maandag 18 oktober 2021

webMagazine over stad, cultuur
en wereld

Wachten als energieke maskerade

10 mei 2013 (Ronald Glasbergen)

‘Wachten op Godot’ van toneelgroep Oostpool wringt. De regisseur en acteurs lijken voorbij te gaan aan de ontreddering die past bij de tragi-komische personages die Samuel Beckett geschapen heeft. Maar schijn bedriegt hier. Met lichte toon doen de acteurs recht aan de absurditeit van het beroemde toneelstuk en geven het een actuele context.

,,Ik schrijf over die dingen waar de rest van de kunst over zwijgt,’’ zei schrijver Samuel Beckett in een van zijn schaarse uitspraken over zijn eigen werk. ‘Wachten op Godot’ werd in 1953 voor het eerst opgevoerd. Het werd het beroemdste toneelstuk van de 20e eeuw.

Vladimir en Estragon. Foto's: Oostpool

Zwervers
In ‘Wachten op Godot’ wachten twee oude zwervers, Vladimir (Stefan Rokebrand) en Estragon (Sanne den Hartogh), op een zekere Godot. Ze kennen hem van horen zeggen.
Behalve niets doen en om zich heen kijken, zijn ze vooral aan het praten. Dat doen ze in meestal korte zinnen waarin het veel gaat over vroeger. Voortdurend zijn er misverstanden. De enige toekomst is Godot, waarvan ze eigenlijk niets weten.
Zeker in de tijd van de oer-première van het stuk, kort na de Tweede Wereldoorlog en aan het begin van de Koude Oorlog, moet het verleidelijk zijn geweest om dat doelloze wachten te lezen als ironisch en nihilistisch commentaar op de toestand van de mens in de twintigste eeuw. Toneel schrijver Samuel Beckett leefde middenin die totalitaire 20e eeuw, maar je kan er niet precies de vinger op leggen.

Frans
Beckett schreef zijn stuk doelbewust niet in zijn moedertaal, maar in het Frans. Door in een vreemde taal te schrijven, wilde hij clichés vermijden en de taal sober houden.

De enige boom in de verre omtrek.Een dergelijke soberheid komt terug in de enscenering: een landweg van links naar rechts over het podium en een kale boom. Het past bij de minimale dramatische structuur van het stuk: twee akten, twee keer twee intermezzo’s, herhaling van zetten. Niet emotie of drama maar taal is de ruggengraat van het stuk.
Taal en spel worden gescheiden in deze uitvoering van Oostpool (regie Erik Whien, dramaturgie Rob Klinkenberg). De protagonisten spreken als jonge mannen: snel, krachtig en staccato op het ritme van de dialoog. Dromen en ‘wachten’ zoals Vladimir doet en kijken naar de ander en slapen zoals Estragon, doen de acteurs tussen de taal door.
Omdat Vladimir en Estragon gespeeld worden door acteurs die veel jonger zijn dan hun personages, lukt dat. Ze zijn niet ouder geschminkt, ze stralen de fysieke energie van jonge mannen uit. Met uitzondering van de slome maar soms ‘valse’ Lucky (Marcel Osterop) die een vuilgrijze haardos heeft. De energie van de acteurs wordt zo een tegenvoeter van de taal die onaantastbaar op zichzelf blijft staan. Het zou Beckett weleens bevallen kunnen hebben.

 

Gezien 7 mei 2013 Rotterdamse Schouwburg Grote Zaal.

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!