dinsdag 14 juli 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Volledige Poetry-openingsspeech Bas Kwakman

31 mei 2017 (door Jim Postma)

Gisteravond werd in een afgeladen Schouwburg Poetry International feestelijk geopend door Poetry-directeur Bas Kwakman (zie ook elders op deze pagina, verhaal van onze verslaggever Ronald Glasbergen). Het werd al met al een onvergetelijke zwoele poëtische avond in de met 725 bezoekers totaal uitverkochte Schouwburgzaal. Echt weer Poetry ouderwets met vele bekende gezichten uit het Rotterdamse culturele uitgaanscircuit.

Voor velen na een jaar ook weer een soort van ‘familiereünie’. Tientallen die niet meer in de overvolle grote Schouwburgzaal aanwezig konden zijn, volgden via een groot scherm in de foyer de optredens van de 17 internationale dichters en de drie Nederlanders, Cees Nooteboom, Misha Andriessen en Hannah van Binsbergen. De dichters uit het buitenland kwamen uit verschillende werelddelen, zoals China, Australië, Japan, Canada, Jamaica, Filipijnen, Verenigde Staten en Europa.

Na alle voordrachten veranderde de Schouwburg in een feestelijke kakofonie van het zeer kleurrijke poetryvolk tot laat in de avond. Een aanwinst hierbij was zeker het openstellen van de Schouwburgtuin aan de achterkant waar menig verstokte dichters en bezoekers, ook weer ouderwets, van hun sigaretje of sigaartje konden genieten. (Voorheen waren zij veroordeeld om als zichtbare ‘junks’ aan de voorkant hun rookgewoonten te etaleren. Zonder asbakken, zonder bijzettafeltjes voor ‘wijntjes en treintjes’. In weer en wind, écht armoede troef voor de ware levensgenieters)

Hierboven: De ‘sfinx’ Poetry directeur Bas Kwakman na zijn humorvolle en literaire openingswoord voor deze 48e Poetry International. (Foto: Rinus Vuik)

De openingsspeech van Bas Kwakman was, een literaire en zeker humorvolle, verademing. Hieronder zijn volledige openingswoord:

Bas Kwakman

SOCLE DU MONDE

Mijn naam is Bas Kwakman. Ik ben de sokkel die de wereld draagt.

Voluit heet ik Bastiaan Franciscus Kwakman. Ik ben 53 jaar en woon met mijn vrouw en twee dochters in Rotterdam-Noord. In Schiebroek, vlakbij het Plaswijckpark. Als ik ver voorover uit het slaapkamerraam van mijn jongste dochter leun, kan ik de boomtoppen zien. Als ik ’s morgens vanuit de straat de dijk oprijd, dan zie ik hoe de nevel tussen de wilgen door via het gras boven op de koeien kruipt. Naast ons, op nummer 28, wonen Aloys en Annemarie. Aan de andere kant, op 32, René en Lian met hun twee zoontjes.

Ik heb nu 1500 vrienden op facebook. Met 5000 vrienden ben je een bekend persoon. Het is officieel een werkaccount, maar de meeste likes kreeg ik op een foto van mijn oudste dochter met haar hond. Ik heb nog geen wikipagina. Ik verander maandelijks mijn profielfoto, google mijzelf twee keer per week en post zo nu en dan een selfie. Op maandagavond heb ik tango-les met mijn vrouw. Sinds een val op de trappen voor de kathedraal van Grasse heb ik een gedislokeerd vingerkootje. Mijn rugpijn is inmiddels over, maar ik heb er een koude voet aan over gehouden, net zoals die politieman in ‘Dit zijn de namen’ van Tommy Wieringa. Iedere nacht als ik inslaap droom ik dat ik een homerun sla of dat er drie pijlen in mijn been worden geschoten. Ik heb een neiging tot hypochondrie en narcisme, ben licht opportunistisch en berekenend empathisch.

Ik houd van poëzie. Dat bakent mij af. Thuis, op straat, in de supermarkt. Overal waar ik ben herkauw ik dichtregels. Als er ‘ik’ in een gedicht staat, denk ik altijd dat die ‘ik’ de dichter zelf is. Als er ‘ik’ in een gedicht staat denk ik altijd dat ik die ‘ik’ ben. Als er ‘ik’ in een gedicht staat denk ik altijd dat die ‘ik’ de poëzie zelf is. Als er ‘wij’ staat heb ik dat allemaal ook. De dichter gebruikt ‘wij’ als hij eigenlijk ‘ik’ wil zeggen maar geen gelazer wil. De dichter Hans Sleutelaar denkt dat de ‘ik’ uit een gedicht verdwijnt zodra het gedicht begint te rijmen.

Hierboven: Bas Kwakman tijdens zijn openingsspeech en met op de achtergrond alle deelnemende dichters. (Foto: Rinus Vuik)

Ik zeg vaak ‘ik’ als ik ‘wij’ bedoel. Ik zeg vaak ‘wij’ als ik ‘ik’ bedoel.

