zondag 29 november 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Voorbeeld voor ‘bed, bad en brood’

25 april 2015 (door Hans Roodenburg)

De afgelopen week stond in het teken van de discussie over ‘bed, bad en brood’ en op welke wijze de toestroom van economische en politieke vluchtelingen kan worden beperkt. Het leidde bijna tot een kabinetscrisis maar de coalitiepartijen VVD en PvdA zijn er toch uitgekomen. Beide claimen hun zin te hebben gekregen en dat zou wel eens zo kunnen zijn. De oppositie heeft voorlopig het nakijken.
De Pauluskerk in Rotterdam schijnt nu het voorbeeld te worden voor hoe de opvang van ‘bed, bad en brood’ het beste kan worden ingevuld.


Moet je nagaan dat dit vroeger het bolwerk was van – in de Rotterdamse straten vaak - overlast gevende drugsverslaafden, zwervers en andere niet-gedocumenteerde mensen (in politiebericht genoemd als verdachten zonder woon- of verblijfplaats).

 

 

Volgens burgemeester Aboutaleb van Rotterdam (in een uitzending van Pauw) keert thans 40 procent van de illegalen in de Pauluskerk vrijwillig terug naar hun land van herkomst.Terugkeer
De aanpak in de Pauluskerk zou ervoor zorgen dat volgens burgemeester Aboutaleb thans 40 procent van de illegalen die alle procedures al hebben doorlopen vrijwillig terugkeert naar hun land van herkomst. Dat gebeurt door hen erop te wijzen dat in het welvarende Europa geen plaats en geen toekomst voor hen is en door hen voor te houden dat zij anders nog een halve eeuw in ons land als illegaal leven. Dat vormt geen basis voor welk leven ook! Maar anderzijds kun je stellen dat 60 procent dat wél wil!
Het lijkt een onoplosbaar probleem, waarbij alle politieke partijen vinden dat men menselijk moet blijven en dat verdrinken in de Middellandse Zee bij de overtocht naar Europa onmenselijk is. Tegelijkertijd probeert men met maatregelen de mensensmokkelaars die grof geld verdienen en de vluchtelingen uitbuiten zwaarder te straffen. Maar dat klinkt eenvoudiger dan het is. De enkelingen die gepakt worden krijgen – thans nog – te lichte straffen. Bovendien staan er weer andere klaar om deze hebzucht over te nemen.

Jongeren
De vluchtelingen, vaak jongeren die wel een groot risico durven nemen en worden gefinancierd door soms hele families in Afrika, denken meestal dat als zij in het ‘Beloofde Land’ Europa aankomen hun kostje is gekocht. Ten onrechte want dan begint het voor hen pas. Ze moeten zich opleiden, de taal leren, werk vinden en zich cultureel aanpassen. Dat vergt veel van hen.
Het is onvergelijkbaar met de situatie van de Nederlandse emigranten die in de jaren ’50 naar Australië, Verenigde Staten, Canada en Nieuw-Zeeland vetrokken voor een beter bestaan. Die emigranten waren daar welkom en het kwam helemaal niet in hen op om op de bonnefooi daar naar toe te gaan. Dan waren ze liever in Nederland gebleven bij hun familie en (soms) armoedige omstandigheden.
De meest minimale voorziening in ons land van ‘bed, bad en brood’ helpt dus niet. Pas als in de landen van herkomst wordt beseft dat het ‘Beloofde Land’ er toch niet is, zal de toestroom opdrogen. Ook niet helemaal, zo leert de geschiedenis, maar wel tot te behappen proporties.

