vrijdag 18 september 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Waarom ik nog niet weet waarop te stemmen

30 januari 2017 (door Rob Timmer)

Ook zonder een indrukwekkende opleiding, vier jaar school voor de grafische vakken, ben ik van mening dat ook mijn ervaring in deze samenleving mee mag tellen in de hier gevoerde discussie over de komende verkiezingen. De laatste 26 jaar van mijn werkzame leven fungeerde ik als eindredacteur/vormgever bij Het Vrije Volk/Rotterdams Dagblad. (Foto links: Rob Timmer)

Mijn ouders hebben als ‘ongelovigen’ bewust gekozen voor een ‘school met den bijbel’ voor de eerste zes jaar van mijn (onze) schoolgang. Ik groeide op in een gezin met negen kinderen in een arbeiderswijk in Utrecht.

Deze mix van ‘psalmen’ en ‘de internationale’ zijn mogelijk de kiem geweest voor mijn latere sociale politieke voorkeur. Wat belangrijker is… ik heb nooit redenen gezien (zoals vele andere mannen van mijn leeftijd (71)) om die voorkeur te verlaten! Ik zal uitleggen waarom en hoe ik de politiek zie.

Liberalen (VVD, D66) zitten flink verweven in de handel. Mensen zijn in liberale ogen (oké, tamelijk gechargeerd) in hoofdzaak consumenten en die consumenten zijn hun ‘afzetmarkt’ en economische eenheden. Hebben de consumenten geld om uit te geven dan verdient de ondernemer goed. Dus zullen de liberalen zorgen dat de consument in elk geval voldoende geld heeft om hun producten te kopen. Niets meer en niets minder. Welvaart is in hun ogen prima maar ‘welzijn’ van de consument mag nooit ten koste gaan van het liberale verdienplaatje en de vrijemarkteconomie.

Christelijke partijen (CDA, SGP, GPV, CU) kijken al iets meer naar het welzijn van mensen. Zeker als die mensen deel uitmaken van hun geloofsovertuiging. Maar door de bank genomen staan de christelijke partijen meer het algemeen welzijn van mensen voor ogen dan het eenzijdige liberale model. Veel organisaties die zich inzetten voor het bestrijden van armoede komen dan ook voort uit kerkelijke instellingen.

Sociale partijen (PvdA, SP, GroenLinks, 50+?) zetten zich voornamelijk in voor het welzijn van de mens maar verliezen soms de kosten om dat welzijn mogelijk te maken uit het oog. Zo willen de sociale partijen nogal eens ‘het realisme’ uit het oog verliezen. Bijvoorbeeld SP’s afkeer van ‘Europa’.

Protestpartijen (populisten) zijn voornamelijk naar binnen gericht. Vrijwel nooit is de woede van de aanhang vanwege een onrecht aan ‘anderen’ aangedaan. De populistische kiezers zijn vrijwel altijd teleurgesteld in hetgeen ze zelf hebben bereikt. En dat is nooit hun schuld maar altijd die van een ander. Verder is regel 1 bij die partijen; Eerst Wij (en andersom).

Helemaal zeker over mijn partijkeuze ben ik nog niet, maar:

Ik ben vóór ‘Europa’ en op termijn vóór een Verenigde Staten van Europa.

Ik ben meer realistisch socialist dan liberaal en zie dus ook het belang van een gezonde economie.

Na de periode Paars (Wim Kok) ben ik kort overgestapt naar de SP. Toen de weerstand tegen Europa in die partij de kop opstak ben ik verschoven naar GroenLinks. Het jeugdig elan en de kijk op de toekomst van deze partij bevalt mij uitstekend. In zo’n wereld kunnen AL onze kleinkinderen met eigen inzet een goed leven opbouwen.

Ik denk dat ik bij GroenLinks voorlopig toch het best op mijn plaats ben!

Jesse Klaver: Stel je voor... Iedereen krijgt de zorg die nodig is. Thuiszorgmedewerkers, verplegers en hulpverleners hebben tijd en aandacht voor wie dat nodig heeft. De stopwatch regeert niet langer de zorg. GroenLinks wil dat het in de zorg gaat om mensen en niet om de cijfers. (Foto: Groen Links)

 

Deel dit bericht met je vrienden!