vrijdag 20 mei 2022

webZine over Stad, Cultuur
en Wereld

Noordereiland ergens rond 1934 Bld. Defensie

Vrij?

10 mei 2022 (Paul Seesink)

De achtjarige Kerem hangt tweehoog uit het raam en roept naar z’n vriendje beneden in de Sleephellingstraat. “Dikkatlice”,"Voorzichtig," zegt z’n moeder, als hij te ver naar buiten leunt. Kerem leeft zorgeloos in een vrij land.

Het is 1944 als een achtjarige jongetje uit hetzelfde raam naar buiten kijkt en beneden een Zug, een Duits peloton, door de straat ziet marcheren. Ergens roept iemand “vrijheid”.

“Vrijheid', wat is dat?"  vraagt hij aan zijn oma, die altijd alles weet.

"Als we vrij zijn, Paultje, hoeven we de ramen niet meer te verduisteren en er komen geen V1's meer over ons heen. De huizen zullen niet meer schudden en schilderijen niet meer slingeren, want er vallen geen bommen meer. Onze brug zal weer op vaste tijden opengaan. Mevrouw Polak van hiernaast hoeft geen ster meer te dragen. Op straat marcheren geen Duitse soldaten meer en het puin zal opgeruimd zijn."

Haar kleinkind was even stil…

‘Vrijheid’; als achtjarige, heeft Paultje in die winter van 1944-‘45 geen idéé wat hij zich daarbij moest voorstellen. Geen ramen verduisteren, dát leek hem een goed idee.

Het was altijd een gedoe voor zijn moeder op die gammele trapleer, vooral als dat paarsblauwe papier ging scheuren. Zijn vader kon niet helpen, want die lag al zes jaar ziek op bed.

Geen V1’s en bommen leek hem ook prima. Hij had een hekel aan de Lagere School. De schooltijd was een vervelende onderbreking van het dagelijkse buitenspelen.

Als de school uitging – en hij vlug naar huis wilde – gebeurde het wel eens dat het luchtalarm begon te janken. Hij moest dan “Schnell, schnell, bitte'” de schuilkelder in. Nee, die bommen hoefden niet meer voor hem. Dat in de straat mevrouw Polak geen ster meer zou dragen vind hij logisch. Ze draagt 'm altijd, ook als het geen Kerstmis is, en dat vindt hij erg overdreven.

Geen puin

Maar dat van die brug, die door de Duitse soldaten vaak te onpas werd geopend, lijkt hem niet zo leuk. Zo’n onverwacht geopende brug is een mooie smoes om het te laat komen op school te verklaren. Zijn strenge hoofdmeester kan dat toch niet zo gauw controleren.

Geen soldaten meer op straat betekent dat hij nooit meer met een patrouillewagen mee zou kunnen rijden of samen met vriendjes achter een 'Zug' stappen en meezingen:

Denn wir fahren gegen Engeland.” of dat liedje over “dass Blumlein Erika”.

Door zijn Duitse bovenbuurvrouw klinkt hun Duits hem immers vertrouwd, hoewel hij dat 'fahren' niet zo begrijpt; ze liepen toch!

Hij zou ook geen brood of snoep meer van hen krijgen en waar zou hij moeten gaan spelen als er geen puin meer is? 'Vrijheid': nee … hij keek er niet zo naar uit.

Geen hout

Bij ‘vrijheid’ denkt hij eerder aan de stadsduiven in z’n straat, koerend in de hoge kastanjes. Die waren vrij, die kunnen overal heen. Ze vliegen hoger dan zijn zolderkamertje. Zou zijn oma zoiets bedoelen?

Het is hongersnood. Zijn moeder heeft geen hout om het in het kleine noodkacheltje te laten branden. Sterke buren hebben gisteren die mooie kastanjes in de straat neergehaald. Zijn moeder kreeg ook wat hout. Hijzelf pulkte, samen met zijn vriendjes, de teer tussen de straatkeien weg, want dat brandt ook zo lekker. Maar met die kastanjebomen verdwijnen nu ook de duiven uit de straat. De meeuwen laten zich deze winter ook niet meer zien. Geen wonder; er valt niks te halen. De kolenboer komt ook niet meer langs. Waarom is er zo weinig eten? Zijn moeder heeft toch genoeg bonnen! Hij snapt er geen hout van.

Snuffie

Aan wie dit alles voorbij was gegaan, was Snuffie. Hij woonde in een hok op de warande. Vooral z’n oma vond het een lief konijn. Ze zei nog al eens: “Dat konijntje is om op te vreten”.

Paultje zocht daar nooit wat achter. Maar plotseling op een koude, regenachtige, dag had zijn moeder besloten dat Snuffie eraan moest geloven. Eerst dacht Paultje nog dat Snuffie katholiek moest worden, maar al gauw bleek dat zijn moeder die opmerking van oma letterlijk had genomen. Ze vond het beestje vet genoeg en een vetpot was het niet bij hem thuis. De buurman van boven zou wel even helpen. Nou, dat hebben ze geweten! Paultje moest Snuffie’s pootjes vasthouden. De eerste klap was een blindganger; Snuffie was nog steeds een wakker dier en spartelde hevig. Goed, hij was niet gelovig, maar om hem nou zo te laten lijden. Paultje’s tranen waren toen heel dichtbij. Gelukkig zit het ook bij een konijn tussen de oren, want toen mijnheer Meijer hem dáár goed raakte was het beessie meteen uit zijn lijden.

Urenlang rook Snuffie lekker in de keuken, maar eenmaal op tafel kon Paultje geen hap door z'n keel krijgen. De anderen smulden van hem. Zijn hok verdween in het noodkacheltje. 

Vrijheid

Die oorlog van toen ligt nu ver achter ons. 77 Jaar geen oorlog; 77 jaar vrij. Maar hoe vrij zijn we? Er vallen geen bommen. Nederland wordt niet geregeerd door een vreemde mogendheid. Er is voldoende eten en we laten ons boeien door kunst en cultuur. Maar zijn we niet tegelijkertijd geboeid door prestatiedrang? Door ‘targets’ te halen, door omzet, Laten we ons niet boeien door YouTube-beïnvloeders? Zijn we wel vrij als we ons gevangen voelen in de sociale media? Zijn we wel vrij als we alles moeten?

Nu, in deze tijd waarin we bijna gegijzeld zijn door zoiets onzichtbaar kleins als een virus, wordt ons onverwacht meer tijd gegeven om na te denken over vrijheid, over onze persóónlijke vrijheid.

Zie ook:

Lees meer over:

Tweede Wereldoorlog vrijheid
Deel dit bericht met je vrienden!