donderdag 2 april 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Wachten op de grote knal?

6 januari 2017 (door Rein Heijne)

In haar NRC - column Wachten op de grote knal van 21 december schrijft Jutta Chorus dat de aanslag op de Russische ambassadeur in Ankara haar deed denken aan de moord op de Oostenrijkse kroonprins Franz Ferdinand. Volgens haar was dat toen in 1914 de lont in het kruitvat waardoor de Eerste Wereldoorlog uitbrak.

Stevenen wij nu na deze aanslag weer af op een grote oorlog, vraagt zij zich enigszins lijdzaam af. Toch wel verbazend dat zo’n bekwaam en gerespecteerd journalist als Jutta Chorus zich lijkt mee te laten slepen met wat ik zou willen noemen “gelatenheid”.

Volgens de Amerikaanse politicoloog Benjamin Barber is terreur het wapen van de onmachtigen. Terrorisme is het plegen van of dreigen met gericht geweld, met als doel maatschappelijke veranderingen te bereiken of politieke besluitvorming te beinvloeden. Polemoloog Hylke Tromp verwoordde deze omschrijving van terreur aldus: Staten die oorlog voeren doen niet anders; het gaat erom zoveel mogelijk mensen om te brengen. Massamoord is beslissend.

Alleen al de gedachte dat oorlog te verkiezen zou zijn boven het gelaten wachten op, en lijdzaam ondergaan van terroristische aanslagen, is dus tamelijk idioot. Want oorlogvoeren is onbeheersbaar, is duizenden aanslagen tegelijk, is maximale onmacht, maximaal lijden van onschuldige burgers. De slotzin van Slaapwandelaars, het boek van de Australische historicus Christopher Clark over het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog luidt: de hoofdrolspelers van 1914 waren slaapwandelaars, alert maar blind, opgejaagd door dromen maar onwetend van de realiteit van de gruwelen die ze over de wereld zouden brengen.

Vijfhonderd jaar geleden schreef Erasmus in zijn Dulce Bellum Inexpertis al dat er niets rampzaligers en schandelijkers is dan oorlog. En dat er ook altijd lieden zijn die deze misdadige gezindheid aanwakkeren en door hun goedpraten van zoveel schandelijks de gloeiende verontwaardiging van anderen een koude douche geven. En Erasmus verzucht: Gekkenwerk lijkt het zoveel zeker kwaad te aanvaarden, terwijl het toch geheel onzeker is hoe de teerling van de oorlog vallen zal.500 jaar na het verschijnen ervan blijkt er helaas nog weinig te zijn veranderd. Kennelijk is het vijf eeuwen lang bij een tevergeefs praten tegen dovemansoren gebleven. De slaapwandelaars van vandaag zouden eens flink wakker geschud moeten worden. Door journalisten als Jutta Chorus bijvoorbeeld.

In het recent verschenen boek De boemerang van oorlog en geweld – Een hedendaagse samenspraak over Erasmus’ visie op oorlog en vrede [i] wordt de oorspronkelijke tekst van Erasmus Dulce Bellum Inexpertis vergeleken met de actualiteit van de hedendaagse problematiek. Die is complex en ingewikkeld genoeg. Willen wij op termijn iets tegen dergelijke gebeurtenissen proberen te doen dan zullen we toch goed naar allerlei oorzaken moeten kijken. Daar hoort vooral ook het ‘onze hand in eigen westerse boezem steken’ bij.

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!

De toekomst is vandaag, de geschiedenis wordt morgen geschreven

Vandaag&Morgen is een uitgave van Stichting Third Road. Steun onze verslaggeving op NL55 INGB 0009 2593 29 t.n.v. Stichting Third Road