gevangenis kwam, wachtte me weer een volgende vonnis waar ik tot 12 dagen was veroordeeld. Daarna besloten we Minsk te verlaten en naar Vilnius te gaan omdat ik niet bereid was om weer even lang in de gevangenis te zitten, ook omdat ik werd bedreigd met verdere strafrechtelijke vervolging. Ik heb besloten in Vilnius een boek te schrijven over de Wit-Russische revolutie voor een grote Duitse uitgever*. Ik zal deelnemen aan conferenties en proberen de vrouwen te helpen die in zo'n moeilijke situatie in Wit-Rusland verkeren; Ook zet ik mijn werk voor de KS Coördinatieraad voort met het oog op vernieuwing in Wit-Rusland."

Het gesprek, dat we in twee delen publiceren, verscheen voor het eerst in het Russisch op Lady.TUT.BY. Met vriendelijke toestemming van de redactie, vertaald uit het Russisch door Antje Boijens.

*Het boek van  Olga Shparaga ‘De revolutie heeft het gezicht van een vrouw’verschijnt  dit jaar  in vertaling van Volker Weichsel bij de Duitse uitgeverij Suhrkamp. 

 

 

Zie ook:

Lees meer over:

wereldvrouwendag Wit-Rusland
Deel dit bericht met je vrienden!