Ik, kale, blanke hetero, 50+, redelijk welgesteld, links intellectueel met een eenzijdige, culturele focus. Wij, achterste tafeltje klas 3b, meester Wilbert, Vincent Van Goghschool, Donderbergweg, Donderberg, Roermond, Midden-Limburg, Limburg, Nederland, Benelux, Europa, oostelijk halfrond, aarde, Melkweg, heelal.

Van meester Wilbert heb ik geleerd om een zin nooit met ‘ik’ te beginnen. Ik doe dat inmiddels wat vaker. De eerste woorden van mijn ouders waren Aap, Noot en Mies. Mijn eerste woorden waren Boom, Roos en Vis. Mijn dochter leerde de taal met ‘ik’ als eerste woord. Ze kwam thuis met een ‘ik’-boekje. Alle woorden ontstaan vanuit het ik. De eerste zin in het boekje luidt: klik hier om het ‘ik’-boekje te downloaden. Het tweede woord dat mijn dochter leerde was ‘cloud’. Dat zijn de woorden die om het ‘ik’ heen zweven. Papa, mama, zus, buren, hond, nevel, gras, koe, we zijn allemaal woorden en we zitten allemaal in die cloud.

Ik ken iemand die het woord 'ik' op een marmeren sokkel beitelde en deze, op zijn kop, in een plantsoen tussen de huizen plaatste. Gezien vanuit het heelal en het juiste perspectief werd zo zijn ‘Ik’ de drager van de hele wereld en alles wat daarop gebeurd. De Socle du Monde. We zijn allemaal een sokkel die de wereld draagt. Er zijn nu inmiddels 7,4 miljard Socles du Monde. Elk op zijn eigen wereldbol, zoals de Vlaamse dichter Stefan Hertmans het ergens zegt. De sokkels verdringen elkaar. Ruth Lasters die hier vorig jaar stond, heeft uitgerekend dat je 260 jaar oud moet worden wil je ze allemaal aanraken, een seconde lang. Ze heeft daarbij voor het gemak de miljardengroei de komende jaren niet meegerekend.

Wat ik zeg, dat vinden wij. Wat wij zeggen vind ik niet altijd, maar dat is vooral omdat ik uit wil dragen dat ik de ander niet ben. Ik kies het woord ‘ik’ als ik het ‘wij’ niet kan bevatten. Ik, zegt de Moldavische dichter Dimitri Crudo, ben de vlinder die door de lucht fladdert, wij zijn diegenen die lopen op de aarde en ons op onze ellebogen voortslepen.

We gebruiken het woord wij maar bedoelen ik. Wij kunnen hier niets aan veranderen, wij hebben nu eenmaal onze eigen leefstijl, onze waarden en normen en zij hebben daarvan af te blijven. Ik ben hier geboren. Ik heb hier hard voor gewerkt. Ik heb hier recht op. Ik heb dit verdiend. Ik ben het uitgangspunt, wij zijn de standaard, zij de barbaren. Zij begrijpen ons niet. Wij begrijpen hun niet. Wij zijn bang.

We hebben poëzie nodig. Om de boel te kantelen. Want Ik is wat vaststaat en voortdurend wordt ontkracht, zoals de Brits-Canadese dichter Marianne Morris zegt. De poëzie, niet als de meest individuele expressie van de meest individuele emotie, maar als het perspectief op de sokkels vanuit het heelal. Want Die dichter in zijn bundel, zei dichter Thomas Möhlmann laatst, die is daar niet in zijn eentje.

‘Ik’ is het thema van dit festival. Het ‘doffe en levenloze woord’ ‘ik’. Het ‘grappige, onafhankelijke, stuntelige, afschuwelijke, indrukwekkende, veelbetekenende, schandalige, altijd en overal inzetbare, turbulente, glanzende, uitzonderlijke, roofzuchtige, vreesaanjagende en intens verdrietige woord ‘ik’’, zoals Toon Tellegen het in zijn Optocht noemt. Maar ook het ‘ik’ dat van woorden houdt. Dat van poëzie houdt. Hier, op dit festival, bakent het ons niet af. Hier houden wij van woorden. Van poëzie.

In de komende vier dagen groeien we van Ik naar Wij. Wij is het thema van de slotavond, aanstaande zaterdag in de grote zaal van het Ro theater. U krijgt hier dus vier dagen voor. Jullie, zeer gewaardeerde internationale dichters, jullie, medewerkers van Poetry International en de organisatie van het Fringe festival 010 Says It All en alle Spoken Word-artiesten die daarbij hun opwachting maken, de componist en de musici van Ven Salta die hier vanavond staan, alle vertalers, alle redacteuren van Poetry International Web, alle presentatoren, interviewers, alle medewerkers van Theater Rotterdam, en u, geliefd publiek, u allen heeft exact vier dagen om met mij, met ons, van ‘ik’ naar ‘wij’ te groeien. Om daar vervolgens uzelf en uw omgeving mee te inspireren.

Ik wens u en ons daarbij veel succes.

Foto's: Rinus Vuik


Hierboven: Bas Kwakman tijdens zijn openingsspeech. (Foto: Rinus Vuik)

 

Deel dit bericht met je vrienden!

De toekomst is vandaag, de geschiedenis wordt morgen geschreven