woensdag 24 februari 2021

webZine over stad, cultuur
en wereld

Vier hobbybierbrouwers in Kralingen

4 maart 2016 (Zettie Leeuwenburgh)

Een weldadige warmte hangt er in een meer dan 100 jaar oude garage in Kralingen, zowel qua sfeer als temperatuur. Ooit was er een verffabriekje in ondergebracht, waar jaren later nog restanten van in de bodem zijn aangetroffen die hals-over-kop zijn verwijderd.

 


Tegenwoordig is het erg rustig in de oude garage, zomers staat er wel eens een auto, een beetje aan de zijkant zodat de doorgang naar de tuin van het bovenhuis niet wordt belemmerd.

 

 

´Technoleut´ Ron heeft de grote pan net in dekens ingepakt.´s Winters kan het er gezellig druk zijn als vier Rotterdammers, echte ‘bierleuten’ in kraakheldere vrijetijdskleding met hun hobby bezig zijn: het brouwen van een nieuw biertje. Het is hun lust en leven telkens een nieuwe smaak bier te creëren. Al in 1995 begonnen Robert, een ´experimenteerleut´, en Stoffel, een ´vuurgenialeut´ met een proefpakket, waarvan het resultaat wel beviel. Zo goed zelfs, dat het naar meer smaakte.

Kennis
Al gauw kwamen zij echter tot de ontdekking, dat het nog beter zou kunnen met meer krachten en kennis. Marcel, de ´kwaliteitscontroleut´, en Ron, de ´technoleut´ en krachtpatser, voegden zich bij hen. Er werden dekens aangeschaft en er kwam een stelling met een voetpomp om een gigantische pan met ruim 100 liter kraanwater en een lading gekneusd graan makkelijker omhoog en omlaag te krijgen tijdens het hevelen vanuit het grote reservoir in de gigantisch kookpan. Het koken van ‘de wort’ kan nu uiterst secuur in de gaten worden gehouden.
Robert experimenteert regelmatig met nieuwe hop, die hij na het centrifugeren thuis in de keuken in een potje laat groeien. Hij lacht geheimzinnig als er naar het recept wordt geïnformeerd: ,,Ja, dat is verschrikkelijk moeilijk uit te leggen. Daar kunnen we echt niet aan beginnen. ´t Is een kwestie van proeven, schudden, wat nieuwe truckjes met suiker gebruiken en laten staan. Eer ik dat heb uitgelegd, is deze pan met water al verdampt en kunnen we opnieuw beginnen.´´

 

Bierleut Ron aan het zeven.Zijn tweelingbroer Marcel heeft het ineens heel druk met spoelen van glazen en ´vuurspecialeut´ Stoffel voelt nadrukkelijk of de gasslang wel goed zit. De massa van water en graan moet opnieuw worden verhit.

Afleiding
Krachtpatser Ron, die net aan het ‘roeren’ is met een verfmenger, slaat dubbel van het lachen om het uitgebreide ´kluitje in het riet´ en zegt: ,, Daar komt dus geen enkele andere bierleut achter.´´ Ter extra afleiding schenkt Stoffel een paar biertjes in uit niet gelabelde flesjes. Eigen brouwsel, dat lang niet slecht smaakt.
De heren lijken echter niet helemaal tevreden, want de tweede helft in de flesjes mag niet worden uitgeschonken. ,,Te troebel,´´ luidt het verdict en Ron wordt naar de supermarkt (?) gestuurd om chips en nootjes voor de kinders te halen, die in het bovenhuis naar de film ´Frozen Earth´ zitten te kijken. ,,Ja, we hebben een alternatieve kinderopvang,´´ lacht Marcel. ,,De vrouwen willen ook wel eens vrij zijn.´´ Dat er even later ook een ander merk bier meekomt, schijnt niemand op te vallen.
Het wordt tijd voor de hop. Niet uit een flesje, maar uit een plastic zakje komt een dikke, vettige massa die zorgvuldig wordt gewogen en in een soort grove neteldoek met een schoon gepolijste, gladde kiezel in de grote pan wordt gegooid. ,,Anders komt de hop boven drijven en dat is foute boel,´´ legt Stoffel uit. ,,We gebruikten vroeger ouderwetse glazen stuiters, maar die knalden uiteen door de hitte, waardoor er langer moest worden gezeefd en geheveld.´´
Hij controleert het vuur nog eens, zet een wekker en schenkt de glazen vol. Robert legt vast een stapel dekens klaar die de pan warm moeten houden als het vuur kan worden gedoofd en dan wordt er geproost en geproefd. ,,Te weinig hoppig´´, merkt één van de Rotterdammers op. Iets wat van de heerlijke geur die zich inmiddels door de oude garage verspreidt niet kan worden beweerd.

 

 

 

Met een heuse verfmenger wordt het gekneusde graan door het water ‘geroerd’. Voorraad
Vijf tot zes maal wordt er in de wintermaanden gebrouwen, dan is de zomervoorraad bier aangevuld. Na het brouwen, gaat het bier in vaten in de gistkast. Na een week of twee, drie wordt er gebotteld met nog wat gist erbij voor het gisten op de fles. En dan kan het bier koel worden gelegd.
De vrienden zakken iets minder gespannen onderuit en wisselen werkervaringen en -verhalen uit. Voor de kinders boven wordt een nieuwe film opgezet. ,, Het is wel grappig, dat niemand in de gaten heeft wat we hier doen´´, klinkt het even later. ,,Eén keer is er iemand komen vragen of hij wellicht een fles bier kon kopen. Helaas, het antwoord luidde ´nee´.
We brouwen alleen voor eigen gebruik. Een enkele keer mislukt er wel eens iets. Stel je voor dat je uitgerekend zo´n fles zou hebben verkocht. Dat mag en kan niet. Deze winter hebben we vier verschillende bieren gebotteld, met de vijfde zijn we nu bezig. Als deze ook is gebotteld, zit onze winterhobby er weer op.´´

Stoffel knikt en zegt: ,,Natuurlijk zien en spreken we elkaar wel in de zomer. Soms wordt er een feestje hier gehouden, maar eerst komt de grote schoonmaak van alle gereedschap, pannen, vaten en het reservoir. Alles moet kant en klaar zijn voor de volgende winterbrouwerij.´´


De foto’s zijn van Bierleut Stoffel

 

 

 

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!