vrijdag 7 mei 2021

webZine over stad, cultuur
en wereld

Vloeibare werkelijkheid in Boijmans

6 maart 2017 (Ronald Glasbergen)

In de tentoonstelling 'Gek van surrealisme' laat Boijmans werk zien van vier verzamelaars, twee van na de Tweede Wereldoorlog, toen het al een gevestigde kunststroming was, en van twee van het eerste uur .Dat werk wordt getoond rond werk uit eigen en buitenlandse museale collecties waardoor, zo niet een overzicht, dan wel een grootse bloemlezing ontstaat.

Over het algemeen wordt aangenomen dat het surrealisme rond 1924 ontstond. Toen werd de Centrale Surréaliste opgericht met Antonin Artaud als directeur. Een paar dagen later kwam het eerste 'Manifest du Surréalisme' uit van André Breton die het belang van de droom en het onderbewustzijn benadrukt. Dat laatste is essentieel voor het surrealisme, het onderbewustzijn als bron van dromen, gevoelens, intuïties en automatismen waarin en waaruit artistieke ideeën en creaties ontstaan. Dat gaat soms bijna vanzelf – ecriture automatique- puur op gevoel werkend, maar meestal is er een hoop techniek voor nodig, en daarom vonden de kunstenaars die zich aan het surrealisme verwant voelden, naast de talloze traditionele kunsttechnieken, ook nieuwe technieken uit die het onderbewustzijn en toeval een stevig handje hielpen. Beroemd zijn de collages van Max Ernst en Cadavre Exquis waarin een door de één begonnen tekst of tekening door de ander wordt afgemaakt, terwijl hij maar een klein stukje van het begin ziet.

De beste van de surrealistische schilders, beeldhouwers en enkele filmers waar in 'Gek van surrealisme' de nadruk op ligt, Max Ernst, Magritte, Masson, Tanguy , Delvaux, Miró, Picabia, de onvermijdelijke Dali, maar ook Man Ray, Picasso en Giacometti, gebruiken gewoon alle middelen, bewust en onderbewust om tot hun werk te komen. Je kan door een surrealistische bril naar de wereld achter je ogen willen kijken, er moet tenslotte ook nog iets behoorlijks uitkomen. Gedreven waren ze stuk voor stuk, maar niet gek al heeft bijvoorbeeld Artaud een aantal jaren post veteranentijd in WO I en post verslaving onder behandeling gestaan, maar dat is in een tijd waar hele volksstammen antidepressiva slikken weinig opzienbarend.

De titel van de tentoonstelling ‘Gek van …’ slaat dan ook niet op de kunstenaars maar op de vier verzamelaars van wie de collecties bijeen gebracht zijn. Twee ervan de Britten Edward James en Roland Penrose, deden dat in de tijd dat de kunstvorm zijn hoogtij vierde, in de jaren tussen de twee Wereldoorlogen van de vorige eeuw.

Het wiel opnieuw
De Eerste Wereldoorlog van 1914 tot 1918, was dankzij de moderne oorlogsmachinerie, en zoals socioloog Max Weber opmerkte, dankzij de voortreffelijk werkende bureaucratieën, een zeer geoliede militaire moordmachine waarbij aan de verschillende fronten de partijen elkaar naar de met bloed doordrenkte kroon staken. Aan de verschillende fronten, in Europa van Frankrijk, België tot in de Oostenrijks Italiaanse Alpen , de Balkan en Oost Europa sneuvelden militairen en direct en indirect burgers vier jaar lang op grote schaal, tussen de 16 en 19 miljoen doden, en geen hoofdstad in het Europa van de oorlog, waar niet jaren later oorlogsinvaliden te zien waren.

Surrealisme en voorloper Dada zijn mede een reactie op die oorlog van het Europa van de zelfstandige natiestaten. Dada kwam eerst en ontstond al tijdens de oorlog in Zwitserland. Tegenover wat ze zagen als waanzin van de oorlog zetten de kunstenaars van Dada hun eigen absurdisme in. Maar het bovengenoemde Surrealistisch Bureau van Artaud en het manifest van Breton vormen voor het verhaal van het surrealisme een mooi afgetekend startpunt in 1924. En beiden hebben ze ook invloed gehad. Al in 1913 bevestigde de Franse kunstenaar Marcel Duchamp de vork van een fiets op een keukenkruk, wat een wereldberoemd kunstwerk zou worden, maar ook een goede illustratie van het feit dat in de kunst het wiel nooit ophoudt uitgevonden te worden.

Edward James en Roland Penrose en andere verzamelaars zorgden er voor dat de kunstenaars ook van hun kunst konden bestaan, en in sommige gevallen rijk en beroemd konden worden. De andere twee verzamelaars van wie in Gek van Surrealisme werk te zien is , de Amerikaanse Gabrielle Keller en het Duitse echtpaar Ulla en Heiner Pietsch waren vooral na de Tweede Wereldoorlog actief als verzamelaar.

Na de Tweede Wereldoorlog, waar de moderniteit van de oorlogsvoering nieuwe triomfen vierde, met als dieptepunt de bureaucratisch zeer doordacht georganiseerde holocaust, en als technisch hoogstandje de atoombom , veranderde niet alleen de politieke moderniteit maar ook de artistieke moderniteit van karakter. Ze was bezig zoals Zygmunt Bauman het noemde ‘vloeibaar‘te worden. Als prachtige vooraankondiging daarvan kan je de vloeibare horloges – als zinnebeeld van de vloeibare tijd – van supershowman en schilder Salvador Dali, zien.

Blik van nu
Om recht te doen aan zowel de verzamelingen als aan het museale werk is de 1500 vierkante meter grote Bodon zaal van het museum in vieren gesplitst voor elke collectie een deel zodat je als toeschouwer de accenten en smaken kan zien. In het midden is als zaal een ovaal ingericht waarin los van de verzameling het werk centraal staat en door de kortere zichtlijnen het werk in wat meer nabijheid en intimiteit bekeken kan worden en dat is goed; surrealisme lijkt meer dan andere kunstvormen intimiteit nodig te hebben. Er omheen draaien ‘surrealistische films’ - in 1929 maakt Luis Buñuel samen met Dali de legendarische 'un chien Andalou' en zijn verwante werken te zien van onder anderen Paul van der Eerden en Lizan Freijsen.

Begin jaren zeventig was er in Rotterdam ook een grote surrealisme tentoonstelling gewijd aan Salvador Dali. Het was een tijd dat in de Rotterdamse buitenruimte een reductionistisch soort aannemers modernisme hoogtij vierde. Dali uitbundige kijk op de werkelijkheid stond daar haaks op. Anno 2017 is de werkelijkheid zelf deels vloeibaar en virtueel geworden. Zo heeft elke generatie zijn eigen blik, en al verandert het kunstwerk zelf niet, het ziet er nu heel anders uit als vijftig of tachtig jaar geleden. Dat maakt zo'n tentoonstelling spannend.

De tentoonstelling is geproduceerd samen met de Hamburger Kunsthalle en de Scottish National Gallery en duurt tot en met 28 mei. Tijdens de tentoonstelling worden verschillende evenementen georganiseerd. Meer info op: www.boijmans.nl

 

Deel dit bericht met je vrienden!