Compromis
In het compromis van het kabinet zijn vijf grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven plus een nationaal uitzendcentrum in Ter Apel) aangewezen voor deze minimale voorziening waarbij de Pauluskerk in Rotterdam als voorbeeld is gesteld.
Eigenlijk is dit wel de beste manier. Want alle illegalen gaan toch altijd als eerste naar de grote steden omdat zij daar vrij anoniem kunnen opgaan in de bevolking en vaak al (verre) familie hebben die hen heel misschien wil opvangen (en uitbuiten?).
De andere middelgrote plaatsen (zoals Breda, Arnhem, Nijmegen, Haarlem en Leiden) protesteren tegen het kabinetscompromis omdat zij minimale voorzieningen (zoals het Leger des Heils) bieden aan niet-gedocumenteerde zwervers en andere onverlaten die in ons land kennelijk geaccepteerd dienen te worden zonder dat zij gecriminaliseerd zijn. Want in het laatste geval komen zij vroeg of laat in het gevang terecht waar zij overigens wel alle mogelijkheden krijgen voor verdere begeleiding.

 

 

 

 

De Pauluskerk in Rotterdam schijnt nu het voorbeeld te worden voor hoe de opvang van ‘bed, bad en brood’ het beste kan worden ingevuld.Doorverwijzen
Eigenlijk is het de bedoeling dat als het illegalen uit de Afrikaanse landen en Midden Oosten betreft, zij door de middelgrote plaatsen worden doorverwezen naar de vijf grote steden. Natuurlijk weet men op de opvangadressen welk vlees men in de kuip heeft. Een probleempje is dat de betreffende vrijwilligers nogal idealistische denkbeelden (vaak erg links georiënteerd) hebben en dat zij op een of andere manier denken in het politieke spel te kunnen meespelen. Sommige media vinden dit prachtig en passen binnen hun redactioneel beleid.
In kleine dorpen heeft men daar veel minder last van want zelfs de idealisten daar zeggen tegen onaangepaste personen dat zij ‘normaal’ moeten doen (zich moeten laten opleiden en de taal leren) en anders oprotten naar de ‘grote stad’.
Het Australische model dat helemaal is gebaseerd om de gronden weg te nemen dat Australië het ‘Beloofde Land’ wordt is ook een middel maar dat nogal negatief uitpakt voor sommige internationale verdragen. Australië stuurt bootvluchtelingen terug naar het land van herkomst - soms worden schepen zelfs teruggesleept - of de vluchtelingen worden (langdurig) gestald op een godverlaten eiland waar niets te beleven valt en waar zij hun ‘bed, bad en brood’ kunnen krijgen. De meesten willen dat niet.

Populair
PVV-leider Geert Wilders is daarop natuurlijk ingesprongen. Het zal hem waarschijnlijk weer populaire stemmen opleveren. Een klein land als Nederland kan alleen actie ondernemen als het heel Europa daarvoor meekrijgt. Australië is wat dat betreft wel afgezonderd in de wereld en heeft 22 miljoen inwoners. De Europese Unie heeft er ruim een half miljard en heeft een nogal omslachtige politieke structuur.
Dan zijn er nog idealisten die wijze op de Europese landen die net voor de Tweede Wereldoorlog met name Duitse joden opving. Die situatie is onvergelijkbaar. Neem de honderdduizenden Joden die naar Nederland vluchtten en hier menselijk, maar ook onmenselijk, werden opgevangen en soms zelfs uitgebuit. Een deel daarvan ging gereguleerd door naar vooral de Verenigde Staten, Canada en soms Engeland. Het verschil is dat Nederland hun eerste vluchthaven was voor het grove geweld van de nazi’s.

De economische vluchtelingen en politieke asielzoekers naar het verre Europa gaan tegenwoordig niet meer naar hun buurland. Ze willen meteen alle welvaart. De internationale verbindingen met hun hebzuchtige uitbuiters maken het hen makkelijker.

 

 

 

 

Deze ingezonden brief aan de NRC geeft ook weer hoe de situatie voor de joden in Nederland door de meldplicht was. Ook daardoor was het eenvoudig de joden op te sporen en op transport te stellen naar de vernietigingskampen.

 

 

 

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!